Urban Tour, de column van Bram Esser

Speciaal voor Urban Tour, ons kleine rondleidingenfestival tijdens Noorderzon, nodigde Platform GRAS drie professionele ontdekkingsreizigers uit. Het bijzondere is: geen van hen komt uit Groningen. En dat is ook precies de bedoeling. Vreemde ogen kijken immers anders. Gidsen Hans Jungerius, Alice Schut en Bram Esser maakten elk een bijzondere tocht én zij bundelden hun bevindingen in een rake column. De column van Bram Esser, met de titel Sponswijk, vind je hier: 

Bram Esser - Sponswijk

Leren van een bloemkoolwijk

De bloemkoolwijk Beijumheeft een lange weg afgelegd van geïsoleerde probleemwijk uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, tot de groene stadswijk die het nu is. Meer dan veertig jaar geleden keek het Groningse gemeentebestuur met lede ogen toe, hoe de gegoede middenklasse de stad verliet om in de dorpjes rondom Groningen te gaan wonen. Er moest iets gebeuren om deze mensen voor de stad te behouden. De piepjonge wethouder huisvesting  en stadsontwikkeling Max van de Berg kwam met een tegenoffensief. Ze zouden hun eigen dorp in de stad creëren. Dat zelfvoorzienende dorpje dat bedoeld was als een zelfstandig ‘New Town’ concept, werd Beijum.

In 1979 werd de eerste sleutel overhandigd. Beijum moest alle fouten en valkuilen van het eerder gebouwde Lewenborg vermijden. Er mochten geen flats komen en zichtbaar beton was taboe. Er kwamen knusse huisjes van baksteen in autoluwe wijkjes die als kroontjes van een bloemkool aan een rondweg werden geplakt. Zodoende  kwam het begrip bloemkoolwijk in zwang. Ze werden door heel Nederland gebouwd.

Toch bleven de hoger opgeleiden weg. In 1973 brak de oliecrisis uit en de prognose van de bevolkingsgroei viel zwaar tegen.  Bovendien; wat de mensen in de dorpjes zochten, had de gloednieuwe wijk simpelweg niet te bieden. Het echte dorpsgevoel in het oude land kon in Beijum onmogelijk worden opgeroepen. Beijum bleef lange tijd een bouwput in de Groningse klei en al snel werd het bekend onder de bijnaam Kleium. Zonder laarzen kon je er niet naar buiten.

De oliecrisis was niet de enige tegenvaller. Het post en telecombedrijf  PTT (KPN) zou in de buurt van Beijum z’n hoofdkantoor openen. Uiteindelijk kwam het kantoor terecht bij het hoofdstation. De woningen die verkocht hadden moeten worden aan honderden PTT medewerkers bleven leeg. De wijk had plotseling geen prioriteit meer en het duurde erg lang voordat deze behoorlijk werd ontsloten. Zo kreeg Beijum al vanaf haar prille begin de slechte naam van verre onbereikbare plek in de modder. Omdat de verkoop van woningen tegenviel kwamen er goedkopere huurwoningen en zo langzamerhand werd Beijum het afvoerputje van Groningen.

Het Dagblad van het Noorden schreef over bijstandsmoeders, junks en dealers. Het was niet overal kommer en kwel. In Beijum West gebeurde wel  van alles dat als uiterst positief en opbouwend kan worden gezien. In 1986 komt een grote groep Beijumers in verzet tegen de plannen van uitzetting van enkele families uit Sri Lanka. De families worden ondergebracht in de katholieke kerk De  Mamrehoeve. Uiteindelijk lukt het om de families voor de wijk te behouden. Het zijn dit soort gebeurtenissen die heel sterk een wij en wijk gevoel creëren.

Stadsboerderij de Wiersehoeck wordt opgericht waar biologische tuinbouw plaatsvindt en er wordt geëxperimenteerd met collectieve woongroepen waarvan er nu nog steeds eentje bestaat.

Beijum West is een andere wereld vergeleken met Beijum Oost. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat er grote groepen werkeloze Antilianen, psychiatrisch patiënten en drugsverslaafden bij elkaar worden gestopt. Een buurman die bakstenen wast in zijn wasmachine naast een pooier die panden opkoopt en dan nog gangs die territoriumdriften met elkaar uitvechten.

 'In Beijum-Oost wonen relatief veel overlevers in plaats van samenlevers', zegt wethouder Wicher Pattje van Welzijn en Minderheden (Volkskrant, 2 februari 2004). Volgens een typisch Nederlandse traditie waarbij sociale problemen ruimtelijk worden aangepakt, wordt besloten om tussen 2005 en 2006 de bus van het plein af te halen. Achteraf is dat misschien wel het moment dat het met het plein echt berg afwaarts begon te gaan.

Doordat er geen bus meer stopt op het plein lopen ondernemers klandizie mis. De een aan de andere sluit zijn deuren. Er is steeds minder reden om naar Beijum Oost te gaan. Sinds 2012 is verpleeghuis Innersdijk aan de Zuid Westkant van de het plein ook gesloopt. Dat betekent nog minder mensen die bezit van het plein kunnen nemen. Er is een stadspodium gebouwd, waarschijnlijk om te voorkomen dat scooters het plein recht oversteken. Enkele bankjes, fonteintjes om ’s zomers in te spelen en een speeltoestel staan op dit podium. Rondom bevinden zich eettentjes die pas vanaf drie uur open zijn en waarvandaan knetterende bezorgscooters de wijk inschieten.

De problemen lijken onder controle, maar het plein is doods. Gelukkig komt het verpleeghuis in 2017 terug. Toch moeten we ons niet blindstaren op plein Oost. Overal in de wijk zie je positieve ontwikkelingen. Ik ontmoette Bryan, een man die een tijdlang op straat heeft geleefd nadat zijn relatie van twintig jaar uit elkaar klapte. Geheel aan de grond kon hij alleen een woning krijgen in een drielaagse zorgflat die nog bij Innersijk hoorde. Veel bejaarden wonen er nog steeds en Bryan (45), een imposante  Antilliaan,  heeft zich de afgelopen twee jaar ontpopt tot informele mantelzorger. Hij kookt soms voor de oude mensen en kent hun pincodes uit zijn hoofd zodat hij boodschappen kan doen. Bryan heeft de kans gekregen zijn leven weer betekenis te geven. En ook Beijum als geheel lijkt een plek te worden waar mensen graag wonen.  

Bloemkoolwijken worden vaak gezien als dorpskernen met een homogene blanke samenleving. Een plek met veel groen, dicht op de stad, maar dan zonder de stedelijke problematiek zodat kinderen er in alle rust kunnen opgroeien. In Beijum lijkt precies het omgekeerde aan de hand. De binnenstad van Groningen bestaat uit een tamelijk homogene studentenpopulatie terwijl Beijum haast een grootstedelijke mix van allerlei groepen herbergt.

De wijk is een grote klimatologische en sociale spons. In Beijum zal niet snel sprake zijn van hitte eiland problematiek en ook het excessieve regenwater kan hier gemakkelijk de grond inlopen. Tegelijkertijd lijkt de wijk met groot gemak allerlei sociale groepen te kunnen herbergen. Van ex tbs’ers, tot autistische jongeren en hulpbehoevende ouderen.

Ook schijnen nu druppelsgewijs oud Beijummers weer terug te komen. Kinderen die zijn opgegroeid in de wijk en nu zelf toe zijn aan het stichten van een gezin kopen hier huizen. Je zou dus kunnen zeggen dat de cirkel langzamerhand rond is en dat door de terugkeer van geboren Beijummers het sociale weefsel nog verder versterkt wordt.

De wijk is volwassen geworden en heeft eindelijk de authenticiteit gekregen waar de wethouders in 1979 al op hoopten. Maar zoiets kost tijd, een plek moet groeien. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we kunnen leren van de bloemkoolwijk; er bestaat niet zoiets als instant identiteit. De groei van complexe gemeenschappen kost tijd. 

Blijf op de hoogte

Wil je de post en uitnodigingen van Platform GRAS per e-mail ontvangen?

Ik wil papieren post!

Platform GRAS is het architectuurcentrum van Groningen. Onze missie: het stimuleren en aanjagen van de kennis van de gebouwde omgeving en het debat daarover. Meer >
  • LinkedIn logo
  • LinkedIn