Urban Tour, de column van Hans Jungerius

Speciaal voor Urban Tour, ons kleine rondleidingenfestival tijdens Noorderzon, nodigde Platform GRAS drie professionele ontdekkingsreizigers uit. Het bijzondere is: geen van hen komt uit Groningen. En dat is ook precies de bedoeling. Vreemde ogen kijken immers anders. Gidsen Hans Jungerius, Alice Schut en Bram Esser maakten elk een bijzondere tocht én zij bundelden hun bevindingen in een rake column. De column van Hans Jungerius, met de titel Draaiende wind, vind je hier:

Draaiende wind

In het begin van de jaren negentig kwam ik regelmatig een weekeinde naar Groningen. Vrienden van de middelbare school gingen er studeren. Zelf toog ik van de Achterhoek naar Utrecht. Tot mijn recente ‘optreden’ op het Noordzon festival - waar ik een citytour in opdracht van Platform GRAS voor m’n rekening nam - was ik niet meer in de stad Groningen geweest. Aan de bezoeken uit het begin van de jaren negentig bewaar ik slechts fragmentarische herinneringen; de Benzinebar, het Noorderstation, coffeeshop en/of café De Zolder maar met name het volledig van enig meubilair verstoken appartementje van Dieter in de wijk Beijum. Dieter ging naar Groningen om er theoretische natuurkunde te gaan studeren maar ik geloof dat hij de studie binnen een jaar voor gezien hield. Daarna speelde hij in een bandje. Twee jaar later werd hij door een dronken automobilist op een voor fietsers verboden verkeersweg doodgereden.

Op de één of andere manier spelen al die herinneringen zich in het donker af. Aan Groningen bij daglicht duiken er geen noemenswaardige beelden uit m’n geheugen op. Die wijk Beijum heeft des tijds op mij een bepaalde indruk gemaakt. In de labyrintische verzameling woonerven meende ik een evenbeeld van de Doetinchemse wijk De Huet te herkennen. Net als Beijum gebouwd in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig.

In het Noorderplantsoen staat een merkwaardig en verontrustend beeldje. Het heet ‘Mannetje’ en is door Gjald Blauw in 1972 gemaakt. Het beeldje is ongeveer 140 meter hoog. Uit een blok marmer is op lompe wijze een mensfiguur uitgehouwen dat achter een bureau zit. Het gezicht is zo rudimentair vormgegeven dat er geen werkelijke gelaatstrekken uit het gesteente te ontcijferen zijn. Het lijkt - als een soort Golem - door tovenarij uit de ondergrond te zijn gematerialiseerd. Tot m’n verrassing vind ik op internet enige informatie over het beeld en z’n maker: ‘Mannetje was het eerste en tevens laatste figuratieve beeld dat Gjald Blaauw uit steen hakte…Hij had nog nooit in steen gehakt; ‘ik wou kijken of ik dat kon. Toen dat naar mijn idee gelukt was kon ik weer verder; m’n nieuwsgierigheid was bevredigd.

Ik duid het beeldje, maar vooral de beschrijving van de maker als een onbekommerde vooraankondiging van een tijdgeest en manier van denken aan die ook wijken als Beijum en Doetinchem De Huet hebben voortgebracht. Een manier van denken waarin begrippen als ‘speels’ en ‘ludiek’ een tijdje de boventoon hebben gevoerd. Na ruim twee decennia rechtlijnig ingenieursdenken draaide de wind en begon zij uit een andere hoek te waaien.

Dat de tijdgeest aan het einde van de zestiger jaren ingrijpend veranderde blijkt ook uit de plannen - en de reacties daarop - voor de Hortusbuurt. In De Groninger Archieven trof ik een fraaie tekening aan waarin de kleinschalige bebouwing van de wijk voor meer dan de helft was vervangen door een uitgebreid universiteitscomplex. Het doelmatige complex - een woekering van strenge betonarchitectuur in wisselende volumes en onderling verbonden door loopbruggen - strekt zich uit van de Noorderhaven tot voorbij de Grote Appelstraat. Alleen het Heymansgebouw aan de Grote Kruisstraat is uitgevoerd. De rest van het plan ging ten onder door de opkomst van de mondige burger die zich - verenigd in bewonersorganisatie ‘De Hortusbuurt’ - fel tegen de sloop en bouwplannen keerden. De plannen voor de A-faculteiten (letteren, rechtsgeleerdheid en godgeleerdheid) in de Hortusbuurt maakte mij attent op de onuitgesproken en ogenschijnlijk zachte macht die de universiteit in Groningen had en heeft; als werkgever, grond en vastgoed eigenaar en als magneet voor 60.000 studenten op een bevolking van 200.000 inwoners. Een speler van formaat. Een andere speler die je in de recente geschiedenis van de stad voortdurend tegenkomt is de PvdA.

De nieuwe windrichting had rond 1970 ook de lokale politiek bereikt. Als jonge politici wisten Max van den Berg (wethouder) en Jaques Wallage (fractievoorzitter) de sloop van de Hortusbuurt tegen te houden. Het moest kleinschaliger en aandacht voor de menselijke maat werd belangrijk geacht. In plaats van grote en rigoureuze ingrepen brak de tijd van de stadsvernieuwing aan; oude en verkrotte woningen moesten worden vervangen door betaalbare sociale huurwoningen. En die zijn er in grote getallen gekomen. Overal in het land verschenen bakstenen wooncomplexen van drie, vier of vijf verdiepingen. Het strenge uiterlijk dat platte daken een gebouw geven werd gecamoufleerd door korte schuine dakjes van enkele rijen dakpannen. Een deel van de kozijnen en deurposten werd - om onverklaarbare redenen - in primaire kleuren uitgevoerd waarbij cadmiumgeel duidelijk het populairst was. Het vreemde van deze architectuur is dat ze nauwelijks opvalt.

Een oudere kunstenaar vertelde me eens dat we het meest alert zijn door hetgeen we vanuit onze ogenhoeken zien. Volgens hem is dat iets heel ouds en instinctiefs. Een manier om gevaar snel te herkennen. Op zo’n half bewuste manier heb ik een zekere alertheid ontwikkeld voor de zouteloze architectuur van de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig die zich bij mij als een ongearticuleerde aversie manifesteert, als een gevoel van doffe haat.

Nooit zag ik ergens zoveel van deze architectuur als in Groningen en als je één keer iets hebt gezien kan je het daarna nooit meer ‘ontzien’. Daarom besloot ik m’n aversie serieus te nemen; wat roept in die architectuur bij mij zo’n afkeer op? Daar ben ik nog steeds niet helemaal achter, maar ik denk dat het zich het beste laat samenvatten als ‘de paternalistische terreur van de goede bedoelingen’. Betaalbare woningen midden in de stad voor iedereen…..wie kan daar nou tegen zijn? Het is de combinatie tussen de geforceerde ‘speelsheid’ en het gebrek aan generositeit dat me het meeste irriteert. Balkonnetjes en ommuurde terrasjes waar je met anderhalf persoon op kunt zitten. Wat niemand doet dus wordt de gierige buitenruimte gebruikt voor het droogrek, de kratjes bier en de vuilnisbak. Frivole onderdoorgangen die te laag zijn en door hun spelonkerigheid na zonsondergang ongure types aantrokken en daarom al lang geleden zijn afgesloten.

Inmiddels is de wind alweer meerdere malen gedraaid; nieuwe opvattingen over architectuur en stedenbouw hebben haar intrede gedaan of zijn inmiddels ook al weer passé. Het Ebbingekwartier biedt een fraaie staalkaart van hedendaagse opvattingen. Ik wandel langs containerwoningen voor studenten en door de grootste ondergrondse parkeergarage die ik ooit heb gezien; een ware autoprairie. Er boven wordt hard gewerkt aan een ‘creatieve stadswijk’. Aan het water is een druk bezocht stadsstrand.

Wat me thuis - al loerend op Google Earth - al was opgevallen is de vreemde witte bal die achter het stadsstrand ligt; het Infoversum. Het eerste fulldome 3D theater van Nederland werd op 17 juni 2014 door Max van den Berg - veertig jaar ouder en inmiddels Commissaris van de Koning - geopend. Z’n onwennig openingsspeech doet me denken aan de beelden van premier Wim Kok die een computermuis op een beeldscherm drukt; hij hakkelt bij de technische omschrijving van het Infoversum. Verder klinken in z’n woorden trots omdat Groningen nu bij de top twintig van de wereld hoort; meer fulldome 3D theaters kent onze planeet nog niet. Ook roemt hij de intensieve samenwerking tussen de initiatiefnemer - de universiteit - met de provincie en de gemeente. Old soldiers never die.

Het stadsstrand is vrijwel verlaten als ik aan het einde van een bloedhete juni dag de witte parel van het Infoversum - oprijzend uit haar roestige schelp - zie afsteken tegen de avondhemel. Er staan grote bouwhekken omheen die zijn overspannen met zwart doek; alsof er achter een plaats delict ligt. En dat is eigenlijk ook zo. Het Infoversum ging al na zeventien maanden failliet en liet een financieel gat van ruim negen miljoen achter. De dadendrang en ambitie van universiteit, stad en provincie stonden de bekende Groningse nuchterheid in de weg; er werd gerekend op 270.000 bezoekers per jaar. Dat zijn 739 bezoekers per dag als je nooit gesloten bent en 70.000 bezoekers méér dan het Groninger Museum in 2015 trok. Over dat aantal verbaasde zich binnen de machtige Groningse kongsie van universiteit en PvdA blijkbaar niemand. In juli 2016 is het wonderlijke gebouw voor 450.000 euro door Bos&Bos Catering gekocht. “Beneden in het gebouw maken we een restaurant in urban vintage stijl. In de bovenzaal gaan we congressen, colleges en partijen organisere., waarbij we ook zeker iets met filmtechniek willen doen. De grote Groningse cateraar heeft negen jaar om het geïnvesteerde bedrag terug te verdienen; daarna loopt het erfpachtcontract af. Datzelfde geldt voor de naast gelegen tijdelijke studentenwoningen. Wat er daarna gebeurt weet niemand omdat niet te voorspellen is uit welke hoek de wind in 2025 zal waaien.

Blijf op de hoogte

Wil je de post en uitnodigingen van Platform GRAS per e-mail ontvangen?

Ik wil papieren post!

Platform GRAS is het architectuurcentrum van Groningen. Onze missie: het stimuleren en aanjagen van de kennis van de gebouwde omgeving en het debat daarover. Meer >
  • LinkedIn logo
  • LinkedIn