Samenwerking

‘Als je als opdrachtgever weet wat je wilt, kun je zinloze dingen overslaan’

Waarom inhoud zwaarder weegt dan een correct gevolgd proces

Tekst:
Leestijd: .

In het Groninger aardbevingsgebied wordt veel gesloopt en herbouwd. Woningcorporaties zijn daarin een grote speler, het resultaat is lang niet altijd optimaal. In Uithuizen werd onlangs een liefdevol plan met sociale huurwoningen gemaakt. Waarom lukte het hier? En hoe zorgen we dat het op andere plekken ook lukt? Tim Willems-Kruize en Chris Zwart gingen in gesprek met architect Marnix van der Scheer van MX13 en adviseur stedebouw en ruimtelijke kwaliteit Gerben Kleiman van de gemeente Het Hogeland.

Wie de versterkingsopgave een beetje kent, weet dat de succesverhalen (nog) niet voor het oprapen liggen. De aanvliegroute was lange tijd vooral technisch en juridisch van aard. Ruimtelijke kwaliteit was geen aandachtspunt en architecten werden maar mondjesmaat betrokken.

Gelukkig breekt op steeds meer plekken de zon door. Zo ook in Uithuizen-Noord, waar woningstichting Goud Wonen het anders aanpakte. De corporatie koos niet eerst een aannemer, maar eerst een architect. En bij die selectie was niet de prijs, maar de kwaliteit van de visie uit het ingediende plan de bepalende factor. 

Masserende ambtenaar

Namens de gemeente Het Hogeland was zelfbenoemd parttime ambtenaar Gerben Kleiman (officiële functie: senior adviseur stedebouw – zonder 'n' – en ruimtelijke kwaliteit; dorpsbouwmeester Aardbevingen) al in een vroeg stadium betrokken bij de ontwikkeling. Hij zag een kans om de versterking aan te grijpen voor het verbinden van Uithuizen-Noord met de rest van het dorp. Een spoorlijn, een provinciale weg en een wijkontsluitingsweg vormen daar nu een barrière.

Kleiman: ‘In de nieuwe situatie accentueren we niet langer de functionele structuur van de auto, maar de historische structuur van het dorp. Dat vormt de basis van het stedenbouwkundig plan.’

In grote lijnen kenmerkt dit het werk van Kleiman. In veel dorpen binnen de gemeente Het Hogeland pleit hij voor een bredere visie en aanpak als onderligger voor ieder plan. Om dat voor elkaar te krijgen, ‘masseert’ hij mensen op verschillende lagen van de gemeentelijke organisatie. Hij deelt kennis, geeft advies, is kritisch en benadrukt het belang van ruimtelijke kwaliteit. En van een open proces waarin ook ruimte is om af te wijken van de standaard. Gedecideerd: ‘Afwijken van de standaard is zelfs verplicht.’

De bestaande situatie in Uithuizen-Noord

Als een van de weinige gemeenten in Groningen heeft Het Hogeland een team Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap. Daarmee heeft de organisatie de capaciteit en kennis om eigen inhoudelijke afwegingen te kunnen maken.

Gemeenten hebben niet meer vanzelfsprekend die benodigde kennis in huis, merkt Kleiman. ‘Het principe van visievorming zijn we op veel plekken kwijtgeraakt. Je moet in het informele circuit de mensen vinden die gevoelig zijn voor de kwaliteit van plannen. Als je met hen de basis op orde hebt, en scherp hebt wat je wilt, kun je daarna alles veel sneller regelen en de zinloze dingen overslaan. Niet alleen binnen de gemeente zelf, maar bijvoorbeeld ook met woningcorporaties.’

Voor je ergens aan de gang gaat, moet je bovendien als opdrachtgever de plek analyseren en weten wat je daar wilt, benadrukt hij. ‘Je moet uitgangspunten aangeven en tastbare ambities formuleren.’

De signatuur van het dorp

Architect Marnix van der Scheer is het met Kleiman eens. ‘Eerst moet een opdrachtgever goed nadenken over het verhaal dat onder de ontwikkeling moet liggen. Over wat je wilt bereiken met wat je gaat doen. Daarna kun je het gaan hebben over hoe het eruit moet zien.’

In Uithuizen-Noord deelde corporatie Goud Wonen, binnen de stedenbouwkundige opzet die Kleiman en HKB Stedenbouwkundigen maakten, het plangebied op in twee ontwerpopgaven. Voor beide tuigde het – tegen het advies van Kleiman – een aparte architectenselectie op, begeleid door proces- en ontwikkeladviseur Rizoem.

HANDREIKING

Groningen staat voor tal van grote opgaven: van klimaatadaptatie en energietransitie tot de bouw van nieuwe woningen, het scheppen van nieuw perspectief voor de landbouw en de versterking in het aardbevingsgebied. Hoe houden we in al die dynamiek onze steden, wijken, buurten en dorpen leefbaar, herkenbaar en aangenaam?

Binnen deze context werken Libau en GRAS in opdracht van de provincie Groningen aan een handreiking, bestemd voor Groninger gemeenten. We spraken daarvoor mensen die werkten aan projecten waarbij het proces dienstbaar was aan de inhoud en de ambitie. Bij wijze van teaser voor het eindproduct publiceren we de komende tijd een aantal van deze interviews.

Met zijn bureau MX13 won Van der Scheer de eerste selectie. Hun plan overtuigde de jury, waarin naast Kleiman een projectleider van Rizoem, een bewoner en een vertegenwoordiger van Goud Wonen zaten.

Via-via werd de architect tijdens de onderzoeksfase geattendeerd op een tentoonstelling over Berend Jager, een architect die in Uithuizen veel ontworpen heeft. ‘Zijn sobere Amsterdamse School-stijl paste goed bij Uithuizen-Noord. Voor ons lag het voor de hand dat als inspiratie te gebruiken. Met die interpretatie vonden we aansluiting bij de signatuur van het dorp.’

‘Je moet in elke fase van een proces ruimte laten voor kennis en expertise. Daar wordt het resultaat alleen maar beter van’

Ook op detailniveau zocht het bureau navolging bij Jager. In de aandacht voor de huisnummers bijvoorbeeld, en met het accentueren van het begin van de straat met een torentje.

Elke voordeur heeft in het plan een nis met een zitbankje. In de zijgevels van de woningen komt een aantal uitgezaagde stukken metselwerk van de oude gevels. Dat ziet er niet alleen mooi uit, het verbindt ook het oude met het nieuwe. 

Architectuur van Berend Jager in Uithuizen, uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw

De straat krijgt nieuwe waarde als verblijfplek. In het stedenbouwkundig plan worden de achtertuinen van de woningen iets minder diep, daardoor komt in het binnengebied ruimte vrij om auto’s te parkeren. Die verdwijnen daardoor grotendeels van de straat.

Kleiman laat een kaart van het plangebied zien, met daarin een centrale waterpartij: een nieuw, openbaar groen gebied tussen de woningen in. In het stedenbouwkundig plan is het is een belangrijk, verbindend element.

Van der Scheer: ‘Tijdens de uitwerking van ons architectonisch plan zei ik op een gegeven moment tegen Gerben dat het goed zou zijn om eens te kijken hoe de openbare ruimte op dat plan zou aansluiten. Toen bleek dat de gemeente al bezig was met het voorbereiden van een bijeenkomst waar bewoners onder meer konden kiezen uit verschillende lantaarnpalen. Er werden zelfs al plannen gemaakt voor de aanleg van nutsvoorzieningen.’

Heel voortvarend, maar wel wat snel. Binnen de gemeente had niet iedereen scherp dat een stedenbouwkundig plan nog een ontwerpslag nodig heeft, voor zowel de bebouwing als de openbare ruimte. Door zijn collega’s wakker te schudden en na ‘diverse crisisgesprekken’ wist Kleiman ervoor te zorgen dat ook de openbare ruimte zorgvuldig werd vormgegeven.

Kleiman: ‘Mensen hebben tegenwoordig op een of andere manier de neiging dingen te willen vaststellen. Maar je moet in elke fase van het proces gebruik kunnen maken van kennis. Ook met de expertise van een architect komen er dingen in het plan die je vooraf niet zelf had bedacht. Die ruimte moet er altijd zijn. Daar wordt het resultaat alleen maar beter van.’

Ontwerp van MX13 voor Uithuizen-Noord (visualisatie)

De ruimte krijgen voor kwaliteit

Waar architecten decennialang een bepalende rol hadden in de woningbouw, is dat tegenwoordig niet meer zo. Hun bijdrage is precair. Ontwerpers moeten vaak bij voorbaat al afstand doen van hun auteursrecht, zodat wanneer in de toekomst pak ‘m beet de kozijnen een andere kleur moeten krijgen, daar geen gedoe over ontstaat.

Ook is het geen vanzelfsprekendheid dat architecten van begin tot eind betrokken kunnen blijven bij een project. De uitwerking vindt dan plaats onder regie van de aannemer. Bovendien beperkt de opdracht zich vaak spreekwoordelijk – of letterlijk – tot het ontwerpen van de gevel.

Van der Scheer voelt die kwetsbaarheid regelmatig. ‘Als architect voel ik me verantwoordelijk voor het borgen van de kwaliteit van een plan. Dat werkt het best wanneer je ook echt samen aan zo’n plan kunt werken. En dan het liefst op basis van een volledig uitgewerkt ontwerp.’

Toch is het niet gebruikelijk dat architecten die ruimte krijgen, laat staan dat ze betrokken worden bij het kiezen van een aannemer. Op voorspraak van Rizoem deed Goud Wonen dat laatste binnen dit project wel.

Van der Scheer: ‘Rizoem vond het belangrijk dat wij een goed gevoel bij de aannemer hadden. Daarnaast wisten ze uit hun eigen ervaring hoe ontzettend belangrijk een goede samenwerking tussen een architect en een aannemer is.' 

Rizoem was in meerdere opzichten een belangrijke factor. Hoewel er natuurlijk dingen beter konden, is Gerben Kleiman ervan overtuigd dat het project in Uithuizen niet zo geslaagd zou zijn als zij er niet bij betrokken zouden zijn geweest. ‘Veel corporaties vinden architecten vooral duur en zinloos. Ze schrijven aanbestedingstrajecten uit waar de prijs voor 80 procent de beoordeling bepaalt, en bij die beoordeling geen mensen met ruimtelijke kennis betrokken zijn. Bij Rizoem begrijpen ze wat ontwerpkwaliteit is, dat is iets wezenlijks.’

Vertrouwen

Vooraf dacht Marnix van der Scheer dat dit het meest spannende project zou worden dat hij ooit gedaan had. Op basis van wat hij in het aardbevingsgebied zag verrijzen, vreesde hij dat de opdrachtgever kwaliteit bij voorbaat al zou wegbezuinigen.

Het tegenovergestelde bleek het geval. Zo werkt aannemer Heijmans het plan van MX13 helemaal uit zoals de architecten het bedachten. ‘De getimmerde goot, het gemetselde plafond – alles. Dat maak ik niet vaak mee. Ik heb ook zelden zoveel vertrouwen in de uitwerking van een aannemer gehad als nu. Om de kleinste details vragen ze me om mijn mening. We denken met elkaar mee. Elkaar zien, goed luisteren, niet alleen aan jezelf denken, dat zijn cruciale aspecten. Als je zo kunt samenwerken, doe je graag iets extra’s voor elkaar.’

Dezelfde ervaring had Van der Scheer ook met de producent van de huisnummers, die naar zijn ontwerp uitgevoerd worden in oranje beton. Dankzij een meedenkende medewerker van dat bedrijf lukte het om ze binnen budget te maken. ‘Dat soort details geven de woningen extra kwaliteit en betekenis.’

Zoals vaak kwam het ook in Uithuizen neer op de juiste personen op de juiste plek. Bevlogen mensen die bereid zijn een stapje extra te zetten. Maar hoe zorg je dat je wat minder afhankelijk wordt van het individu? En dat je per definitie de middelmaat ontstijgt en de dorpen en hun bewoners echt iets goeds geeft?

‘Regelmatig remt een opdrachtgever ambities af, uit angst dat een plan daarmee te duur wordt. Liever zorg je er samen voor dat je iedere euro optimaal besteedt’

‘Als je op ruimtelijke kwaliteit inzet, krijg je veel betere resultaten, waar iedereen trots op kan zijn’, zegt Kleiman. ‘Gemeenten en opdrachtgevers hebben mensen nodig die snappen hoe dat spel werkt, wat ruimtelijke kwaliteit is en hoe je budget op de juiste manier inzet. Het gaat niet om het volgen van regels.’

Wat dat betreft kan ook het gemeentelijk beleid beter. Zo zitten veel welstandsnota’s vol kwantitatieve criteria. ‘Als het echt niet anders kan, mag je daarvan afwijken. Eigenlijk moet het precies andersom: zeg niet wat er moet gebeuren, maar stimuleer ontwerpkwaliteit. Pas als de ontwerper en de opdrachtgever er echt niet uitkomen, pak je die kwantitatieve criteria erbij.’

Ontwerp van MX13 voor Uithuizen-Noord (visualisatie)

Ook de bepalende rol van geld speelt mee, ziet Van der Scheer. ‘Het komt regelmatig voor dat een opdrachtgever ambities in een vroeg stadium afremt, uit angst dat een plan daarmee te duur wordt. Als je puur vanuit een spreadsheet denkt, kan ik me dat ook wel voorstellen. Ambitie hebben betekent een vergroting van je horizon, en dus onzekerheid over kosten. Maar je kunt er samen voor zorgen dat je iedere euro optimaal besteedt. Dat vraagt over en weer om vertrouwen en collegialiteit. Als je elkaar dat geeft, krijg je iets goeds.’

De plek van participatie

Hoewel in Uithuizen-Noord bovengemiddeld veel goed is gegaan en er een overtuigend plan ligt waar eigenlijk iedereen blij mee is, zien zowel Kleiman als Van der Scheer nog verbeterpunten. Bijvoorbeeld in de selectieprocedure.

Voor Kleiman stond het als een paal boven water dat MX13 ook het tweede deel van de ontwikkeling moest ontwerpen. Op die manier kon de ruimtelijke samenhang in het plan geborgd worden. Bovendien ging het hier om een sloop-nieuwbouwopgave waarbij de bestaande naoorlogse woningen identiek waren, destijds gebouwd en ontworpen door dezelfde aannemer en architect. Het zou niet meer dan logisch zijn om dat ook nu te doen.

Toch vond voor de tweede fase een nieuwe selectie plaats, onder meer omdat Goud Wonen op die manier de participatie van bewoners een plek wilde geven. Kleiman: ‘Natuurlijk is het essentieel dat je bewoners goed meeneemt in de plannen. Maar of een architectenselectie daarvoor de juiste plek is, kun je je afvragen.’ 

Tijdens de selectie voor het tweede deel van het plan zat maar één bewoner aan tafel. De rest van de straat had geen interesse. Die ene bewoner had in de jury wél 25 procent inbreng, benadrukt Van der Scheer. En dat voor een plan dat voor minstens vijftig jaar het aanzien van een plek zal bepalen. En waarbij je niet alleen aan de bewoners van nu moet denken, maar ook aan de toekomstige. In plaats van de nadruk te leggen op participatie had de ruimtelijke samenhang in de selectie zwaarder meegewogen moeten worden, vindt hij.

Ontwerp van MX13 voor Uithuizen-Noord (visualisatie)

De inhoud is belangrijker dan het proces 

MX13 deed mee aan de tweede selectie, en won – al scheelde het weinig. Van der Scheer: ‘Het leek ons niet nuttig om in de presentatie voor de tweede fase alle procesinformatie te herhalen, vooral omdat we ons plan presenteerden aan nagenoeg dezelfde jury als in de eerste fase.’ 

Doordat het bureau de criteria daarmee niet letterlijk volgde, kreeg het een mindere beoordeling voor dat onderdeel. De selectie hing aan een zijden draadje. Kleiman, hoofdschuddend: ‘Een jurylid vond het volgen van het proces belangrijker dan de ruimtelijke samenhang in het plan.'

Zo’n selectie kan al met al nóg beter en slimmer. Door participatie op een andere manier te organiseren, maar vooral door het proces dienstbaar te maken aan de inhoud, in plaats van andersom. 

Kleiman bepleit ook om architecten nog meer ruimte te geven. Zo lagen in Uithuizen veel zaken al vast, zoals de kapvorm, de doorsnedes en de plattegronden. Van der Scheer: ‘Daarom hebben wij besloten ons toch primair te richten op de gevels, hoe graag we ook aan de plattegronden hadden willen sleutelen.’ De architecten vonden het risico te groot. ‘Jammer, want eigenlijk zorgt dit ervoor dat een opdrachtgever geen optimaal rendement haalt uit onze betrokkenheid als architect.’

Kleiman is het daarmee eens: ‘Als je de architect meer ruimte geeft, krijg je niet alleen een mooie gevel, maar ook veel betere plattegronden voor hetzelfde geld. Je moet niks vaststellen voordat het hele verhaal klaar is. Blijf als goede opdrachtgever dus weg van rigide kaders. Want die leiden eigenlijk altijd tot middelmatige shit.’

‘Weet wat je belangrijk vindt,’ besluit Van der Scheer, ‘wees nieuwgierig, heb een open blik en nogmaals: werk samen op basis van vertrouwen en een goed verhaal. Dat betaalt zich altijd uit.’ Bovendien is het wederkerig: ‘Een bevlogen architect werkt altijd hard, maar voor een fijne opdrachtgever nog nét iets harder.’