Scholenbouw

Campus Eemsdelta maakt van de nood een enorme deugd

Vier scholen, één hart en een buitenruimte vol kwaliteit

Tekst:
Leestijd: .

Met de aardbevingsproblematiek als versnellend mechanisme verrijzen in de provincie Groningen veel nieuwe schoolgebouwen. Binnen die opgave is Campus Eemsdelta een opvallend project. In het complex kregen vier verschillende scholen een eigen plek, terwijl ze ook een groot deel van de ruimte samen delen. Hoe pakt dat in de praktijk uit?

Tussen 2014 en 2022 werden alle schoolgebouwen in Noordoost-Groningen geïnspecteerd. Door de aardbevingen in het gebied was de veiligheid van leerlingen in het geding gekomen. Aan alle scholen moet iets gebeuren, luidde de conclusie, variërend van lichte versterking tot sloop.

Veel scholen in het gebied worstelen met de gevolgen van krimp en leerlingendaling. Daarnaast voldoen de schoolgebouwen soms niet meer aan de eisen van nu. Ook kan het onderwijsaanbod in de regio beter.

Die uitgangspunten, gekoppeld aan de versterkingsoperatie, leidden een paar jaar geleden tot een grootschalig scholenbouwprogramma, gefinancierd door het Rijk, gemeenten en de NAM. 101 schoolgebouwen worden daarbij bouwkundig versterkt, verbouwd of gesloopt, en er worden 42 nieuwe scholen en kindcentra gebouwd. Intussen is het programma volop in uitvoering, meer dan de helft van de gebouwen is versterkt of vervangen.

Radiale opzet

Campus Eemsdelta, aan de noordoostkant van Appingedam, is een van die nieuwe schoolgebouwen. Vier verschillende scholen kregen een plek in het complex dat in 2022 opgeleverd werd. De Unie Architecten ontwierp de campus, architect en bureaupartner Rik Veltman leidde het project tijdens de ontwerpfase.

De ontwikkeling waarbij middelbare scholen op een hoop geveegd worden, is niet per se een positieve, zegt Veltman als we het parkeerterrein voor de campus oprijden. Des te belangrijker was het voor de architecten om in dit ontwerp zorgvuldig om te gaan met de identiteit en de plek van elke afzonderlijke school. Een goed voorbeeld van een dergelijk middelbareschoolcomplex was er niet. Je zou het gerust een nieuwe typologie kunnen noemen, stelt hij.

Foto's: Egbert de Boer

Boven de hoofdentree van het gebouw leunen een paar scholieren tegen de metalen railing van het dek dat boven de binnentuin zit. De basisvorm van de campus, een cirkel met daaromheen afzonderlijke gebouwdelen, komt voort uit de radiale structuur van een Gronings wierdedorp. Hier vormt niet een kerk, maar een centrale ontmoetingsruimte het hart.

Waar de verschillende scholen samen één complex delen, hebben ze binnen dat complex ook elk een eigen gebouw. Het zijn afzonderlijk vormgegeven volumes, met stuk voor stuk een uitgesproken kap.

Het bovenste deel van de gevels is bekleed met hergebruikt aluminium, het onderste deel met plankjes die lijken op hout, maar gemaakt zijn op basis van rijstvliesjes. Het is een innovatief Nederlands product. Via spandraden die over de hele gevel lopen, kan groen omhoog klimmen – de eerste planten hebben al voorzichtig de weg omhoog ingezet. Uiteindelijk moeten de gevels helemaal groen zijn, en daarmee de gebouwen niet alleen klimaatbestendig maar ook natuurinclusief maken.

Landschapsarchitectenbureau Felixx tekende voor het ontwerp van het buitenterrein. Op het entreeplein staan sculpturaal vormgegeven stenen bankjes, omgeven door glooiende grashellingen. Links worden de laatste gebouwen van de school die op deze plek stond, afgebroken. Rechts ligt de oude wierde van Solwerd, een nauwelijks nog in die vorm te herkennen dorpje dat intussen een wijk van Appingedam geworden is. 

Om de campus heen ontwierp Felixx ‘landschapskamers’, elk met een eigen thema dat past bij wat er in de gebouwen gebeurt. Je vindt er een kwekerij, een leerplein, een sportstrand en een klein wetenschappelijk bos aan de ecologische vijver.

Foto's: Egbert de Boer

Hart als plein en boulevard

Het is pauze, en dus druk in en om het gebouw. Binnen zitten leerlingen op bankjes en stoelen die in een cirkelvormige boulevard staan. Dit is het hart van het complex, het fungeert als ontmoetingsplek én als doorgaande weg langs de verschillende schoolgebouwen. De architecten bedachten het als alternatief voor een grote, intimiderende aula.

In het hart zijn verschillende hoekjes en zitplekken, omgeven door grote planten. Door een grote glazen pui kijk je direct uit op de groene binnentuin en de patio, die onderdeel vormen van de kern. ‘Gebouwen keren zich vaak af van het landschap’, zegt Veltman. ‘Dat wilden we hier anders doen, door een hart te maken waar het landschap onderdeel van is.’

‘Kinderen van verschillende scholen komen elkaar hier tegen, dat bevordert de kansengelijkheid’

‘Een van de uitgangspunten was dat de verschillende scholen elk hun eigen thuisbasis moesten krijgen, maar dat er ook een ontmoetingsplek zou zijn waar alle leerlingen samenkomen’, zegt Klaas Reinders, projectdirecteur van Campus Eemsdelta en opdrachtgever van Veltman. Vanuit de centrale cirkel hebben de verschillende schoolgebouwen elk een eigen ingang. Kinderen die zich tijdens pauzes liever terugtrekken uit de drukte, kunnen in hun ‘eigen gebouw’ op verschillende plekken de rust vinden.

Dat blijkt in de praktijk goed gelukt. Hoewel de kinderen van verschillende gebouwen en locaties komen, mengen ze zich in de pauze met elkaar. Reinders: ‘Daardoor worden ze in een brede gemeenschap gevormd. Dat bevordert de kansengelijkheid, een belangrijk element voor ons.’

Foto's: Egbert de Boer

Direct aan de binnencirkel ligt de mediatheek. Medewerker Barbara van Hofslot ziet van daaruit dat het gebouw werkt. Het hart fungeert als een promenade, merkt ze. ‘Je hoort leerlingen tegen elkaar zeggen: “Zullen we even een rondje lopen?” Zo zoeken ze elkaar op en kijken ze wie ze onderweg tegenkomen.’

Van Hofslot is blij met de centrale plek die de mediatheek gekregen heeft. ‘Dit is een stille ontmoetingsplek, een heel andere kwaliteit. Zo’n plek heb je nodig in een gebouw, een rustig hoekje waar je even kunt gaan zitten.’

Intensief ontwerpproces

Bij het selecteren van het ontwerpteam voor de campus was geld niet het belangrijkste criterium. Wie met het beschikbare budget het beste plan wist te maken, kreeg de opdracht. Achttien bureaus uit heel Nederland, waaronder een paar gerenommeerde, schreven in op het project. De Unie Architecten, een van de weinige inzenders uit Groningen, kwam als winnaar uit de bus.

‘Voor ons was het niet zo relevant dat het een Gronings bureau is’, zegt Reinders. ‘Laat staan dat we hen daarom gekozen hebben. Ze zijn het geworden vanwege de kwaliteit van hun ontwerp.’

Twee tot drie jaar lang hielden de architecten bijna wekelijks ontwerpworkshops met de toekomstige gebruikers. Reinders, die al een paar keer als directeur betrokken was bij de bouw van een school, zegt nog niet eerder zo’n intensief proces als dit meegemaakt te hebben.

Voor Veltman was het een meerwaarde om de gebruikers zo nauw bij het plan te betrekken. ‘Dat zal waarschijnlijk elke architect zeggen. Maar ik kreeg er echt energie van. Je moet mensen onderdeel maken van de keuzes die er zijn. Dan breng je veel meer teweeg dan wanneer je zelf zegt hoe het moet.’

Foto: Egbert de Boer

Ruimtelijk goed uitgedacht

De pauze is voorbij, in het hart van het gebouw is het leeg en rustig. Een paar meisjes zijn blijven hangen, ze maken een filmpje met hun telefoon. Verderop spelen twee jongens een potje airhockey.

In de techniekvleugel staan drie leerlingen en een docent rondom een 3D-printer. Hier fungeert de gang tegelijkertijd als werkruimte, waardoor het niet alleen een interessantere plek wordt, maar in het ontwerp ook ruimte bespaard is.

Reinders: ‘De vleugels zijn compacter gemaakt, zonder daarbij veel lokaalruimte te verliezen. Een deel van de ruimte die normaal voor onderwijs gereserveerd zou zijn, is teruggebracht in het hart. Dat komt echt uit de koker van de architecten.’

In de werkplaats voor motorvoertuigen staat een auto op een brug. Een groot venster maakt alles zichtbaar. ‘Zelf zat ik op een lyceum waar ik nooit met techniek in aanraking kwam’, zegt Veltman. ‘Dat wilde ik hier anders doen, die autowerkplaats moet je kunnen zien.’

‘Het idee is dat leerlingen geïnspireerd worden door wat ze buiten zien. Hoe groter het raam, hoe beter’

We gaan terug het hart in, een deur door en een trap op. Dit is de George Martensschool voor praktijkonderwijs. In het verlengde van de lokalen zitten leerpleinen, waar leerlingen in kleine groepjes of alleen kunnen werken. In deze vleugel zijn dat besloten hoekjes waar kinderen zo min mogelijk prikkels krijgen. Het is precies zo’n element dat tijdens de workshops op tafel kwam.

Foto: Egbert de Boer

In het volgende schoolgebouw, van het Rudolph Pabus Cleveringa Lyceum, dromt een klas met leerlingen uit 6 vwo samen voor een van de lokalen. Ook hier zijn leerpleinen, aan de hoeveelheid afval die er ligt zie je dat ze goed gebruikt worden. Een trappenhuis en een vide vormen de kern van dit gebouwdeel, met daaromheen alle lokalen en leerpleinen. Het is een heldere opzet.

Elk lokaal in het complex heeft grote vensters, hier en daar zelfs opvallend groot. Veltman: ‘Je hebt hier een heel mooi, rustig uitzicht. Je ziet het Damsterdiep en de rietlanden in de omgeving. Het idee is dat leerlingen daar een beetje door geïnspireerd worden. Hoe groter het raam, hoe beter.’

Hoewel dit gebouw qua kleur en materiaal niet anders is dan de andere onderwijsgebouwen, en je ook hier de andere delen van het complex kunt zien, voelt het voor leerlingen en docenten echt als hun eigen plek. Ruimtelijk zit het ontwerp van de campus goed in elkaar.

Foto: Egbert de Boer

Door kinderogen bekeken

Het hele complex voelt licht en open, waarbij de lichtinval op een verrassende manier steeds van een andere kant komt. Ook de speels geplaatste verhogingen en kleine of grotere tribune-elementen die op meerdere plekken terugkomen, vallen op. De systeemplafonds detoneren een beetje bij de kwaliteit van de rest van het complex. Maar bij een project op deze schaal, en met de extra aandacht en het extra geld dat naar het hart ging, was daar geen ontkomen aan, zegt Reinders.

Leerlingen werden tijdens de uitvoering van het ontwerp op de hoogte gehouden, maar niet betrokken. Gek eigenlijk, aangezien zij toch de belangrijkste gebruikers van het gebouw zijn. ‘Dat is ook zo’, zegt Reinders. ‘Alleen tussen ontwerp en uitvoering zat een paar jaar tijd. Veel kinderen zouden niet meer op deze school zitten als het klaar zou zijn, daarom ontbrak bij hen de intrinsieke motivatie.’

Door de keuze om kinderen niet te betrekken, klinkt er nu soms kritiek, vertelt Reinders. ‘Leerlingen vinden dat er te weinig kleur in het gebouw zit. Dan merk je dat we als volwassenen anders kijken. Voor kinderen is herkenning in kleur en beeld belangrijk.’

De lichte kleuren en het hout van de wanden geven het gebouw een zachte uitstraling. ‘Dat bevordert de concentratie’, zegt Veltman. Maar door kinderogen bekeken is het daardoor inderdaad wel een tikje saai.

Foto: Egbert de Boer

Foto: De Unie Architecten

Verbindend buitenterrein

Uit een kantoorruimte klinkt geschater. Overal in dit gebouw is leven, nergens zijn donkere hoekjes. Klaas Reinders is trots op hoe het plan uitgepakt heeft, niet in de laatste plaats omdat hij zelf nauw bij de totstandkoming betrokken was. Grijnzend: ‘Eigenlijk is er geen vierkante meter waarover we niet gediscussieerd hebben. Soms dreef ik Rik tot wanhoop, denk ik. Maar we stimuleerden elkaar om het maximale eruit te halen.’

Veltman knikt, ook voor hem was het een intensief proces, maar wel met een mooi resultaat. ‘Zolang de communicatie maar helder en zuiver is, en je op inhoudelijk niveau met elkaar het gesprek blijft voeren.’ Op die manier maken architect en opdrachtgever samen een ontwerp beter. 

Het dek en de patio zijn samen overduidelijk de troefkaart van dit ontwerp

Reinders opent een deur die naar buiten leidt, naar het met biobased plankjes (dezelfde als op de gevels) beklede dek dat om de centrale patio heen ligt. Het eerste dat opvalt is het enorme oppervlak van het dek. Er zijn grote vakken met planten en er staan mooi ontworpen houten zitelementen.

Via een grote tribunetrap daal je af naar de groene binnentuin, die deels is opgezet als amfitheater. Het dek en de patio zijn samen overduidelijk de troefkaart van dit ontwerp. Ze verbinden alle schoolgebouwen met elkaar en bieden ruimte voor ontspanning, ontmoeting, buitenonderwijs en voorstellingen. ‘We zijn hier ontzettend trots op’, zegt Reinders. ‘Welke school heeft dit nou?’

Tegenover de tribune ligt een houten podium, omgeven door een grasveld in de vorm van een ongelijke vijfhoek. Een natuurstenen pad, ook in de vorm van de vijfhoek, geeft aan drie kanten toegang tot het hart van het gebouw. ‘Felixx stopte hier zoveel liefde in’, zegt Veltman. ‘Dat zij meededen, heeft enorm bijgedragen.’

Reinders gaat op de onderste traptrede van het houten podium staan en klapt in zijn handen. Hij gaat een trap hoger staan, en klapt nogmaals. ‘Hoor je hoe die 30 centimeter verschil voor een langere nagalm zorgt?’ De akoestiek is hier inderdaad spectaculair. Je bent buiten, maar het voelt als binnen.

Foto: Egbert de Boer

Zonder ambitie geen kwaliteit

Terug in het gebouw beklimmen we vanuit het hart de grote tribunetrap naar het 64 meter lange sportgebouw, het grootste volume in het complex. Het is met flexibele wanden opgedeeld in vier verschillende sportzalen.

Over een galerij lopen we boven de zalen langs. Je ziet en ruikt hier de indrukwekkende houten kapconstructie van het gewelfde dak. ‘Qua prijs kan hout niet concurreren met staal’, zegt Veltman. ‘Deze constructie is er gekomen doordat de opdrachtgevers er echt voor gingen.’

Reinders: ‘In een van onze eerste gesprekken zeiden we al dat de sportzaal geen lelijke vierkante doos moest worden. Die zie je overal in het landschap al. Ik heb in het plan op andere plekken een ton weg moeten halen om deze dakconstructie te kunnen realiseren. Intern moest ik mensen er ook van overtuigen dat dit kon. Maar ik heb er geen moment spijt van gehad.’

Elke goede architect wil plannen maken die duurzaam zijn. Maar meestal is het de opdrachtgever die bepaalt of daar ruimte voor is. Veltman: ‘Uiteindelijk gaat het om geld. Maar ook om een ambitie die je wel of niet hebt.’ Hij kijkt bewonderend naar de grote houten balken. ‘Moet je eens nagaan hoeveel CO2 hierin opgeslagen zit.’

Omdat een houten constructie voor het hele gebouw nog niet haalbaar was, heeft de campus een staalskelet. Dat is volledig demontabel, zodat de onderdelen ervan in de toekomst ook op een andere manier gebruikt kunnen worden. Ook de vloeren liggen los in het gebouw en kunnen er op een later moment uitgetild worden.

‘Wij hebben nu een indeling bedacht, maar de kans is groot dat die over 20 jaar gedateerd is’, zegt Veltman. ‘Misschien heb je straks wel lokalen zonder wanden. Zoiets kun je hier makkelijk inpassen. Op die manier maak je een gebouw hartstikke duurzaam.’