De geur van suikerbieten en gentrificatie

8 december 2021 Leestijd: 8 minuten

In het voorjaar van 2020 kwam een Deltaplan voor Noord-Nederland aan de oppervlakte. Honderdduizenden woningen, in ruil voor de realisatie van de Lelylijn, moet de uitkomst worden. Mette Wijling las het met verbazing en teleurstelling – en hield er een angstig voorgevoel aan over. Want is voor waarden als de Groninger cultuur en historie nog wel plek als een plan gericht op groei rücksichtslos uitgerold wordt over ons landschap?

Als ik naar huis fiets, jaagt de wind regendruppels, gele bladeren en de geur van suikerbieten in mijn gezicht. Langs het laatste stuk, door Leegkerk, heeft hij vrij spel. Op de in het Ommeland zo zichtbare horizon torent alleen de suikerfabriek de lucht in. De herfst ontgaat je hier niet en doet me soms verlangen naar het voorjaar.

Terwijl ik doortrap dwalen mijn gedachten af naar het vorige voorjaar. Toen waaide het ook in Groningen, maar rook het nog niet naar suikerbieten. Het kabinet was op dat moment nog niet zo lang geleden gevallen en de lobbytijd brak aan: hét moment om deltaplannen te schrijven.

Gedreven door de urgentie van een aanstaande formatie vonden plotseling allerlei grote partijen elkaar. De provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland verbonden bijvoorbeeld samen met de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Assen en Emmen visies aan daadkracht en schreven het Deltaplan voor Noord-Nederland. Vorige maand herhaalden de partijen hun pleidooi trouwens nog eens.

What’s in a name? Bij het woord ‘deltaplan’ denk ik aan iets groots, een mijlpaal in de geschiedenis met een voor- en een na-die-tijd. Het is natuurlijk ook bijzonder dat deze lokale, noordelijke overheden elkaar vonden en in zo’n korte tijd eensgezind een plan opstelden – maar ik zal vast niet de enige zijn geweest die vol verbazing en teleurstelling het stuk las. Toen ik het uit had overheerste trouwens een angstig voorgevoel: als dit maar niet rücksichtslos wordt uitgevoerd…

DE VALKUIL VAN GROEI

Nu is het dus herfst, de wind buldert nog steeds om de stad en partijen in Den Haag zoeken nog altijd naar gedeelde visies – of op z’n minst gebundelde daadkracht. En ik denk aan het Deltaplan voor Noord-Nederland. In het kort stond dit erin:

In ruil voor de realisatie van de Lelylijn bouwen we in Noord-Nederland 220.000 woningen, uitgebreid tot 320.000 in 2040. De verbeterde infrastructuur en de nieuwbouw moeten ervoor zorgen dat meer mensen (vanuit het Westen) zich hier gaan vestigen. Met een interstedelijk netwerk worden de woningmarkt en de arbeidsmarkt ontsloten en zo worden, volgens het plan, een kwalitatieve invulling van de ruimte, leefbare wijken, een versnelling van de energietransitie en een uit het slop getrokken woningmarkt bewerkstelligd.

Een direct gevolg van het aantrekken van kapitaalkrachtige bewoners is dat aan de kwetsbare horizon Suburbia verrijst en de wind geen vrij spel meer heeft

Fantastisch dat een mes aan zoveel kanten kan snijden; zo op het eerste gezicht doet het plan zijn naam misschien wel eer aan. En toch krijg ik er, trappend tegen de wind en kijkend naar de Groninger horizon, buikpijn van. De samenwerkende provincies en gemeenten stappen volgens mij in een al oude en bekende valkuil: inzetten op groei, op groter, op meer, op economie, leidt tot grotere leefbaarheid. Pardon, tot brede welvaart.  

Ergens in mijn achterhoofd kwekt Calimero hoe oneerlijk het is dat de ander groter is. Ging het vogeltje maar uit van zijn eigen kwaliteiten.

GENTRIFICATIEGEVAAR

Hoe wordt Noord-Nederland hier nou echt beter van? De aantallen en containerbegrippen vliegen je bij het lezen om de oren: verduurzaming, vergrijzing, wijkvernieuwing en krimp worden ingezet (misbruikt?) om de Lelylijn te bewerkstelligen. Het cultuurhistorische landschap, de schone lucht en de ruimte zijn stokpaardjes, maar nergens gaan de partijen in op hoe ze deze kwaliteit willen borgen met het bouwen van 220.000 woningen. Wel lees ik dat de woningen vooral binnen stedelijk gebied worden gebouwd. Volgens de auteurs draagt dit bij aan de eerder genoemde wijkvernieuwing, maar… hoe dan? Hoe borgen we de zachte waarden als cultuur en historie?

Het grote gevaar van dit plan is volgens mij dat de regio gentrificeert. Lees Jullie hebben ons niet ontdekt, wij waren hier altijd al van Massih Hutak maar eens en vul waar ‘Amsterdam-Noord’ staat ‘Nederland-Noord’ in. Het klinkt mooi, nieuwe doelgroepen aantrekken met een goede infrastructuur, betaalbare woningen en genoeg ruimte om je heen waar je lekker kan ‘recreëren’ (‘opnieuw maken’, aldus natuurfilosoof Matthijs Schouten), om de energietransitie te versnellen en armoede te bestrijden. Maar het leidt alleen maar tot meer onvrede en grotere verschillen.

Foto: Janna Bathoorn

Door in te zetten op economische groei help je vooral de kansrijke, participerende laag. Nieuwkomers mengen zich niet met oorspronkelijke bewoners, de groepen verdrukken elkaar. Het worden geen groene, gemêleerde wijken in Stad, of, wie weet, in die waardevolle ruimte van het Ommeland.

Een direct gevolg van het aantrekken van kapitaalkrachtige bewoners is dat de huizenprijzen stijgen, niet dat de woningmarkt weer doorstroomt. Dat aan de kwetsbare horizon Suburbia verrijst en dat de wind geen vrij spel meer heeft. Dat een groep bewoners die minder goed georganiseerd is, minder participeert en minder kapitaalkrachtig is, zich nog minder gehoord voelt. Dat leidt tot een grotere maatschappelijke onvrede en tot meer ‘proteststemmen’ bij verkiezingen.

EEN DELTAPLAN GERICHT OP REGIONALE KWALITEIT

Ik trap nog even door, want ik blijf mijn hoofd breken over de zo eenvoudig lijkende oplossing voor de vastgelopen woningmarkt, ongelijke arbeidsmarkt, moeizame energietransitie en verergerende polarisatie. Volgens de auteurs van het Deltaplan ligt deze dus in het ontsluiten van een interstedelijk netwerk. Voor mij brengt deze oplossing vooral gevaren met zich mee: de kwaliteit van onze ruimte komt onder druk te staan en regionale gentrificatie dreigt.

Daarnaast: de gebieden die op de kaart rood kleuren als het gaat om kansengelijkheid liggen niet in die steden die het netwerk verbindt (of ontbindt), maar ertussenin. Nergens kan ik terugvinden dat het verbinden van steden invloed heeft op sociale problematiek in die tussengebieden.

Niemand mag het proces platslaan en pragmatisch met een polderoplossing komen. Ruttes zijn verboden in de totstandkoming van een plan dat hoog-over, visionair, duurzaam, breed en diep moet worden

Begrijp me niet verkeerd, het is hoog tijd voor een Deltaplan voor het Noorden. Maar dan één waar kwaliteit centraal staat, niet een kwantitatieve invulling. Stel: geïnspireerd door de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland en de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Assen en Emmen ontwikkelen we een plan voor het Noorden. Een heel ander plan, misschien wel een écht Deltaplan. Want een Deltaplan breekt volgens mij met de oude, bekende wetten – dat wordt ons startpunt: we schudden het modernistische welvaartsdenken van ons af.  

We nemen de regionale kwaliteit als uitgangspunt en we zetten iets neer dat toekomstbestendig en generatie-overstijgend is. Wat we wel meenemen uit het huidige Deltaplan is het samenwerken, alleen niet locatie- maar thematisch gericht.

Hierover dromen terwijl je op de fiets zit, helpt tegen de buikpijn die het Deltaplan uit het vorige voorjaar veroorzaakte. Het maakt dat je zin krijgt in het volgende voorjaar. Dus ik ga nog even door.

SAMEN DE TOEKOMST VEILIGSTELLEN

Hoe kom je tot een breed gedragen, integraal, visionair plan? Een plan met een voor- en een na-die-tijd? Dat begint volgens mij met de juiste mensen uitnodigen en de juiste kartrekker vinden. Laatstgenoemde moet een partij vertegenwoordigen die geen winstbelang heeft, écht buiten de gebaande paden kan denken en zachte waarden hoog in het vaandel heeft staan. Ik zou zoeken in de culturele sector – GRAS misschien?

Vervolgens schuift een gemêleerde groep van filosofen, boeren, stedenbouwers, landschapsarchitecten en architecten, biologen, historici, politici, ontwikkelaars, bouwers, dorpsbelangen en beleidsmakers aan voor een langlopend project. Iedereen is welkom, behalve managers. Niemand mag het proces platslaan en pragmatisch met een polderoplossing komen. Ruttes zijn verboden in de totstandkoming van een plan dat hoog-over, visionair, duurzaam, breed en diep moet worden. Onder leiding van kunstenaars verkennen alle betrokkenen de ruimte naast de gebaande paden in hun hersenen, daarbij maken ze volop gebruik van de aanwezige expertise.

Foto: Janna Bathoorn

En dan: uitvoeren! Gemeenten en provincies werken mee, de lijnen zijn kort en behalve dat hun ontwikkelaars, beleidsmakers en politici als auteur verbonden zijn, hebben lokale overheden een faciliterende rol. Samen ontwikkelen we iets nieuws, anders en doordachts voor het Noorden, waarmee we de toekomst veiligstellen. Een mijlpaal.

Voor mij, op de fiets, is vooral ruimte om te dromen over het proces van het vormen van zo’n plan. Want wie ben ik om al na te denken over eventuele oplossingen? Ik ga gewoon nog eens op mijn pedalen staan en… hoop toch stiekem dat we in het landschap doorkijkjes naar het verleden creëren, om daarmee het land toekomstbestendiger te maken.

Dat kan bijvoorbeeld door gecontroleerd de Waddenzee weer binnen te laten en weer te leren leven met het water. Door oude, natuurlijke geulen in ere te herstellen, door historische kerkjes en dorpen op wierden te laten staan. Door te bouwen met maatwerk en kwaliteit, door dat te bouwen waar écht behoefte aan is, heel secuur, passend binnen de context en door gebruik te maken van leegstand (ja, ook daar waar slopen en nieuw bouwen goedkoper is). Door via opleidingen van het Alfa-college, Noorderpoort, de Hanzehogeschool en de RUG de regionale kennis in het onderwijs te verankeren en door met een brede, thematische samenwerking integraliteit te borgen.

En de Lelylijn? Prima, als die maar niet ten koste gaat van onze regionale kwaliteit.

Groningen is zo mooi, hoog tijd voor tegenwind.

***