De Spits: het korte leven van Heeringa's droomhuis

26 mei 2020 Door Leestijd: 8 minuten

Soms waardeer je iets pas als het er niet meer is. Maar voor je zover bent, moet je wel eerst weten dat het er überhaupt was. Dit is het wonderlijke verhaal van De Spits, het onbekendste gebouw uit de Groninger architectuurgeschiedenis. Over hoe Gerke Heeringa zijn droomhuis ontwierp, bouwde en binnen tien jaar weer afbrak.

De Spits, omstreeks 1930 // Foto: archief familie Heeringa

In november 2019 krijgen we bij GRAS een e-mail van Sieta Heeringa. Ze is de door ons uitgegeven stadsplattegrond van Groningen uit 1919 tegengekomen. Deze bijzondere kaart is getekend door haar opa, Gerke Heeringa. De plattegrond is al een tijd uitverkocht, we sturen Sieta het allerlaatste inkijkexemplaar dat we nog hebben.

Een paar weken later mailt ze opnieuw. Ze vraagt of wij het verhaal van De Spits kennen.

De Spits. Bij mij gaat geen belletje rinkelen. Zelfs collega Peter Michiel, alias de Wandelende Encyclopedie, kent het niet. Maar de paar zinnen die Sieta erover schrijft zijn genoeg om mijn nieuwsgierigheid te prikkelen.

De Spits was een opvallende woning die in de jaren 30 aan de Friesestraatweg stond, vertelt Sieta. Het huis was ontworpen en gebouwd door haar opa – die van de stadsplattegrond. Heeringa ging er zelf met zijn gezin wonen.

Tien jaar na de bouw was van de woning geen spoor meer terug te vinden. Als ik Google Street View raadpleeg zie ik op de bewuste plek een rij sobere jaren-dertig-woningen.

Hoe zit het met dat bijzondere huis? En waarom werd het zo kort na de bouw alweer afgebroken?

Via haar familie, die inmiddels grotendeels in Canada woont, achterhaalt Sieta oude foto's. Ze stuurt me de persoonlijke verhalen van haar in Canada wonende oom Henk en neef Jerry. Aan de hand van die documenten probeer ik het verhaal van De Spits te reconstrueren: het onbekendste gebouw uit de Groninger architectuurgeschiedenis.

Plattegrond van De Spits, vanuit herinnering getekend door Henk Heeringa

'A very fancy house'

Begin jaren 20 van de vorige eeuw koopt Gerke Heeringa een stuk land aan de Friesestraatweg, vlakbij de plek waar hij op dat moment met zijn vrouw en zeven zonen woont. Heeringa is bouwkundige en werkt als hoofdopzichter bij de gemeente. De Friesestraatweg bevindt zich op dat moment aan het randje van de stad, direct erachter begint het platteland.

Het vierkante stuk grond van ongeveer 4000 vierkante meter groot ligt tussen twee boerderijen in. Rond 1925 ontwerpt Heeringa er een groot familiehuis. Hij maakt er bouwplannen voor en voert die in eigen beheer uit. Zijn zoon Jan, die later aannemer wordt, doet daarbij het meeste timmerwerk.

Heeringa's droomhuis wordt in korte tijd gebouwd, maar wel met liefde en aandacht. Ook de deurstijlen en raamkozijnen maken ze met de hand. Henk, de jongste zoon van het gezin, herinnert zich dat hij onder de indruk was van het vakwerk van zijn vader en broer: 'In the end it was a very fancy house, and it was well built. It must have been the envy of many people.'

De Spits is inderdaad een bijzonder huis, zie ik op de foto's die er nog van zijn. Van de voorkant gezien heeft het een opvallend smal profiel. De bijnaam komt van het puntige dak, dat door dat smalle profiel extra hoog lijkt. Mensen uit de buurt noemen het 't Spitshoes. De kap van de woning is een kunststukje op zich.

Het huis heeft een flinke tuin, waar de familie allerlei groenten, aardappelen en fruit teelt. Er wordt zo veel geproduceerd dat ze een groot deel weggeven. 'The "dominee" always got a basket of "the choicest fruits of the land"', weet Henk nog. Voor het vlees houden ze konijnen, op een bepaald moment hebben ze er wel honderd.

Als je bedenkt dat er een familie van negen mensen en een inwonende dienstmeid woonde, is het huis verre van groot. Maar volgens Henk was het er heel comfortabel wonen. In De Spits is slechts één wc, maar dat is al een hele verbetering ten opzichte van het ouderwetse werk met een emmer.

Het is prima toeven in het huis aan de rand van de stad. De familie woont vlakbij Kostverloren, dat in die tijd bekend staat als een arme buurt. 'Everybody knew what Kostverloren was', zegt Henk. Ze komen er weinig.

De Spits vlak voor en na de afbraak, omstreeks 1936 // Foto: archief familie Heeringa

Het einde van De Spits

De geslaagde uitvoering van De Spits zet Heeringa ertoe aan om aan beide kanten van de woning nog een huis te bouwen. Maar om onduidelijke redenen krijgt hij het niet voor elkaar om daar een vergunning voor te krijgen. Opmerkelijk genoeg krijgt hij wel toestemming om er een rij woningen te bouwen. Heeringa besluit dat dan maar te doen, en ontwerpt een appartementencomplex met vier woonlagen.

Om het complex te kunnen realiseren moet Heeringa een serieus offer brengen: De Spits moet wijken. De woning, die er nog geen tien jaar staat en met veel liefde gebouwd is, zal zonder pardon tegen de vlakte moeten. Waanzin, toch? Niet voor Heeringa.

De beslissing om De Spits weer af te breken moet hem op z'n minst een paar slapeloze nachten gekost hebben, maar Heeringa neemt hem toch. Het kunnen bouwen van het appartementencomplex is kennelijk belangrijker dan het behoud van de fraaie, door hemzelf ontworpen en door zijn zoon getimmerde woning.

Ingenieus plan

Heeringa ontwerpt ook de appartementen zelf, samen met zijn vierde zoon Jaap, die bij een architectenbureau werkt. Zijn neef Ibele mag de bouw voor zijn rekening nemen.

Om De Spits niet direct te hoeven afbreken en het gezin niet dakloos te maken, bedenkt Heeringa een ingenieus plan. Hij bouwt eerst de beide uiteinden van de rij en werkt van twee kanten naar De Spits toe. De woning kan op die manier blijven staan tot de rij gesloten wordt. Het levert een bijzonder beeld op, met het fraaie huis wachtend op zijn einde, ingeklemd tussen twee onafgemaakte bouwdelen.

Rond 1936 zijn de twee delen dusdanig gevorderd dat het tijd is ze met elkaar te verbinden. 'The beautiful "real house"', zoals Henk het noemt, wordt afgebroken. Het gezin verhuist onder 'unusual circumstances' van De Spits naar het appartementencomplex.

Alle meubels worden in de studeerkamer gezet en via het raam naar de op dat moment nog open tweede verdieping van het nieuwe blok getild. Daar wordt alles verder naar de derde en vierde woonlaag getild, waar het gezin gaat wonen.

Uiteindelijk sluit de rij woningen zich. De Spits verdwijnt, voor het gebouw goed en wel deel geworden is van het weefsel van de stad. Henk merkt op dat zelfs zijn auto ouder is dan het huis ooit geworden is.

Alleen de originele kelder van de woning blijft bestaan, deze wordt onderdeel van een van de appartementen. Op de grond achter de huizen, waar ooit de grote tuin vol groenten, fruit, konijnen en kippen was, komt een bedrijf dat garageboxen verhuurt.

 

Friesestraatweg, 1937 // Links het appartementencomplex van Heeringa // Foto: Stadsontwikkeling en volkshuisvesting, Beeldbank Groningen (collectie Groninger Archieven)

Verstopt in de kelder

Heeringa, zijn vrouw en hun drie jongste zoons verhuizen in 1939 naar Haren. Ook zoon Meint, de vader van Sieta, vindt daar een huis met zijn kersverse echtgenote.

Heeringa's zoons Jan en Jaap wonen, tot ze in 1952 naar Canada emigreren, jarenlang in het door hun vader ontworpen appartementencomplex aan de Friesestraatweg. Jans zoon Gerke jr., in Canada door het leven gaand als Jerry, een neef van Sieta, herinnert zich hoe Duitse soldaten tijdens een razzia in 1944 de straat afsloten.

Op zoek naar gezonde jonge mannen gaan de Duitsers van deur tot deur. Jerry's vader ziet werken voor de vijand niet zitten en springt aan de achterkant van het huis van het balkon. Hij verstopt zich in de kelder van de onderbuurvrouw – de kelder die vroeger bij De Spits hoorde.

Een jaar later komen Canadese troepen tijdens de bevrijding van Groningen vanuit de velden achter de Friesestraatweg. Ze klimmen via het balkon de woning van Jerry en zijn ouders binnen. In het appartement erboven zetten ze een machinegeweer neer. Er sneuvelen veel gebouwen in de stad, maar het appartementencomplex van Heeringa overleeft de oorlog zonder echte kleerscheuren.

Onzichtbare geschiedenis

Rond de tijd dat De Spits afgebroken wordt, krijgt Heeringa bij de gemeente gedoe met zijn nieuwe baas. Waar hij een goede relatie had met zijn vorige baas, ingenieur J. A. Mulock Houwer, pakt diens opvolger hem een aantal van zijn verantwoordelijkheden af. Heeringa moet dit opgevat hebben als een degradatie en neemt in 1938 ontslag, na 33 jaar dienst. In 1970 overlijdt hij op 87-jarige leeftijd in Haren.

Wie tegenwoordig in de Friesestraatweg komt, ziet daar nog altijd het appartementencomplex staan dat Heeringa ontwierp. Het is door de jaren heen uitgebreid en een stuk breder dan het oorspronkelijk was. Desalniettemin houdt het de herinnering aan zijn ontwerper in leven. Sieta ging er een paar jaar geleden kijken en zag dat in bepaalde woningen alles nog in originele staat was.

Van De Spits is niks meer terug te zien, niemand zou kunnen raden dat er ooit een statig huis stond. De woning kreeg van Heeringa zelf de kans niet een plek in de geschiedenis van de stad te veroveren, maar krijgt die plek hierbij postuum alsnog.

***