De stenen van Daan: de sleetsheid van het herdenken

4 februari 2020 Door Leestijd: 8 minuten

Daan Roosegaarde maakte onlangs een kunstwerk om 75 jaar bevrijding van Auschwitz te herdenken. Bram Esser is niet overtuigd door de boodschap ervan, en vindt dat de kunstenaar hapklare brokken met een verzonnen betekenis serveert.

Levenslicht van Daan Roosegaarde in Delfzijl // Foto: Janna Bathoorn

Marketingmonument

Op 16 januari 2020 presenteerde Daan Roosegaarde in Rotterdam Levenslicht, dat hij in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei maakte om 75 jaar bevrijding van Auschwitz te herdenken. Het werk bestaat uit een grote cirkel, gevuld met stenen. Het heeft wel wat weg van Richard Long’s land art-projecten. Al doen we de legendarische Long daarmee tekort.

Tussen de stenen plaatste Roosegaarde kleine paaltjes waar blauw licht uit komt. Ze ogen als miniatuur-wachttorens. Na de presentatie werd de grote cirkel opgedeeld in kleinere hoopjes stenen die samen met een wachttorentje naar talloze Nederlandse gemeenten werden gebracht: plekken waar in de Tweede Wereldoorlog Joden zijn weggevoerd.

Iedere gemeente mocht zelf een plekje zoeken om de stenen neer te leggen. Natuurlijk wel in de buurt van een stopcontact, om het lampje van de wachttoren aan te kunnen steken. Ze zijn onder meer te vinden in Delfzijl en in de synagoge in Groningen.

De stenen, allemaal uniek volgens de kunstenaar, verwijzen naar de 104 duizend Nederlanders (vooral met een Joodse achtergrond) die in de Tweede Wereldoorlog werden gedeporteerd. Met dank aan de nazi's en de meebuigende Nederlanders.

Toch overtuigt het kunstwerk niet. Het wekt zelfs irritatie en verontwaardiging op, althans wel bij mij. Dat komt in de eerste plaats omdat de kunstenaar alvast vertelt wat we zien.

‘Het is net alsof de stenen ademen’, zegt Daan de kunstenmaker over zijn Levenslicht. ‘Het is net alsof de stenen ademen’, zegt RTV Drenthe. ‘Het is net alsof de stenen ademen’, echoot omroep Friesland. De kunstenaar die vertelt wat we zien en voelen, blijft een bijzonder ongemakkelijk schouwspel, zeker als het gaat om een Holocaustherdenkingsmonument. Daar zou toch iedereen zijn eigen gevoelens en gedachtes bij mogen hebben.

Een goed kunstwerk is een kunstwerk waar je naar terug kan keren om er telkens weer wat nieuws aan te ontdekken. Het moet gelaagd zijn.

Verkeerde vragen

De Volkskrant schrijft: ‘De kring van stenen vormt het tijdelijke, interactieve monument Levenslicht van kunstenaar, ontwerper en uitvinder Daan Roosegaarde.’ Dat woordje ‘interactief’ is afkomstig van Daan zelf en vindt zo listig z’n weg naar het stukje van de trouwe journalist die zich aan het persbericht houdt.

Het mediafenomeen benadrukt dat Levenslicht geen traditioneel statisch monument is waar mensen alleen maar de rol van observant hebben. Het monument vraagt juist om sociale participatie. Dit is een trucje dat hij vaker uithaalt.

Roosegaarde roept een beeld op van het traditionele monument – statisch en weinig uitnodigend – en zet daar dan zijn eigen verhaal van dynamisch en interactief tegenover. Zo was ook zijn tentoonstelling in het Groninger Museum vernieuwend. Bij normale exposities hangen overal bordjes met ‘niet aankomen’, terwijl je bij hem juist wordt uitgenodigd de interactie aan te gaan. 

Levenslicht van Daan Roosegaarde in Delfzijl // Foto: Janna Bathoorn

Maar wat is er dan precies interactief aan Levenslicht? Dat er een lamp aan en uit gaat? En hoe nodigen zielloze hoopjes stenen rond een zwart lantaarnpaaltje nou uit tot participatie? En hoezo ademen deze stenen? Al deze mensen ademen juist niet meer – ze zijn vergast.

De uitvinder zegt het mooi te vinden dat kunst mensen kan verbinden. Maar het is toch niet de kunst die hier zou moeten verbinden, maar het herdenken?

Dat kunst vragen oproept, wisten we al, maar dit zijn volgens mij de verkeerde vragen. Bovendien worden ze niet opgeroepen door het werk, maar door de kunstenaar en zijn uitspraken.

Hoe te herdenken?

Herdenken is een lastige kwestie. Op 5 mei 2015 gaf journalist en essayist Ian Buruma ons wat richting. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam sprak hij over het belang van herdenken en dat dit iets anders is dan herinneren.

Ik geloof dat ik begrijp wat hij bedoelt. Herdenken gaat dieper en heeft iets fysieks. Het is verwant aan herkauwen en opnieuw verteren. Je herinnert je een vakantie, maar je herdenkt de doden van een oorlog.

Het Auschwitzmonument van Jan Wolkers voldoet wel aan dat criterium. Wolkers’ gebroken spiegel in het Wertheimpark te Amsterdam geeft een verwrongen beeld van onszelf en raakt ons in de ziel.

Her-denken is het telkens opnieuw denken van een gebeurtenis. Dan red je het niet met een likje glow-in-the-darkverf

Wolkers heeft een idee of concept als vertrekpunt gehad en is van daaruit zijn werk gaan ontwikkelen. Althans, die suggestie weet hij te wekken. Bij Daan Roosegaarde is het omgekeerde aan de hand; hij begint met het feit dat hij iets met licht wil doen (want hij doet altijd iets met licht) en verzint daarna het verhaal erbij.

Het is dus die omgekeerde volgorde waardoor je meteen voelt dat je wordt opgelicht. Het zijn gladde praatjes voor een kunstwerk waar hij weinig voor heeft gedaan. Daan herkauwt niet, Daan verteert niet, Daan serveert hapklare brokken.

Symboliek uit een potje

Hoewel de partij machinaal gehakte stenen eerder doet denken aan de industriële manier waarop deze mensen zijn afgeslacht, zeker in combinatie met dat grid aan miniwachttorentjes, benadrukt Roosegaarde juist dat iedere steen uniek is. Hij zegt geïnspireerd te zijn door de stenen die op Joodse kerkhoven op de graven worden gelegd.

Voor het gemak vergeet hij even dat dit steentjes zijn die opgeraapt worden van de grond: stenen die toevallig in de buurt lagen. Zo krijg je een grote variatie aan vorm en kleur. Een kiezel naast een vuursteen en een stukje grind; er ontstaat variatie. Bovendien gaan de stenen over het bevestigen van een persoonlijke band tussen de nabestaanden en de overleden persoon. De steen symboliseert de belofte dat men voortbouwt op de goede daden van de overledene.

Daan Roosegaarde, de kunstmarketeer, bouwt vooral voort op zijn eigen vermeende goede daden. Hij denkt dat je symbolische lading kunt geven aan een kunstwerk door het te benoemen. ‘Licht is leven, licht is hoop’, ’het leven is kwetsbaar’, ’kunst verbindt’. Maar symbolische waarde kun je niet produceren, zeker niet door het roepen van uitgewoonde clichés.

Herdenken is een langzaam proces. Her-denken is het telkens opnieuw denken van een gebeurtenis. Dan red je het niet met een likje glow-in-the-darkverf. Misschien dat de stenen ooit een symbolische waarde kunnen krijgen, maar dat kost tijd. Het publiek moet de stenen eerst gaan omarmen. De zakenman-vormgever loopt op de zaken vooruit.

Levenslicht van Daan Roosegaarde in Delfzijl // Foto: Janna Bathoorn

Nooit meer Auschwitz

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei treft natuurlijk de meeste blaam. Een opdrachtgever zonder ideeën is uiteindelijk erger dan een kunstenaar zonder ideeën. Hun keuze voor Daan Roosegaarde is illustratief voor de sleetsheid waarin het herdenken terecht is gekomen.

Het comité moet bovendien eens ophouden met de leus ‘Nooit meer Auschwitz’. Het is een kreet van vlak na de oorlog. Inmiddels zijn we alweer wat genocides verder. Denk Rwanda, denk voormalig Joegoslavië. Ik kan het comité trouwens geruststellen: Auschwitz zal niet meer terugkeren, niet op deze manier. Er zijn inmiddels talloze andere denkbare manieren om mensen te ontmenselijken.

We zouden er wat vaker bij stil moeten staan dat er een beest in ons schuilt dat zich makkelijk laat opjutten. Niet uit kwaadaardigheid, maar uit een verkeerd begrepen werkelijkheid. De anti-jodenpropaganda uit de jaren dertig is een vorm van fake news die leidde tot een moordprogramma waar zelfs Hitler aanvankelijk niet op gekomen was.

Stemmingmakerij is levensgevaarlijk. Geert Wilders en Thierry Baudet zeggen dat ze een nieuw soort realisme in de politiek vertegenwoordigen. Denk daarbij aan het filmpje dat laatstgenoemde in mei vorig jaar via Twitter verspreidde. Vrouwen maken er melding van verkrachting door migranten, terwijl Mark Rutte, Rob Jetten en Jesse Klaver voorbij komen met bordjes waarop staat ‘Ich habe es gewusst’. Nieuw realisme dat in onzekere tijden gretig aftrek vindt.

Daarbij kunnen we alle informatie die erop wijst dat het meeste geweld uit ’eigen kring’ komt gemakkelijk negeren. We zitten in de echokamer van onze eigen bubbel waar we nauwelijks nog mensen met een ander wereldbeeld ontmoeten. Dat is zorgelijk. Social media zorgen ervoor dat we onze oordelen niet langer hoeven op te schorten of een afwachtende houding hoeven aan te nemen, we slaan ongefundeerd om ons heen.  

Het wordt tijd voor een hernieuwd vertrouwen in de eigen zintuigen. Ga de straat op, ontmoet mensen van buiten je digitale bubbel. Ontwikkel een eigen moreel kompas in plaats van te vertrouwen op online filmpjes van dubieuze oorsprong. Dat zou pas een boodschap zijn geweest waarmee het Nationaal Comité 4 en 5 mei het herdenken, het opnieuw denken van de Holocaust, een stap verder had gebracht.

Nu laat Nederland zich tijdens de herdenking van 75 jaar Holocaust in slaap sussen door het herhalen van een leeg geworden mantra en stenen die ademen in blauw anti-junkenlicht. Over tot de orde van de dag.

***