26 maart 2020 Door Leestijd: 5 minuten

Om op een fijne, circulaire en eerlijke manier op deze aardkloot te kunnen blijven leven moet er veel veranderen: systemen moeten om, steden en huizen moeten anders en ook ons gedrag heeft een make-over nodig. Met een open en nieuwsgierige blik gaat Maartje ter Veen voor Noorderbreedte en GRAS een driewekelijkse zoektocht aan. In de overtuiging dat het kleine meer invloed heeft dan we doorgaans beseffen.

Op deze plek schrijf ik iedere drie weken een column. Het is een zoektocht naar persoonlijke innovatiekracht. Over hoe het kleine, het alledaagse, meer invloed heeft dan we soms denken. En dat ons dagelijks gedrag veel invloed heeft is in deze tijd helder als glas.

Mijn vorige column verscheen drie weken terug. Ik kan me nu al bijna niet meer voorstellen hoe anders ons leven toen was. Alles staat nu in een ander daglicht. Die blikwisseling laat ik je zien aan de hand van drie thema’s.

De genereuze stad

Een genereuze stad is een stad met ruimte voor verschillen, botsing en ongemak. Ruimte voor verschillende manieren van de stad gebruiken. Van letterlijke botsing is op dit moment gelukkig geen sprake, hoewel dat in de supermarkt begin deze week nog best een uitdaging was.

In deze tijd kom ik erachter dat mijn lokale buurtnetwerk niet zo groot is. Ik woon met veel plezier in een fijne buurt met ‘losse netwerken’. Natuurlijk zeggen we elkaar gedag in de brandgang en op de stoep, maar van de meeste buren ken ik de naam niet. Hierdoor weet ik niet wie ik waarmee zou kunnen helpen. Bovendien: iedereen kan hulp gebruiken ‘als je ziek wordt’.

Juist zulke lokale verbindingen zijn nu van grote waarde. Het is zoeken naar ‘bridging social capital’(1): je niet alleen verbinden met de mensen die je al kent, maar juist met andere netwerken dan de jouwe.

Met een aantal buren doen we in onze buurt kaartjes in de bus.* In de hoop dat als er dichtbij iets is, we kunnen inspringen. Zo proberen we samen, klein en persoonlijk contact te leggen, buiten ons bestaande netwerk maar binnen dezelfde buurt. Want lang niet iedereen zit in de app-groep, op Facebook of Twitter, of is überhaupt veel online.

24 uur met volle aandacht

Over online gesproken: in 2018 deed ik een experiment. Ik was geschokt over mijn eigen relatie met mijn slimme telefoon. Twee keer per maand deed ik hem 24 uur lang in een zakje en vroeg ik anderen om mee te doen. Ik stopte met WhatsApp en verdween van Facebook.

Weer een stap verder: heel december van dat jaar deed ik mijn smartphone in een kluisje. Ook in januari 2019 bleef hij daar. Ik ging verder zonder de aanwezigheid van het apparaat in mijn dagelijks leven. Alleen als ik naar nieuwe bestemmingen moest navigeren, haalde ik hem even tevoorschijn.

Geen smartphone. Het leverde mij heel veel op: meer aandacht, concentratie en ruimte in mijn lijf.

Tot twee weken terug. De relatie met mijn slimme telefoon is ‘hersteld’. Ik zit weer op WhatsApp (ssst, niet verder vertellen) en moet mezelf bedwingen niet voortdurend het nieuws en Twitter te checken.

Het is fijn om te weten wat er gebeurt. Het is prettig en makkelijk om contact te krijgen met de mensen uit mijn netwerk (bonding social capital). Technologie is ook handig voor het leggen van contact met anderen. Met nieuwe mensen, want ik leer mensen uit buurt én stad kennen die graag willen helpen.

Veel goeds dus… maar het kost ook wat. Het kost mijn aandacht, het geeft me het gevoel van voortdurende actie en urgentie, en daarmee onrust in lijf en leden. En daarom ga ik toch weer terug naar vaste time-slots voor wel en geen telefoongebruik. Want voordat je het weet richt je al je aandacht op wat belangrijk en urgent is, op zaken buiten jouw invloed – en vergeet je wat belangrijk en niet urgent is (2).

In die verdeling van je aandacht schuilt een gevaar. Het betekent in feite dat je je laat leiden door de waan van de dag. Daardoor maak je geen tijd meer voor je eigen doelen en dromen. En hoewel dat in deze tijd misschien vreemd lijkt om te doen, is het heel belangrijk.

Ruimte maken voor je doelen en dromen, juist ook in deze tijd, geeft een goed gevoel. Het helpt je je aandacht te richten op het positieve. En zo bouw je aan jouw persoonlijke invloed op betere tijden.

De beste visies zijn onaf!

Het belangrijkste nieuws, ook in Groningen, gaat deze dagen niet over aardbevingsperikelen. Begrijpelijk, gezien de urgentie van die andere crisis. Toch moet onze aandacht wel naar het bevingsgebied toe.

Terwijl het virus zich verspreidt, gaat de Toukomst-plannenmakerij gewoon door, ook achter de schermen. Dus het uur om te reageren en invloed uit te oefenen is wel degelijk nu.

Eerder schreef ik over hoe belangrijk het is om te blijven zoeken naar jouw eigen innovatiekracht en ideeënruimte. Dat zijn we nu aan het proberen: samen met Noorderbreedte bouw ik aan een Gronings kompas. Daarbij hebben we jou nodig! Dus reageer, vul aan en deel ons beginnetje van dit Kompas. Zodat, als uit de honderden ideeën op Toukomst moet worden gekozen, dat wordt gedaan met een breed gedragen Groningse stem. Zo brengen we het principe van open toekomstvisies in praktijk.

Rooskleurig

‘Het is allemaal niet zo rooskleurig’, schrijft een man mij in reactie op ons project over de toekomst van Groningen. Maar het punt is juist dat het niet overal rooskleurig is… het gaat erom hoe wij de wereld rooskleurig kunnen maken. Want er is altijd hoop en altijd ruimte voor eigen invloed. Dat is nu duidelijker dan ooit.

***

* Wil je ook iets doen en contact leggen met mensen in jouw buurt? Kijk vanaf vrijdag 27 maart op heelgroningenhelpt.nl.

Deze column is ook te lezen op de website van Noorderbreedte.

 

 


(1) Gittell, Ross J. and Avis, Vidal, 1998, Community Organizing: Building Social Capital as a Development Strategy, Sage Publications.

(2) Meer lezen over de Eisenhower-matrix? Lees ‘GRIP – Het geheim van slim werken’ van Rick Pastoor.