Een boek is een huis is een boom: tekst uit een toekomende tijd

14 augustus 2020 Door Leestijd: 11 minuten

Het zou zomaar kunnen dat we in de toekomst heel anders tegen bomen aankijken dan we nu doen. Peter de Kan neemt er alvast een voorschot op.

Wanneer was je voor het laatst in een bos?

We schrijven 204 na de Veelsprong, als we dan nog schrijven. De meesten van ons wonen in boomhutten, een enkeling kan zich een schuurhuis veroorloven. De koningin heeft een werkpaleis in Noordlaren, in wat als het oertype van de nieuwe tijd en het nieuwe wonen beschouwd wordt.

We gaan nog wel uit van groei, maar het is plantaardige groei. Langzaam, een kwestie van regelmatig water geven. Het parlement heeft het vooral over bomen, de bomenpartij is groot geworden, evenals het waterfront. Nederland staat weer vooraan in de ontwikkelingen.

We wonen boomgebonden – grondprijzen doen er niet meer toe, eindelijk is de aarde van ons allemaal. Afdelingen Ruimtelijke Ordening zien eruit als kwekerijen, ambtenaren herken je aan hun klompen. Iedereen plant elk jaar minstens een boom.

Het is één geweldige omweg gebleken. We hebben pakweg 5 miljoen jaar geleden de bomen verlaten om ons op de steppe te wagen en nu keren we in die bomen terug – we laten de steden achter ons. Het was wat de Veelsprong is gaan heten: de apparaten namen de digitale afslag, wij mensen werden weer analoog.

De steden zijn onleefbaar geworden, ze worden nu geheel door die apparaten aan de gang gehouden. Daarom ook kunnen wij ons het verblijf in de bossen permitteren: de steden staan voor snelheid, hier in het bos hebben we de tijd. Dagdromen is een favoriete hobby van velen.

Tijdens de ontginning van een vuilnisbelt wordt een fragment van een boek gevonden. Een stukje van het register en het colofon, dat is alles. Er zijn nogal wat boeken verloren gegaan sinds de moesson normaal werd. Bovendien was er ten tijde van de Veelsprong de actie Geef het Boek aan de Boom terug. Hele bibliotheken zijn toen vercomposteerd.

Praktisch alle boeken stonden al online, maar dit boek is er niet bij. Het kan tijdens de Grote Virusaanval verloren gegaan zijn. De apparaten zijn sindsdien fanatiek bezig de gaten in het geheugen te dichten, ze willen weten waar ze vandaan komen. Bij ons in de bossen is het geen issue meer, we geven ons over aan het vergeten.

We hebben alleen nog die interface in onze hand, daar waar vroeger de mobiele telefoon zat. Onderhuids nog wat bultjes die we gedachteloos aftasten. Je brengt je hand naar je oor en – ja! Contact. Stil contact, er wordt niet veel meer gesproken, er wordt eindelijk weer geluisterd. Een handdruk is genoeg, daarna ben je over de meeste zaken uitgepraat.

Maar goed, in de stad hebben ze herschrijf-software en die is ongelooflijk verfijnd geworden. Zo wordt geprobeerd het boek vanuit deze bronnen te reconstrueren.

Eigenlijk is het nogal eenvoudig: je begint met een leeg boek, dat is tegenwoordig altijd een digitaal document. Dan begin je de termen uit het register terug te plaatsen in dat lege boek: nemen we bijvoorbeeld eens – liggers/spanten/balken, gelamineerd: die zetten we terug op de bladzijden 36, 40, 47, 58, 66, 67, 90, 126, 127, 156, 158, 240, 260, 268, 276 en 287. En, eens kijken – populieren op pagina 194, 197, 240 en 268, zwaluwstaartverbinding op pagina 102 en 114 en zo maar door. Zo bouw je als het ware het boek uit zijn onderdelen op.

Natuurlijk zijn er veel ontbrekende delen, maar nu komt de reconstructiesoftware om de hoek kijken. Binnen het digitale en gedigitaliseerde wereldarchief wordt intelligent naar verbanden gezocht. Soms wordt een boek als attachment van een oude e-mail gevonden, dan ben je in één keer klaar; je kunt dan in elk geval de reconstructie van het beeld overslaan, een zeer tijdrovende operatie met fuzzy resultaat, vooral wanneer de originele foto’s niet in het archief aanwezig blijken.

Gestaag werkt de software zich terug in de tijd en stuit op een beeld: een beeld van een – ja, wat is het? Een boomhut, maar dan zonder boom. Een woning van vóór de Veelsprong.

Nu moet het beeld nog gecleard, voordat het openbaar mag worden: van al het hout in het beeld moet de herkomst nagegaan worden om er zeker van te zijn dat het niet om fout hout gaat. Fout hout is namelijk taboe! Het is als het ware uit het woordenboek geschrapt, alleen zijn woordenboeken dat zelf ook. Geschrapt, bedoel ik.

Nu heb je CSI-software nodig. Er zijn enorme databases aangelegd, groeiende mega-bestanden die uiteindelijk alle bomen zullen bevatten. Alle nog levende, maar ook alle voorouders van de huidige bomen – daartoe dient het grote stamboomonderzoek.

De verandawoning – de foto blijkt van een zekere Jeroen Musch – bevat drie houtsoorten. We focussen nu even op bilinga. Bilinga, ook wel bekend als akondo in Kameroen, als badi of sibo in Ivoorkust, als bokangu, kusia, alona of kusiaba in Ghana, als opepe in Nigeria, als aloma in Spaans-Guinea, als gulu-maza in Congo-Kinshasa (oude wereld).

We kunnen sinds 100 na de Veelsprong beeld dateren met behulp van gegevens over klimaat, vegetatie, lichtval en factoren die we met het blote oog niet zien, maar elk beeld wel blijkt te bevatten. Zodra we weten wanneer deze foto gemaakt is, en waar, kunnen we uitzoeken uit welke partij dit hout afkomstig is.

Die partij kunnen we linken aan een schip in Rotterdam. Via de rederij vinden we de haven van waaruit dit schip, de Katinka, naar Rotterdam vertrok. Dit soort gegevens staat allemaal online en je hebt er niks aan, behalve wanneer je weet wat je zoekt.

Zo, we hebben het spoor terug gevolgd en zijn nu van een vuilnisbelt in 204 al aangemeerd in de haven van Douala. Het is 2002 volgens de oude telling. Het hout is groen gezaagd en bekantrecht in de zagerij van Reef Hout in Kumba. We weten ook al dat onze stam afkomstig is van een gecertificeerde plantage, onze boom stond in vak L22G4. Dit betekent dat we deze boom terugvinden op de oude Google Earth uit 1996 (oude telling), waarna we gemakkelijk terug in de tijd kunnen.

Google Unearth is een programma dat bezig is met de reconstructie van het aardoppervlak, steeds verder terug in de tijd, met behulp van een soort virtuele satellieten. Deze zijn een parallel universum in gestuurd en sturen nu vanuit het verleden opnames van het aardoppervlak naar ons toe.

Hoe de piramides gebouwd werden is inmiddels bekend, dat zal niemand verbazen. Met een beetje mazzel is ook deze plantage terug in de tijd te volgen. Zo zien we onze boom krimpen en krimpen tot hij in 1912 (oude telling) in een zaadje verdwijnt – een zaadje waaruit niet alleen die boom is gekomen, maar eigenlijk ook die verandawoning en dat boek waar we het over hadden. En nu zijn we waar ik wil zijn, in dat bos waar deze boom het leven zag.

Er is gelukkig ook een veel snellere manier om in het bos te geraken, en dat is meteen ook Leestip 1: The Overstory (Nederlandse vertaling: Tot in de hemel) van Richard Powers – supergoed boek!

*

Nog even over die Veelsprong… Weet je wat een echt intelligente lockdown is? Eentje die nadenkt over het vervolg vanuit de constatering dat ‘terug naar normaal’ geen optie is. Want aan dat zogenaamde normaal hebben we de lockdown juist te danken.

Bruno Latour – ik heb het eerder over hem gehad – kwam al vroeg met suggesties hoe na te denken over de nabije toekomst en welke eerste stappen je nu al kunt zetten vanuit de overtuiging dat de lockdown tot nieuwe inzichten leidt. Hij komt met een simpel en doeltreffend vragenlijstje:

1. Welke activiteit(en) die nu gestopt is/zijn, zou je niet terug willen zien?

2. Beschrijf waarom je denkt dat deze activiteit schadelijk/overbodig/gevaarlijk/tegenstrijdig is en hoe het verdwijnen/opschorten/vervangen ervan de activiteiten die je wél wilt, ten goede komt (doe dit voor elke activiteit die je onder 1 hebt genoemd).

3. Welke maatregelen stel je voor om de werkers/werknemers/ondernemers die niet langer werkzaam zullen zijn in bovengenoemde activiteiten, worden geholpen bij hun overgang naar een andere activiteit?

4. Welke van de nu gestopte activiteiten zou je willen ontwikkelen/hernemen of zelfs vanaf nul willen opstarten?

5. Beschrijf waarom je deze activiteit positief waardeert en hoe deze harmonieuzer/consistenter tegelijk met andere activiteiten kan plaatsvinden. Beschrijf hoe deze activiteit je helpt bij het bestrijden van volgens jou ongewenste activiteiten (doe dit voor elke activiteit die je onder 4 hebt genoemd).

6. Welke maatregelen stel je voor om werkers/werknemers/ondernemers te helpen de juiste skills/middelen/inkomen/instrumenten te verwerven om de bij 4 genoemde activiteit over te nemen/te ontwikkelen/vanaf nul te starten?

Na het maken van jouw lijstje leg je het naast dat van anderen. Het verzamelen en over/naast elkaar leggen van de antwoorden zou gestaag kunnen leiden tot een ‘landschap’ van conflictlijnen, samenwerkingsverbanden, controverses en tegenstand. Dat terrein biedt wellicht een concrete kans voor het in het leven roepen van de vormen van politieke expressie waar deze activiteiten om vragen.

Hoe het ook verder gaat, het is van groot belang het denken in termen van ‘het nieuwe normaal’ los te laten. Alsof er maar één manier tot verdergaan denkbaar zou zijn, alsof er ooit sprake is geweest van één enkel ‘normaal’, zelfs als we onder dat ‘normaal’ verstaan ‘goed voor al wie/wat leeft en groeit en bloeit’.

Het besef dat alles met alles samenhangt sluit het denken in simpele oplossingen juist uit. En het denken in simpele problemen houdt ook al geen stand: de tijden van reductie van wat er gaande is tot CO2- of stikstofuitstoot zijn op hun eind, daar hoeven we zeker niet meer naar terug!

De focus op enkel en alleen stikstofuitstoot is een weigering de volle omvang van de problemen onder ogen te komen. En de gedachte dat het bijvoorbeeld voor de bouwwereld ‘business as usual’ kan zijn zodra de stikstofuitstoot ‘gecompenseerd’ is, is lachwekkend – al valt er niks te lachen.

Het is als het reduceren van het zeeleven tot een zeehond en het landleven tot een grutto. De hele bouw moet op de schop, het hele denken over bouwen en wonen, over rood en groen (groen – ook al zo’n versimpeling), over natuur en (land)bouwgrond, over wie en wat te huisvesten, begint opnieuw.

We staan niet op een tweesprong met de keuze tussen terug naar normaal (dan weet je wat je krijgt: terug naar nu) of een ongewisse toekomst. Nee, we staan minstens op een veelsprong en het is van belang dat we niet allemaal dezelfde afslag nemen. Want voor je het weet zitten we in een Nieuw Normaal: dat wil je niet. Ik niet!

Voor wie hier verder over wil denken heb ik Leestip 2: How Forests Think: Toward an Anthropology beyond the Human van Eduardo Kohn. Of toch weer Bruno Latour: Oog in oog met Gaia. Of nee, De theorie van de kraal van Willem Schinkel en Rogier van Reekum, die heb ik net uit. Het boek brengt me in prettige verwarring.

Op Leestip 3: Ana Lowenhaupt Tsing – The Mushroom at the End of the World, in oktober in Nederlandse vertaling bij Octavo, kom ik na de zomer terug.

Ik eindig met een positieve noot. Ik heb tijdens de lockdown gedaan wat ik dertig jaar geleden had moeten doen: ik heb een pergola op het balkon gebouwd en er meteen planten in gezet. Dat was twee maanden geleden en sindsdien begin en eindig ik mijn dag tussen die planten. Het begon al met die pergola – toen hij klaar was hadden we er ineens een buitenkamertje bij! Heel vreemd hoe een minimaal raamwerk een gevoel van beschutting op kan roepen.

Elke dag is er wel iets aan de hand: ik verbaas me over het eerste contact tussen de passiebloem en mijn pergola, over een spinnetje waar er nooit een zat, over bloesem en de eerste bijen, kleine groene aardbeien, bramen en tomaten en over hoe snel het allemaal groeit. Of niet; de frambozenstruik (een iel stokje) kwam niet in blad, daar heb ik nu twee nieuwe voor in de plaats gezet.

De kamperfoelie heeft last van meeldauw-achtige schimmelaanslag en wat ik daarmee moet weet ik niet. Maar we hebben regelmatig aardbeien, laatst dertien op één dag, ineens vijf minikomkommers en het is nog maar net begonnen. Ik raad het van harte aan.

Heb je geen balkon? Je kunt bij de gemeente om een geveltuintje vragen. Dat kan hier. Een tegel uit de stoep halen kan ook: bij de Damstersluis kwam ik tegen wat daaruit kan ontstaan.

Het wordt een onrustige zomer.

O ja, Leestip 4: maak eens een boswandeling. Daar had ik mee willen beginnen. Ik ben goed in omwegen.

-

PS. Plant een boom.

***