Een klein stukje Groningen zet zich schrap voor grote ontwikkelingen

29 juni 2022 Leestijd: 12 minuten

Tussen Leegkerk en Den Horn, ten westen van de stad Groningen, ligt het buurtschap Nieuwbrug. Je fietst er vanuit de binnenstad in een half uurtje naartoe. En hoewel die stad er soms ver weg lijkt, komt hij steeds dichterbij. Terwijl hun omgeving verandert, proberen de bewoners van het buurtschap de toekomst van dit cultuurhistorisch landschap op een goede manier veilig te stellen.

Heilige koeien uit de blubber

De motor brult, terwijl de modderkluiten door de lucht vliegen. Met een rood hoofd geeft de man achter het stuur nog eens gas. Zijn vrouw staat bedremmeld naast de cabrio. Die zit vast, constateren de toeschouwers.

Ik roep de boer, die achter op het erf bezig is. Hij stapt, na een korte blik op het schouwspel, op zijn trekker. In een mum van tijd is de auto weer los en kan de chauffeur opgelucht het zweet van zijn voorhoofd vegen.

Anne Jakob Buist is het wel gewend, mensen parkeren vaak in de zachte berm voor de boerderijwinkel van zijn vrouw. Die winkel loopt als een tierelier, terwijl Buist voortvarend heilige koeien uit de blubber trekt. 

Ook ik sta in de rij, voor zelfgemaakte yoghurt, kaas en verse eieren. Sinds november 2020 wonen we in een woonboot bij boer Buist om de hoek, op de Zuidwending. De zon schijnt er vol naar binnen, het water kabbelt rustig en aan de overkant grazen reeën of trippelt af en toe een vos langs. En dat op een half uur fietsen van de Grote Markt. We wisten het meteen.

Baby nummer 1 zat al in mijn buik toen wij vastzaten in een veel te duur huurhuis midden in de stad. Je kent ze wel, die starters die dankzij jubeltonnen en beleggers elk huis ver boven de vraagprijs aan hun neus voorbij zien gaan. Nu denk ik zelf niet op praktische wijze na over de plek waar ik woon. Mijn huis is geen goede investering met een hoog rendement maar een plek die goed voelt. En deze boot voelde goed.

Ook onze buren staan er op die manier in: als je hier woont kies je voor het water, het uitzicht, de vogels bij het opstaan en de seizoenen die zich duidelijk aandienen. Toegegeven, niet iedereen koestert de woondroom om in een boot net buiten de stad te leven. De doelgroep die geïnteresseerd is in een drijvend, houten of metalen huis, is smaller dan de groep geïnteresseerden in een moderne doorzonwoning in, ik zeg maar iets, Meerstad.

Foto: Janna Bathoorn

Gemeenschap van bootjesmensen

Toch zijn wij, bewoners van dit buurtschap, allesbehalve een homogene groep. Zo liggen er naast woonarken ook varende schepen. Watervilla’s, oude vrachtschepen, kleine arkjes, duurzame pareltjes en uit de kluiten gewassen boten wisselen elkaar af.

Cees en Carla liggen hier het langst, sinds 1982. Al veertig jaar wonen zij hier met vooral heel veel plezier in hun voormalige vrachtschip Meintja. In 1979 werden ze bootjesmensen. Cees was kunstenaar en zocht een huis met atelier, een droom die eind jaren 70 voor veel mensen onhaalbaar bleek. Het was de tijd dat de leus ‘Geen woning, geen kroning’ de inhuldiging van koningin Beatrix overstemde.

In hun zoektocht kwamen Cees en Carla een schip tegen dat tegenover het Groninger Hoofdstation lag. Het oude vrachtschip was verlengd van 26 naar 31 meter en op de plek van het ruim was een rare bak geplaatst met grote vierkante ramen. ‘Busramen’, volgens Carla. Ze waren meteen verkocht door de ruimte en het licht. ‘En dit huis met atelier was voor ons wel betaalbaar.’

Zo geschiedde. In ons gesprek valt me op hoe bepalend sommige keuzes die Cees en Carla maakten voor hun verdere leven zijn geweest. Indirect zelfs voor het mijne. Maar de keuzes die zij maakten en die uiteindelijk leidden tot de huidige vorm van dit buurtschap, passen heel goed bij ze. Het zijn aanpakkers en idealistische optimisten.

De keuzes die Cees en Carla maakten, en die leidden tot de huidige vorm van dit buurtschap, passen heel goed bij ze. Het zijn aanpakkers en idealistische optimisten

‘Nadat we een aantal jaren in de stad lagen, wisten we zeker dat dit niet de plek was waar onze dochter moest opgroeien’, zegt Carla. ‘Bussen reden vlak langs het schip, het was druk en gevaarlijk. Haar vader werkte voor een Fries waterschap en tipte hen over een plek, vlakbij Den Horn (de stad stopte toen na Vinkhuizen) waar het rustig was en al verschillende schepen lagen.

Daarmee was ook alles gezegd. Er waren geen aparte ligplekken met voorzieningen. Voor een klein bedrag kochten Cees en Carla een ontheffing via het waterschap. Een gekleurde sticker bewees dat de Meintja hier weer een jaar mocht liggen.

Op een kleine tjalk woonde een jong stel, nog steeds gezworen vrienden, die Cees en Carla leerden varen. Er ontstond een gemeenschap van gelijkgestemden, met zes schepen waarvan de bewoners zelfvoorzienend leefden. Bij de opa van Anne Jakob Buist haalden ze water (maar niet op zondag!), de was deed je op de kachel, de wc ging rechtstreeks het water in, met een aggregaat op de wal en een windmolen op het dek hadden ze energie.

De bewoners van het kersverse buurtschap hielpen elkaar: de één had een auto, de ander een tv en de derde het juiste gereedschap. Samen hielpen ze opa Buist op het land. Ik probeer me voor te stellen hoe het voor die man moet zijn geweest, zo’n hippie-enclave naast z’n erf.

Foto: Janna Bathoorn

Onveilige omgeving

De Meintja herstelden Cees en Carla weer in haar originele staat. Dat doen bootjesmensen. Ze kortten haar in naar de oorspronkelijke lengte, de vierkante busramen werden ronde patrijspoorten. De dochter voor wie ze deze idyllische plek opzochten schreef later een artikel over hoe het voor haar was om hier op te groeien. Jammer genoeg kunnen we het nergens meer vinden.

Voor mij klinkt die manier van leven als hard werken, afzien zelfs. Cees en Carla kijken me verbaasd aan: ‘Nee joh, het was fantastisch!’

Gravend in mijn geheugen ontdek ik dat ik hier als klein meisje ook al mijn ogen uitgekeken heb. De schepen liggen naast een ‘baggerdepot’. Nadat het Aduarderdiep werd uitgebaggerd, ontstond er een schiereilandje, inmiddels natuur- en broedgebied. In de jaren 80 was dit schiereiland nog kaal, maar voor een groot theaterstuk werden grachten gegraven en bomen geplant. Cees bestuurde de boot waarop het publiek langs de voorstelling werd geleid. Tussen dat publiek zat ik, een jaar of 6, het is nog steeds een mooie herinnering.

Maar door de jaren heen veranderde de hechte gemeenschap. Kleine, slecht onderhouden bootjes met bewoners die de luwte van de maatschappij opzochten, deden hun intrede. Eind jaren 90 ging het zelfs ras-optimisten Cees en Carla te ver.

Waar iedereen eerst alles deelde, werd nu constant van alles gejat. Drugsverslaafden en psychiatrisch patiënten zorgen voor een onveilige omgeving. Cees en Carla maakten zich zorgen als hun dochter uit de stad kwam fietsen. En ze weten niet eens meer precies hoe vaak ze kleine, brakke jachtjes moesten wegslepen die op hun ligplaats hadden aangemeerd terwijl ze zelf op reis waren.

Vrijplaats of niet: nu was het tijd voor handhaving. Er moest beleid komen, regelgeving om het buurtschap leefbaar te houden. Carla zocht contact met de gemeente Zuidhorn, waar het buurtje onder viel. Het concept van het eerste Woonschepenbeleid uit 1996 heeft het stel bewaard, het ligt nu voor me op tafel.

Dit was het moment dat er ligplekken, huisnummers, regels en voorzieningen kwamen. Schepen moesten verder uit elkaar liggen. De Meintja schoof, samen met de andere varende schepen, een stuk naar achter. Op de plek waar ze ooit lag, ligt nu onze ark, aangesloten op alle nutsvoorzieningen.

Foto: Janna Bathoorn

Indringers

Aan de overkant, op het slibdepot, grazen inmiddels reeën. Er groeien bomen waar vogels nestelen en die het buurtschap afschermen van de stad. Een stad die desondanks steeds dichterbij komt.

In de rij voor de boerderijwinkel sta ik tussen bewoners van Gravenburg, de nieuwbouwwijk waar onze dochter naar de opvang gaat. Wielrenners doen schreeuwend hun rondjes en voor de zoveelste keer zitten dagjesmensen vast in de berm. Ze komen graag een frisse neus halen in die weidse uitzichten zo vlak bij de stad.

Of ze gaan nog een stapje verder. Je kent ze wel, die starters die dankzij jubeltonnen en beleggers elk huis ver boven de vraagprijs aan hun neus voorbij zien gaan en die, mede aangejaagd door de coronapandemie, de stad ontvluchten. Niet voor een frisse neus, maar voor betaalbare huizen en ruimte om zich heen, met stadse faciliteiten nog steeds comfortabel in de buurt.

In de kwetsbare Groningse weidsheid steekt de suikerfabriek onmiskenbaar de hoogte in, stoot de asfaltfabriek viezigheid uit en zorgen lukraak geplaatste loodsen voor een versnipperd landschap. Mooier wordt het er hier niet op

Op gespannen voet met deze trek uit de stad staan de landschappelijke ontwikkelingen waarmee we in dit stukje Groningen geconfronteerd worden. Misschien vraag jij je na het lezen wel af waarom mensen in vredesnaam ten westen van de stad willen recreëren, laat staan wonen. Want in de kwetsbare Groningse weidsheid steekt de suikerfabriek onmiskenbaar de hoogte in, stoot de asfaltfabriek viezigheid uit en zorgen lukraak geplaatste loodsen voor een versnipperd landschap. Mooier wordt het er hier niet op.

Vanaf het hoogspanningsstation in Vierverlaten legt netwerkbeheerder TenneT een nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding naar de Eemshaven aan. Enorme masten ontsieren het landschap en een elektrisch geladen spanningsveld loopt vlak langs onze ark. De treinverbinding van Groningen naar Leeuwarden is verdubbeld, waarvoor het oudere echtpaar Johan en Janny gedwongen was hun woning naast het spoor te verlaten. Het idyllische witte huisje is inmiddels met de grond gelijk gemaakt, het stel ontving te weinig geld om een nieuwe woning te kunnen kopen.

Als klap op de vuurpijl blijven er plannen opduiken voor een extra autoverbinding tussen de Friesestraatweg en de A7. Onderzoek in opdracht van de provincie Groningen heeft al uitgewezen dat een weg op deze plek onhandig, onnodig en te duur is. Maar toch ligt er weer een gemeentelijk plan voor extra asfalt tussen ons buurtschap en Den Horn, vlak bij de hoogspanningsverbinding, zeg maar.

Foto: Janna Bathoorn

Landschapsplan als verdedigingswapen

Cees en Carla zien alle veranderingen aan, het maakt hun plezier in het wonen op een schip, op deze plek, er niet minder op. ‘Veranderingen horen erbij, alleen die weg die elke keer weer de kop opsteekt, daar maken we ons echt zorgen over.’

Voor hun steiger staat een kastje met bodemvondsten uit de buurt. ‘Mooi Groningen’ staat er boven het vitrineraampje waardoor je zomaar een inkijkje krijgt in de rijke geschiedenis van dit gebied. Naast het schip van Cees en Carla ligt de kleine tjalk weer, hij is nu van de oudste zoon van het bevriende stel, die op een verbouwd historisch vrachtschip woont.

Cees maakt nog steeds kunst, een schilderij van hem siert de abdijkerk van Aduard. Op dit moment is hij te druk met het verbouwen van de roef van de Meintja. Tussen de werkzaamheden door roeide hij het Aduarderdiep af om delen van een gezonken ark, die op verkeerde wijze werd geruimd en ter plekke uit elkaar viel, op te vissen.

Carla werkt als afdelingshoofd in de forensische psychiatrie en nadert de pensioengerechtigde leeftijd. Soms flitst de gedachte door hun hoofd om de Meintja in te ruilen voor zo’n praktische ark, maar ze vinden het nog veel te leuk. Hun toekomst en die van de Meintja ligt hier.

De familie van boer Buist woont hier, zoals gezegd, al generaties. En voorlopig zijn ze niet van plan te vertrekken, al wordt de grond soms heet onder de voeten. Zelf stemt hij liever op een partij die het voorstel voor een weg dwars door zijn land steunt dan op bijvoorbeeld GroenLinks, dat tegen het extra asfalt is. Want met die partij is zijn toekomst al helemaal onzeker, denkt Buist. ‘Dan zijn wij over tien jaar weg en kijk je tegen rijen zonnepanelen aan.’

Vorig jaar nam Dorpsbelangen Den Horn het initiatief tot een landschapsplan. Samen met een landschapsarchitect, bewoners van het dorp en het buurtschap, en boeren in de omgeving is gewerkt aan een gezamenlijke visie voor dit cultuurhistorische landschap. Het creëren van inkijkjes naar het verleden, het vergroten van de biodiversiteit, het maken van plek om te recreëren en het verbeteren van de veiligheid van wegen zijn een paar elementen uit het plan.

Buist is nauw betrokken bij de totstandkoming van het plan, en ik zit zelf in de werkgroep om de voorstellen handen en voeten te geven. Op deze wijze willen we een antwoord geven op, en klaar zijn voor de grote landschappelijke ontwikkelingen die op ons af komen.

Foto: Janna Bathoorn

Wakker liggen van de toekomst

Net als Cees en Carla heb ik zin om hier nog lang te blijven wonen. Nu baby nummer 2 zich aandient, overweeg ik zelfs een elektrische bakfiets – en niet alleen om naar de stad te fietsen.

Maar ik maak me ook zorgen, niet alleen over de komst van die nieuwe weg. De toekomst houdt me wakker. Door de herindeling zijn de Groninger gemeenten grote, abstracte kolossen geworden. Waar in Zuidhorn iedereen elkaar nog kon vinden, staat het Westerkwartier ver van de inwoners af. De binding ontbreekt, zo ontstaan plannen zonder hart voor het landschap. Kijk naar de hoogspanningsverbinding, extra asfalt, een breder spoor.

Hoe lost de stad zijn woningnood op? Nederland segregeert en de krappe woningmarkt werkt (regionale) gentrificatie alleen maar in de hand. Wat gaat er met dat uitzonderlijke broedgebied in het Aduarderdiep gebeuren, waar wij op uitkijken? Hier, op de rand van stad en platteland, bevinden we ons ook op de grens van twee gemeenten. Daardoor dreigt dit gebied, nog meer dan het al was, een afvoerputje te worden. Ik ben bang voor het uiteenvallen van het landschap en van haar bewoners.

Wat te doen? Zullen we hier eens een tour organiseren? Door Hoogkerk en Gravenburg, via Leegkerk naar Den Horn, waar we vast op warme koffie in het buurthuis kunnen rekenen. Kijken naar het mooie en het lelijke, de kansen en bedreigingen, de verschillen en de overeenkomsten. Ik hoop echt dat onze kinderen hier, op de rand van Stad en Ommeland, kunnen opgroeien, en dat een van hen er nog eens een artikel over schrijft.