Eindelijk krijgt Niek Verdonk de erkenning waar hij zelf nooit om zou vragen

26 november 2021 Leestijd: 8 minuten

Op zondag 14 november 2021 kreeg Niek Verdonk uit handen van burgemeester Koen Schuiling de Erepenning van de stad Groningen uitgereikt. De gemeente drukt daarmee haar waardering uit voor zijn indrukwekkende carrière. Dagblad van het Noorden besteedde er maar liefst veertien regels aan. Wie de voormalige stadsbouwmeester een beetje kent, weet dat die hoeveelheid aandacht eigenlijk ruim voldoende is.

Foto: Gea Schenk

Met de Erepenning onderscheidt de stad ‘buitengewone verdiensten aan de Groninger samenleving’, met uitzonderlijke inzet en daadkracht bewerkstelligd door personen of organisaties. Niek Verdonk heeft tijdens zijn lange carrière op betrokken, bevlogen en onophoudelijk enthousiaste wijze bijgedragen aan de ruimtelijke ontwikkeling van Groningen. Dat is in onze tak van sport geen vanzelfsprekendheid. Het vak van architectuur, stadsontwikkeling en ruimtelijke ordening is er een van lange adem. Buitengewone inspanning strekt zich daarom vaak over meerdere decennia uit, voorbij politieke of bestuurlijke cycli, zelfs los van de schommelingen van het economisch tij of tendensen binnen de discipline zelf.

De transformatie van de oostzijde van de Grote Markt, die na ruim twintig jaar lijkt te worden voltooid, is hiervan het meest recente en wellicht ook meest treffende voorbeeld. Met een lengte van bijna een halve carrière lang kent het project een omvangrijke geschiedenis. De dynamiek van voor- en tegenstanders trok zich daarin dikwijls niets aan van de lange en uitputtende termijn die bij een ontwikkeling van dergelijke omvang hoort. De transformatie ‘overleefde’ zes wethouders en vijf burgemeesters, om maar iets te noemen. Er zijn ook maar weinig ambtenaren die aan het gehele traject hebben meegewerkt.

Dankzij Niek bleef de inhoudelijke continuïteit van de ingreep gewaarborgd, zelfs na zijn pensioen. Overigens moeten we met het woord ‘voltooiing’ ook oppassen, want — zoals de ingreep ook beoogde en het vak eigen is — uit het project zijn inmiddels nieuwe ontwikkelingen voortgekomen. De herinrichting van de Grote Markt en de vernieuwing van kunstencentrum Vrijdag zijn twee in het oog springende. Bij beide projecten is Niek nog steeds als adviseur betrokken. Want pensioen of niet, geen enkel afscheid weerhoudt hem ervan te blijven bijdragen aan zijn vak en aan de stad waaraan hij zijn hart verpandde.

Hoewel die twee decennia van ontwikkeling aan de Grote Markt Oostzijde heel wat lijken, zal Niek zijn eigen bijdrage daaraan altijd bagatelliseren door te zeggen dat hij op de fundamenten van zijn voorgangers voortbouwt. En daarin staat hij niet alleen.

In het boek dat Niek op dit moment met NL Architects over het Forum maakt, noemen opvallend veel verschillende auteurs de befaamde Doelstellingennota uit 1972, waarin principes werden verankerd die ten minste vijf decennia houdbaar zijn gebleken. Niek verwijst graag naar die nota, omdat deze voor zijn tijd bij de gemeente werd gerealiseerd en een van de redenen was waarom hij naar Groningen kwam. In die tijd moest je naar Groningen als je klaar was met studeren, vertelt hij altijd.

Pensioen of niet, geen enkel afscheid weerhoudt Niek Verdonk ervan te blijven bijdragen aan zijn vak en aan de stad waaraan hij zijn hart verpandde

Als Niek één persoon zou mogen noemen die belangrijk geweest is in relatie tot zijn eigen carrière, noemt hij ongetwijfeld Max van den Berg – ook onderscheiden met een Erepenning, trouwens. Van den Berg zorgde op 24-jarige leeftijd als wethouder voor een ommezwaai in het ruimtelijk beleid en dat trok de aandacht van veel studenten en vakgenoten in Nederland. Nieks bijdrage aan de transformatie van de oostzijde van de Grote Markt — aan het stedenbouwkundig plan, aan de prijsvraag, aan het ontwerp en de realisatie van het Forum, aan het beeldkwaliteitsplan voor de oostwand en de Nieuwe Markt Zuidzijde — kan nauwelijks worden overschat. Toch zal hij zelf zeggen dat het de ideeën en ontwikkelingen van voor zijn tijd waren die aan de basis hebben gelegen van een halve eeuw stadsontwikkeling.

Wat Nieks bijdrage aan Groningen bijzonder maakt, is precies die overtuiging: het besef dat een dergelijk project nooit op zichzelf staat, maar altijd onderdeel is van een grotere ontwikkelingsgang. Werken aan de stad is werken aan continuïteit in beleid. De stad wordt er beter van als er lang en consequent aan ruimtelijke opgaven wordt gewerkt.

Voor Niek begon dat in de jaren zeventig, met kleine stappen in de stadsvernieuwing, in de werkgroepen die overal in buurten en wijken werden opgezet. Misschien de grootste les uit die tijd is dat het niet alleen om ruimtelijke maar vooral ook om programmatische ingrepen en vernieuwingen ging. Het was een kantelpunt, waarna de op functionalistische leest geschoeide naoorlogse plannen werden herzien volgens de principes van wat ‘het stedelijk leven’ werd genoemd. Beginselen zoals de compacte stad, functiemenging en diversiteit, maar ook de aandacht voor de openbare ruimte ontstonden in die tijd. Het zouden sleutelbegrippen blijken in de daaropvolgende decennia.

Dat Nieks inzet begon op het kleinschalige niveau van buurt- en wijkvernieuwing betekent niet dat hij het contact met zijn discipline verloor, of niet op de hoogte was van nationale en internationale ontwikkelingen. Groningen heeft zich op het wereldtoneel van de architectuur en stadsontwikkeling verschillende keren in de kijker gespeeld. Zou dat zonder de inhoudelijke gedrevenheid van iemand als Niek gebeurd zijn?

Foto: Gea Schenk

Het meest exemplarisch zijn wellicht de manifestaties die de gemeente Groningen vanaf het begin van de jaren negentig met enige regelmaat initieerde. Ze markeerden doorgaans de start of afsluiting van grote, ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen. Met Stadsmarkeringen en What a Wonderful World! kreeg Groningen het zelfs voor elkaar om een geëngageerde groep internationale architecten bijeen te krijgen; ontwerpers waarvan het werk twee jaar daarvoor in het Museum of Modern Art in New York op de tentoonstelling Deconstructivist Architecture tot een momentum in de architectuurgeschiedenis was gemaakt. Ook dergelijke vakinhoudelijke verkenningen stonden nooit op zichzelf en waren altijd bedoeld om ruimtelijke opgaven en thema’s innovatief te benaderen en om het beeld van de stad en de kwaliteit van de openbare ruimte te onderzoeken.

Het belang van die brede blik op het vakgebied en de wereld, als basis voor werken aan Groningen, is wat Niek Verdonk langdurig en met onverdeelde bezieling heeft uitgedragen en toegepast. In zijn rol als stadsbouwmeester stimuleerde hij de manifestaties als een structurele methode van ontwerpend onderzoek, waarbij altijd ruimte moest zijn voor de inbreng van bureaus uit de stad, voor aanstormend talent uit de rest van Nederland en voor toonaangevende bureaus uit het buitenland. Die insteek heeft ervoor gezorgd dat Groningen een onderscheidende stad is als het om architectuur en stedenbouw gaat. De invloed daarvan reikt verder dan we vaak geloven.

De realisatie van het Forum is misschien wel het meest opvallende voorbeeld van die status van Groningen als onderzoekende en ietwat brutale architectuur- en stedenbouwstad. Inmiddels is NL Architects een wereldwijd gerespecteerd bureau, maar bij aanvang van de Forum-prijsvraag was het een relatieve outsider. Onbekend waren ze niet meer in 2006, maar eigenlijk wel te klein en onervaren voor het ontwerpen van zo’n nieuw, samengesteld cultuurgebouw. Toch was het uitgerekend dit bureau — dat een samenwerking met Bureau Bouwkunde moest aangaan om überhaupt te kunnen deelnemen — dat de gevestigde orde het nakijken gaf.

Dat een betrekkelijk kleine stad als Groningen zich als een laboratorium voor experimentele en avontuurlijke architectuur en stadsontwikkeling op internationaal vlak kon ontwikkelen, hangt aan het feit dat mensen zoals Niek het geweten van de stad worden. Door nauwkeurig en plichtsgetrouw aan de stad te werken, ontstaat een collectief geheugen dat individuele projecten ontstijgt en goede voorwaarden creëert voor ruimtelijke en stedelijke opgaven.

Dat een betrekkelijk kleine stad als Groningen een laboratorium voor avontuurlijke architectuur en stadsontwikkeling op internationaal vlak is, hangt aan het feit dat mensen zoals Niek het geweten van de stad worden

De reeks projecten waaruit de bijdrage van Niek blijkt, is onuitputtelijk. Toch zijn er twee nog specifiek het vermelden waard.

De ontwikkeling van het Europapark geeft mooi weer hoe stedelijk programma strategisch is ingezet om stadsdelen nieuw leven in te blazen. Voor het gebied was het voetbalstadion een belangrijke aanjager, ook al lieten studies naar potentiële locaties zien dat deze plek wat betreft logistiek en bereikbaarheid niet de meest gunstige was. Maar op een hoger, stedenbouwkundig schaalniveau wogen de argumenten om het stadion daar te realiseren zwaar. Het zou de ontwikkeling van het voormalige energieterrein in een stroomversnelling brengen, daarnaast zou de nieuwe thuishaven van de plaatselijke FC een impuls geven aan de verrijking van het programma. Het vergt veel lef en inhoudelijk doorzettingsvermogen om een dergelijke route te blijven volgen, vooral als de conjunctuur tegenzit.

Het Wall House #2, ten slotte, laat een tegengestelde beweging zien. In een wijk die met het modernisme flirt, is een architectonisch icoon gevierd. John Hejduk wordt gezien als een van de belangrijkste architecten van de twintigste eeuw, al bestaat zijn oeuvre vooral uit papieren architectuur en kunstwerken. Gedurende zijn carrière ontwierp hij een reeks Wall Houses; sommige in opdracht, sommige als studieobject. Nergens kreeg hij er een gerealiseerd, maar in Groningen lukte het, al werd het bouwwerk pas kort nadat Hejduk in 2000 overleed voltooid. Het Wall House #2 is een van de hoogtepunten waarvoor vakgenoten uit de hele wereld naar Groningen komen. Het laat zien welke invloed langdurig werken aan de stad heeft.

Misschien schuilt de meest essentiële bijdrage van Niek wel in de wijze waarop hij zijn liefde voor het vak en zijn enthousiasme met mateloos veel geduld heeft ingezet om iedereen — van vakgenoot, burger of geïnteresseerde leek tot ambtenaar, wethouder of raadslid — keer op keer mee te krijgen in zijn eigen toekomstbeelden – maar vooral ook in die van anderen. Bescheiden zijn en tegelijkertijd alles wat je in je hebt aan de stad geven, zonder in het middelpunt van de belangstelling te willen staan: dat is waarom de Erepenning van de stad Groningen Niek Verdonk meer dan toekomt.

***