4 mei 2021 Leestijd: 9 minuten

Architect Marnix van der Scheer deelde onlangs zijn zorgen over de manier waarop woningen in de nabije toekomst van de lopende band moeten gaan rollen. In Amsterdam zag hij dat ouderwets vakmanschap gelukkig nog steeds bestaat. Hij keek er een dag lang verlekkerd rond en keerde geïnspireerd terug in Groningen.

Tugelaweg, M3H Architecten // Foto: Peter de Kan

Het is vrijdagochtend klokslag 8 uur als Peter de Kan en ik onze fietsen op de fietsendrager zetten en richting Amsterdam rijden. Op uitnodiging van Machiel Spaan van M3H Architecten, wiens Tugelablokken ik onlangs de hemel in prees, gaan we een dagje kwaliteit in (sociale) woningbouw proeven.

Twee uur later parkeren we op Zeeburgereiland en laden we de fietsen af. De beheerder vertelt ons dat we alleen korting krijgen op de parkeerkosten als we met het openbaar vervoer reizen. Dat was ons bekend, maar we maken van de gelegenheid gebruik om grappend aan te kaarten dat we juist hadden verwacht nog méér korting te krijgen nu we met de fiets richting de stad vertrekken. In plat Amsterdams begint de man te vertellen over de teloorgang van het P+R-principe. ‘Die man die nu die régels maakt is helemaal mesjogge. Het héle idee van Park and Ride gaat kapot.’

Na een klein kwartiertje fietsen worden we bij M3H warm onthaald op een uitgestorven bureau vol maquettes. ‘Op vrijdag is iedereen normaal gesproken vrij en sinds corona werken we sowieso vanuit huis’, vertelt Machiel.

We drinken een cappuccino en wandelen samen naar de Tugelablokken. Voordat we vertrekken bekijken we het gebouw waar het M3H-kantoor is gehuisvest nog even wat beter. Een tijdloos, geel bakstenen bouwwerk met onopvallende maar zorgvuldige details. Mooie brievenbussen en entrees, een prachtige voordeur, slimme buitenruimten en een oase van rust in de binnentuin. Wat een kwaliteit! Je zou er maar wonen.

Tugelaweg, M3H Architecten // Foto: Peter de Kan

KWALITEIT VERANKERD

Onderweg vertelt Machiel over de Tugelablokken. Ze werden voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd door de Handwerkers Vriendenkring, een Joodse corporatie voor ambachtslieden, als onderdeel van Berlages Transvaalbuurt. Het is het vroegste voorbeeld van bloksgewijze bouw. Na de oorlog waren alle bewoners ‘verdwenen’ en werd het complex langzaamaan opnieuw bewoond.

Woningcorporatie Ymere vatte zo’n tien jaar geleden het plan op om de blokken te vervangen voor nieuwbouw en vroeg M3H deze voor hen te ontwerpen. Het liefst met integratie van kunst, zoals Ymere dat blijkbaar gewoon is. Hoe mooi is dat?

De verschijningsvorm van de blokken, waar ik ze van ken, de belijning met geglazuurde stenen en de vlakverdeling in het metselwerk, blijkt dus te zijn ontstaan uit een samenwerking van kunstenaar en architect. M3H puzzelt altijd met metselwerk alsof het borduurpatronen zijn, maar combineerde dat nu met door Atelier NL ontworpen patronen, lijnen en kleuren, gebaseerd op het embleem van de Handwerkers Vriendenkring.

Ik probeer me voor te stellen hoe dat proces in zijn werk gaat. Steen voor steen blijken de patronen te worden uitgetekend. ‘Dat kon vanwege het kunstbudget. Een medewerker en een stagiaire hebben er drie maanden aan gewerkt.’ Ik voel jaloezie, Peter en ik zijn nog meer onder de indruk dan we al waren.

Hier komt de geschiedenis tot leven in hedendaags ambachtswerk. Een beetje zoals je hoopt dat je partner doorleeft in een nieuw leven, als je zelf vroeg zou sterven

Hier komt de geschiedenis van Joodse ambachtslieden opnieuw tot leven in hedendaags ambachtswerk. Geen herinneringsmonument in de vorm van een plaquette, maar een eigentijdse ode aan de Handwerkers. Een beetje zoals je hoopt dat je partner doorleeft in een nieuw leven, als je zelf vroeg zou sterven. Een leven waar jij onderdeel van was, maar waarin hij of zij niet blijft hangen.

Door deze uitvoering is het project volledig verweven geraakt met de bestaande context, zowel stedenbouwkundig als inhoudelijk. En dat voel je. Het is nieuw en bestaand tegelijk.

Met Machiel praten we over prefab- en ambachtelijk metselwerk. Over de kwaliteit van imperfectie. Over hoe geld werd gespaard voor het maken van een ‘dure gevel’ door vanaf moment één te kiezen voor een rationele hoofdstructuur. ‘En,’ tipt Machiel, ‘maak kwaliteit in detaillering vanaf het eerste moment onderdeel van je ontwerp. Veranker het in het plan. Dan lukt het veel beter om die details te behouden.’

Het is mooi om te zien hoe M3H ideeën hergebruikt. ‘Deze dorpeldeur passen we veel vaker toe’, legt Machiel uit. ‘We hebben hem ooit ontworpen in samenwerking met een timmerfabriek. Bij ieder project zegt de aannemer weer dat deze deur niet kan, dat je hier nooit garantie voor krijgt. Inmiddels kunnen we verwijzen naar tal van referenties.’

Boordevol nieuwe gespreksstof nemen Peter en ik afscheid van Machiel, we zetten koers richting de Eenhoornblokken van Korth Tielens Architecten.

Eenhoornblokken, Korth Tielens Architecten // Foto: Peter de Kan

OUDERWETS VAKMANSCHAP

Als we aangekomen zijn bij het project in de Watergraafsmeer voelt het aanvankelijk anders dan de ingetogen kwaliteit aan de Tugelaweg. Toch blijkt dit complex meer raffinement te hebben dan we op het eerste gezicht dachten.

Ook hier zie je dat een goed uitgedachte basis aan het ontwerp ten grondslag ligt. Waarschijnlijk kon mede hierdoor de hoogwaardige kwaliteit in materiaalgebruik gefinancierd worden. De gebouwen hebben een gemeenschappelijke binnentuin, een collectieve woonkamer met een barretje en er is een wasserette.

Als we wat preciezer kijken valt ons toch iets op in de detaillering. Balkonranden liggen nét niet in een lijn en het metselwerk van de balkons sluit niet helemaal lekker aan op de gevel. In geprefabriceerde bouw is het toch lastiger om zorgvuldig te detailleren dan in traditionele bouw, zo lijkt het. Het rammelt een beetje onder de motorkap en mede door de half afgemaakte context – het gebied is nog volop in ontwikkeling en zal straks een autovrije landschappelijke inrichting krijgen – krijg je bij dit plan nu nog een nieuwbouwgevoel, anders dan de vanzelfsprekendheid en tijdloosheid van de eerdere plannen van vandaag.

De Eenhoornblokken zijn wat ons betreft wat minder geslaagd dan het andere project van Korth Tielens dat we vandaag bezoeken, Spaarndammerhart. Het bureau ontwierp het samen met Marcel Lok_Architect. Peter en ik zijn compleet overweldigd.

Dit project repareert een stuk stad op een voortreffelijke manier. Vanaf een ingetogen buitenkant met markante welvingen in zandgeel metselwerk beland je via een poort in een binnengebied. Een bewoner vertelt dat de architect had gezegd dat de binnenwereld moest voelen als de voering van een jas en herkent dat beeld. ‘’s Avonds is hier alleen de vloer aangelicht. Dat geeft een hele mooie, bijzondere sfeer.’

Het valt ons op dat de bakstenen met de hand gelegd zijn. Iets onregelmatig, maar keurig strak. Vakwerk!

Mensen voelen zich hier thuis, dat zie je en dat voel je. Opvallend is ook dat alle vijf bewoners die wij tegenkwamen een kledingstuk droegen in de uitgesproken groene tint van de geglazuurde steentjes. ‘Is dat een compliment voor de architecten of is het kleurgebruik gewoon modieuzer dan we dachten?’ vragen we ons hardop af. Het maakt ook niet uit, we genieten volop.

Kleine nissen bij de voordeur worden inmiddels door bewoners zelf ingericht met bistrostoeltjes en planten. De binnentuin is nog niet overtuigend. De begroeiing moet natuurlijk nog tot wasdom komen, maar het oogt (nog) wat truttig. De huisnummering doet me denken aan Berlages ingemetselde brievenbusaanduiding in Usquert, op het Groninger platteland, ver van hier. Ook zo’n hebbedingetje.

Als we wat beter naar het metselwerk kijken, valt ons op dat deze steen wél met de hand gelegd is. Iets onregelmatig, maar keurig strak. Vakwerk! Datzelfde geldt voor de balkonranden en hekwerken. Geen kieren door prefab, maar zorgvuldige aansluitingen.

Ik ben stikjaloers en begin direct te fantaseren over een eigen woongebouw. Toch maar eens met de corporaties bellen, neem ik me voor.

Spaarndammerhart, Korth Tielens Architecten en Marcel Lok_Architect // Foto: Peter de Kan

PRAKKEN WE ALLES DOOR ELKAAR?

Rozig van de dag, in het lichtroze licht van de avondzon, fietsen we terug naar Zeeburgeiland. ‘Wat een tópdag!’, roept Peter, om vervolgens in de remmen te knijpen. ‘Nog even een foto maken.’ Zijn honderdste deze dag. Ditmaal van Tuindorp Buiksloterham, de Amsterdamse equivalent van de Groningse Oosterparkwijk. Destijds ook seriematig gebouwd, maar nog steeds fantastisch van kwaliteit, mede door de stedenbouwkundige opzet. En zo passeren we nog tal van in het verleden gebouwde prachtprojecten.

‘Kijk, hier is opeens weer landschap!’, merkt Peter op en wijst naar een klein landerijtje. ‘Prachtige stad, Amsterdam,’ concludeert hij, ‘maar toch ook wel lekker om weer terug te gaan naar de rust en de ruimte.’ Dat gevoel deel ik. Overweldigend die stad, maar behoud alsjeblieft de ruimte en natuur.

Eenmaal thuis lees ik een artikel van Follow the Money waarin corporatievoorman Martin van Rijn pleit voor een ‘totaal andere aanpak’ bij het oplossen van het woningtekort. Niet te strikt omgaan met functieverschillen, maar bouwen rondom ov-verbindingen, is zijn advies. Niet óf natuur óf wonen, maar een mix ervan. Ik hoor mezelf zuchten.

Van Rijn doet me aan mijn opa denken. Bij ons thuis prakten we het eten nooit door elkaar, zelfs niet bij aardappels. Mijn opa vond dat onzin: ‘In je maag komt toch alles weer bij elkaar. Het gaat erom dat je het naar binnen krijgt.’ Waarop hij aan het eind van zijn leven zelfs zijn warme maaltijd niet meer opwarmde.

Mijn advies: kijk eens goed om je heen. Zoals wij nu toevallig in Amsterdam deden. Kijk hoeveel kwaliteit bouwen in de bestaande stad oplevert. Daar zijn immers ook al ov-lijnen, daar zijn al functies. We waren net zo goed bezig! 

Word ik toch weer verontwaardigd. Stomverbaasd was ik dat de noordelijke provincies ons landschap in de bonus doen als bouwgrond, in ruil voor een snelle verbinding met het Westen. Het is slim om krimpproblematiek op te lossen met woningtekort elders, dat wel, maar laten we eerst even goed nadenken over waar en hoe.

Laten we ophouden met het hypen van het woningtekort en stoppen met het praten over seriematige prefab-bouw in nu nog open gebied als oplossing daarvan. Daar gaan we spijt van krijgen. En dat draai je nooit meer terug.

In plaats daarvan kunnen we beter op zoek gaan naar kwaliteit. Kijk eens goed rond in je eigen omgeving en benoem wat je waardeert aan de straat, je buurt of een project. Complimenteer eens een opdrachtgever of (collega-)architect met een goed gebouw en werk daarmee aan verbetering van de kwaliteit en het architectuurklimaat. En bouw meer van dat goede. Dan hebben we er nog jaren plezier van.

***