3 april 2020 Door Leestijd: 5 minuten

Voor tijdschrift Noorderbreedte richten drie experts hun kritische blik op Panorama Nederland. Met deze getekende toekomstbeelden wil de rijksbouwmeester onze leefomgeving rijker, schoner en hechter maken. Wat kunnen we ermee in Noord-Nederland? Onze eigen Peter Michiel reed voor Noorderbreedte door de provincie.

Met enige regelmaat maak ik op een verloren zaterdag of zondag een rondje door de provincie Groningen. Het doel: plekken bezoeken waar ik lang niet of misschien zelfs nog nooit ben geweest. Ik kan het je aanraden.

Doe bijvoorbeeld eens boodschappen bij de Jumbo in Stadskanaal. Ga eens door de buitenwijken van Delfzijl. Wandel in het bos rond het klooster van Ter Apel. Rij binnendoor naar de Punt van Reide. Of ga op een terras zitten in Veendam. Echt, je kijkt je ogen uit.

Soms zijn de tochtjes inspirerend. Dan geniet ik van de pracht van het Groninger landschap. Maar net zo vaak schieten de tranen me in de ogen.

Zo bezocht ik laatst voor het eerst in jaren weer eens Winschoten. En werkelijk waar, wat hebben ze daar een bende gemaakt van het centrum! De ene verkeerde keus stapelt zich op de andere. Kwaliteit, besef van context en samenhang is ver te zoeken. Hetzelfde geldt voor enige ruimtelijke regie.

Alleen wie goed kijkt, ziet nog wat van de oude charme van ‘de derde stad van Groningen’. Arme bewoners… Die verdienen zoveel beter.

Overigens kan ik in meer of mindere mate eenzelfde klaagzang houden over Appingedam, Delfzijl en Veendam. Of over de eerste resultaten van de versterkingsopgave in het bevingsgebied. En dan heb ik het nog niet over de boerenschuren of de zonneparken rond Delfzijl die her en der in het landschap staan gekwakt.

Natuurlijk zijn er plekken waar het goed gaat. Maar over het geheel genomen zijn dat incidenten. Het neoliberale, door geld gestuurde denken heeft ons de afgelopen decennia weinig goeds gebracht. In die jaren hebben we ons landschap, onze steden en onze dorpen in de uitverkoop gegooid.

De stedenbouw is gedevalueerd. Kennis en kunde is bij veel overheden weggelekt. De ruimtelijke regie is weg. Goede ontwerpers zitten veel te laat aan tafel. Korte termijn voor lange termijn. Daar is Nederland niet bepaald mooier van geworden. Winschoten ook niet. Veel oogt arm en ondoordacht.

Dit is wat je krijgt als geld de enige waarde is waarmee je rekent. Goedkope keuzes in plaats van een duurzame keuze voor schoonheid en kwaliteit.

Wat dat betreft houd ik m’n hart vast voor de komende jaren. Want er komt alleen al in Noord-Nederland nogal wat op ons af. De energietransitie gaat een enorme impact hebben op ons landschap. Ook de klimaatverandering brengt gigantische ruimtelijke opgaven met zich mee. En dan heb ik het nog niet over de broodnodige hervorming van de landbouw, dalende grondwaterstanden, de bevende Groningse bodem, veenoxidatie, woningbouw in het stedelijk gebied, de krimp en de omgang met erfgoed.

Als we zo doorgaan, wordt niet alleen Winschoten een bende. Sterker, dan dreigt een dementerend landschap: een landschap zonder samenhang, met dorpen zonder ziel en huizen zonder hart. Alleen het van de context losgezongen erfgoed herinnert ons dan nog aan de tijden dat het nog goed was.

Tegen de achtergrond van al die enorme ruimtelijke opgaven, biedt het door het College van Rijksadviseurs geinitieerde Panorama Nederland licht in de duisternis. Alleen al qua toonzetting is het leerzaam. Waar ik zelf vaak verval in een klaagzang, predikt het College optimisme. Op naar een rijker, hechter en schoner Nederland!

Juist in dit optimisme en het liefdevol omarmen van de opgave zit de grote kracht van het Panorama. Het daagt uit, verbeeldt en inspireert. Ook illustreert het op prachtige wijze de verbindende kracht van het ontwerp. Panorama Nederland denkt niet sectoraal. Geen enkele opgave staat op zichzelf: ‘Een integrale aanpak is de enige mogelijkheid om de veelomvattende aard van de vragen op de juiste manier aan te pakken.’

Voor Noord-Nederland is de gedachtegang achter Panorama Nederland ontzettend relevant. Want hier komen misschien wel de grootste ruimtelijke opgaven samen. Daarbij kan zeker het bevende Groninger Ommeland wel wat lonkend perspectief gebruiken.

Het kan ons helpen om, in de woorden van landschapsarchitect Dirk Sijmons, het plezier in de maakbaarheid van ons landschap te herwinnen. Laten we daarin alsjeblieft schoonheid en kwaliteit weer een prominente rol geven. Weg van het geldgestuurde denken, weg van een door Excel-sheets gedomineerde ‘ruimtelijke ordening’ – of wat daar nog van over is.

Investeer in de bouwcultuur en de cultuur van het bouwen. Daarbij ben ik ervan overtuigd dat juist visies als Panorama Nederland enorm kunnen helpen om bewoners als volwaardige partners mee te nemen in grote (en kleine) transities.

Eigenlijk is het van de zotte dat een perspectief als Panorama Nederland uit de koker moet komen van een club gerenommeerde ruimtelijk adviseurs. Hoe goed en relevant het initiatief ook is: dit soort visies behoort natuurlijk gemaakt te worden door Rijk, gemeenten en provincies. Of die zouden er tenminste de opdracht toe moeten geven.

Niet vrijblijvend, maar als essentieel instrument om vat te krijgen op ruimtelijke transities en opgaven. Niet met het oog op de korte, maar op de langere termijn. Daar hoort ook de broodnodige uitvoeringskracht bij die ervoor zorgt dat het niet blijft bij mooie vergezichten. Hopelijk helpt Panorama Nederland ook bij het indalen van dat idee.

En Winschoten? Ik hoop dat daar het besef snel doordringt dat het hoog tijd is voor kwaliteit en een gezonde dosis ambitie. Wellicht dat de oude charme dan in een nieuwe jas weer hoogtij kan gaan vieren.

***

Dit stuk werd geschreven in opdracht van tijdschrift Noorderbreedte.