Groninger Architectuurprijs 2022: het juryrapport

6 oktober 2022 Leestijd: 13 minuten

Op uitnodiging van GRAS, Stichting DAG en Atelier Stadsbouwmeester stelde de Ontwikkelorganisatie Ruimte van de gemeente Utrecht de vakjury voor de Groninger Architectuurprijs 2022 samen. We vroegen de jury in hun rapport niet alleen in te gaan op de oogst van dit jaar, maar ook hun algemene bevindingen over Groningen te delen. Dit is het resultaat.

Vakjury 2022

Gerwin de Vries (Flux landscape architecture)
Jeroen Koning (senior adviseur Gezonde Leefomgeving bij de gemeente Utrecht)
Eveline Keizer (senior ontwikkelingsmanager bij BPD Gebiedsontwikkeling)
Sanneke van Wijk (stedenbouwkundige bij de gemeente Utrecht)
Casper Schuuring (MONK Architecten)

De vakjury bezoekt de acht genomineerde projecten // Foto: GRAS

Stad vol potentie

Op basis van 31 inzendingen nomineerden we acht kanshebbers voor de Groninger Architectuurprijs 2022. In de week voor de prijsuitreiking bezochten we als vakjury Groningen. We bekeken de acht genomineerde projecten kritisch, van binnen en buiten, om zo tot een nummer 1, 2 en 3 te komen. En wellicht zelfs tot een winnaar van de Boumaprijs, spaarzaam toegekend aan een excellent project dat in alle opzichten overtuigt.

Het tweedaagse bezoek was onderdeel van een bredere uitwisseling tussen Utrecht en Groningen en bood volop ruimte voor het delen van kennis. Wat kan Groningen leren van Utrecht – en andersom?

We zagen tijdens ons bezoek aan Groningen een groeiende stad vol potentie. Ook zagen we verschillen én overeenkomsten met Utrecht. Zo kennen beide steden een grote opgave op het vlak van wonen en werken die zich de komende twintig jaar met name binnenstedelijk manifesteert. Het terugdringen van het privé-autobezit en -gebruik, het in goede banen leiden van voetgangers en fietsers in (met name) de binnenstad en het weren van de auto in en om die binnenstad zijn daarbij grote uitdagingen.

Groningen heeft minder inwoners en is als stad compacter dan Utrecht. Die compactheid heeft een groot voordeel: bewoners zijn in relatief korte tijd echt ‘buiten’. Het omliggende landschap, waaronder dat van de Drentse Aa, is nabij. Het is zelfs onderdeel van de gemeente. In Utrecht is dat anders. Zo hoort het landgoed Amelisweerd grotendeels bij de naburige gemeente Bunnik. De Utrechtse gemeentegrenzen heb je snel bereikt.

Opvallend is dat zowel Utrecht als Groningen vooral veel aandacht hebben voor de zuidflanken van de stad. Wordt de noordkant niet wat vergeten? Zit daar evenveel ambitie in? Of zijn we in Nederland nu eenmaal gericht op het zuiden, op de zon?

Een andere overeenkomst is dat we in beide steden belangrijke en kansrijke plekken zoals het stationsgebied en de oude bedrijventerreinen nabij de stad herontwikkelen tot nieuwe plekken voor wonen, werken, verblijven en recreëren. Daarbij voeren we dezelfde discussies, bijvoorbeeld over de stapeling van ambities, de rol van de auto en het bieden van ruimte aan de huidige (tijdelijke) huurders, bewoners en gebruikers binnen nieuwe gebiedsontwikkelingen. Hoe combineer je wonen en werken in een gestapelde maakstad?

De grote gebiedsontwikkelingen uitgezonderd, lijken de projecten en ontwikkelingen in Groningen wat kleinschaliger. Op het oog gaat er veel aandacht uit naar plannen op buurtniveau, zoals de transitie van de Grunobuurt en een ontwikkeling als het Engelse Park. Dit is iets om te koesteren.

Ook voor Utrecht is het wenselijk om hier en daar wat minder groots en hoog te denken. De schaal van de buurt hoort nadrukkelijk ook bij de stad. Wat ons verder opviel was de mix van (sociale) huur en koop. In Utrecht streven we bij alle woningbouwprojecten naar een verdeling van 40 procent sociale huurwoningen, 35 procent woningen uit de middencategorie (middenhuur en goedkope en betaalbare koop) en 25 procent vrije sector. In Groningen lijkt dit niet het geval te zijn. Zo beslaat een ontwikkeling als Engelse Park bijvoorbeeld enkel koop.

Foto's: David Vroom

Groninger Architectuurprijs 2022: de inzendingen

We waren enthousiast over de diversiteit aan ingezonden projecten. Wel zagen we grote verschillen, zowel qua opgave als in de kwaliteit. Dat is deels het gevolg van de aard en opzet van de Groninger Architectuurprijs, die meer dan een prijs is.

Met de longlist aan inzendingen wil de organisatie een beeld geven van de jaarlijkse bouwproductie binnen de gemeentegrenzen: het kaf én het koren. We constateerden dat er in die laatste categorie dit jaar geen projecten waren met een echte wow-factor, zoals dat bijvoorbeeld twee jaar geleden wel het geval was met het Forum.

Hoewel we geen grootse plannen of grote gebaren zagen, vielen ons wel de projecten op waarbij overduidelijk aandacht is uitgegaan naar de uitwerking. Andere projecten onderscheidden zich door een bijzonder proces of door de zorgvuldigheid. Daartussen bevonden zich ook opgaven waarbij (goede) architectuur geen vanzelfsprekendheid is.

Voorbeelden van projecten uit bovengenoemde categorieën zijn de bijzondere woningbouw voor expats aan het Boterdiep van Vdp Architecten (Houtstek), een vergelijkbaar project van de Architecten van Team 4 aan het Damsterdiep, de sociale woningbouw in de Grunobuurt van De Zwarte Hond, het Busknooppunt UMCG Noord van Koen van Velsen Architecten en de Karrenschuur van Onix. Kwaliteit en aandacht zagen we in al deze plannen. Opvallend is dat bij een aantal van de door ons genomineerde projecten een weloverwogen architectenkeuze is gemaakt.

Met het oog op de diversiteit van projecten merken we op dat de manier van inzenden wat uniformer en beter kan, met een minimale inzendingseis en een beperking in tekst, tekeningen en foto’s. Als iedere inzending maximaal zes A4’tjes beslaat, met minimaal 500 woorden tekst, aangevuld met duidelijke tekeningen en plattegronden en maximaal tien foto’s, maakt dat de taak van de jury gemakkelijker.

Verder verdient het aanbeveling om bij projecten die net opgeleverd zijn toch even een jaartje te wachten met inzenden, zeker als er een stevige tuin- en landschapscomponent inzit. Sommige projecten hadden zo’n extra jaar goed kunnen gebruiken om ook echt onderdeel te worden van de omgeving.

Gespreksleider Jelte Posthumus (links) en de vakjury tijdens de prijsuitreiking in De Biotoop in Haren // Foto: David Vroom

De acht genomineerden

Op volgorde van bezoek lichten we de shortlist toe.

De vernieuwing van het stadhuis is een zorgvuldig en indrukwekkend project waarbij een rijksmonument op een inventieve manier is verduurzaamd, met respect voor de historie. De opdracht was om een grotere raadszaal te maken en het gebouw te verduurzamen. Dit is meer dan gelukt. Ook is het project binnen budget gebleven, wat in de huidige tijd bijzonder is. De volgende stap in de transformatie zou het openen van de begane grond moeten zijn, waarmee het gebouw een sterkere relatie met de stad en de Grote Markt kan aangaan.

Bij Houtstek hebben we waardering voor het maatwerk in deze diepe kavel en het feit dat er woningen zijn gemaakt met een oriëntatie aan twee zijdes. Wel zijn er wat twijfels over de (tijdelijke) invulling met een tussenverdieping. Het zou mooi zijn als de begane grond snel de gewenste publieke functie krijgt. Op verschillende plekken keren dakterrassen terug; tijdens ons bezoek waren hier nog geen stoelen of planten te zien: een gemiste kans. Hier liggen nog mogelijkheden voor ontmoeting en vergroening.

We hebben veel waardering voor de alternatieve ontwikkeling van woongemeenschap Ebbingehof, de samenwerking tussen de bewoners en de stedenbouwkundige inpassing van het gebouw op deze binnenstedelijke plek. Het getrapte volume werkt goed. Hetzelfde geldt voor de verschillende buitenruimtes. Zo veelbelovend als de buitengevels zijn, zo teleurstellend zijn de binnengevels en de daaraan gelegen ruimtes. In de architectuur ontbreekt hier een goede detaillering – alsof de architect op dat moment even afwezig was.

Het busknooppunt UMCG Noord is met lef en aandacht ontworpen, helemaal binnen de context van de opgave: een ov-knooppunt. De plek biedt kwaliteit en rust. We vragen ons wel af of het in de stad een incident is. Wordt het ontwerp niet sterker wanneer het onderdeel uitmaakt van grotere lijnen of structuren? De keuze voor afwijkende elementen en meubilair maakt het ontwerp kwetsbaar op het vlak van beheer en onderhoud – zeker als het op deze plek bij een incident blijft.

De vakjury geeft tekst en uitleg tijdens de prijsuitreiking // Foto's: David Vroom

Op een smalle kavel aan het Damsterdiep wordt met het project Schuitenschuiverskwartier veel kwaliteit gemaakt. Er is een goed doordacht en aantrekkelijk binnengebied ontstaan. De woningen zijn ruim en hebben buitenruimte. Plantenbakken verhogen de kwaliteit en regenpijpen zijn goed in de gevel weggewerkt. De kwaliteit van het binnengebied zien we helaas niet terug aan de buitenzijde, waar het project twee stegen had kunnen activeren. Juist hier lag de kans om er een heel bijzonder project van te maken, bijvoorbeeld door het doorzetten van gelijkwaardige materiaalkeuzes in zowel de binnen- als buitengevel.

Het Engelse Park is op alle fronten goed doordacht: landschappelijk, stedenbouwkundig en architectonisch. Ook kent het project een mooie overgang naar de groene omlijsting met bestaande bomen. Er is aandacht voor details: van de overgangen tussen gebouw en landschap, de verspringingen in de volumes en de zichtbare waterhuishouding in openbare ruimte. Op sommige onderdelen is de uitwerking minder zorgvuldig, zoals bij de balkons en hemelwaterafvoeren. Achteraf bleek dit gebeurd te zijn op het moment dat een tekenbureau het overnam van de architect.

Tractie imponeert wat betreft de hoogwaardige materialen en de detaillering, zeker binnen de context van sociale en middenhuur. Het gebouw landt op een mooie manier in de omgeving, met aandacht voor de overgangen en het materiaalgebruik. Het binnengebied is niet geactiveerd, hier worden kansen gemist door een blinde gevel rondom en door de aanwezigheid van auto’s. In algemene zin ligt in Groningen een grote uitdaging in dergelijke binnengebieden, waar de auto nog te veel ruimte inneemt.

Lof hebben we voor het project Karrenschuur, een relatief standaard maar toch bijzonder ontwerp. Prijzenswaardig is het feit dat bij een golfbaan een onverwachte maar zeer passende architectenkeuze is gemaakt. Helaas kwam ons bezoek nog te vroeg om het geheel goed te kunnen beschouwen. Het landschap was nog in aanleg en ook de inrichting van het gebouw was nog niet gereed. Verder moesten de zonnepanelen nog worden aangesloten. We hadden de hoop en verwachting dat er in de schuur net zo consequent voor hout was gekozen als aan de buitenzijde, maar die verwachting werd helaas niet ingelost: we troffen een staalconstructie met metalen dakpanelen.

Eerste prijs vakjury: Engelse Park

Engelse Park krijgt zowel de juryprijs als de publieksprijs // Foto: David Vroom

Ontwerp: Bedaux de Brouwer Architecten, wUrck architectuur, stedenbouw, landschap
Locatie: Engelse Park, Groningen
Opdracht: OCW Engelse Park
Realisatie: Rottinghuis' Aannemingsbedrijf, Friso Bouwgroep

Engelse Park, ontworpen door Bedaux de Brouwer en wUrck, is op alle fronten een goed doordacht plan. De projectnaam verwijst naar de opvang van Engelse soldaten op deze plek tijdens de Eerste Wereldoorlog: het zogenaamde ‘Engelse Kamp’. De prachtige woonbuurt is ontwikkeld in een parkachtige setting met veel oog voor detail, zowel in de architectuur als in de openbare ruimte. In de fraaie landschappelijke invulling is veel aandacht besteed aan de overgang van de openbare naar de privéruimte.

Tuinmuren hebben hier en daar een leuk detail, zoals een besparing en verhoogde entrees waar een zitplek is gecreëerd voor de bewoners. De waterhuishouding krijgt eveneens veel aandacht en is zichtbaar gemaakt met de wadi’s in de binnenhoven, de natuurstenen begeleiders voor het regenwater en de roosters met daarin een verwijzing naar de Helperlinie die hier ooit lag. De prachtige bakstenen gevels met eenzelfde kleur metselwerk leveren een mooi contrast met de groene omgeving.

Engelse Park is een prachtige woonbuurt met veel oog voor detail, zowel in de architectuur als in de openbare ruimte

Bedaux de Brouwer maakt goed gebruik van de hoogteverschillen in het maaiveld en door de hoogtecontrasten in de blokken oogt het ontwerp verrassend. Details als de huisnummers, de gevelarmaturen en de smalle ramen voor de badkamer dragen hier in sterke mate aan bij. Deze aandacht voor details is niet overal doorgezet. De keus voor kunststof kozijnen en de standaard (balkon)hekjes bekoorde niet ieder jurylid. Verder is het jammer dat op deze plek alleen koopwoningen gerealiseerd zijn. Ook formele speelplekken in de groene omgeving hadden de nieuwe buurt (nog) aantrekkelijker gemaakt.

Onze belangrijkste kritiek betreft de rol van de auto op het binnenterrein. Met een station op zo’n korte afstand lijkt er geen noodzaak te zijn om elke woning te voorzien van een eigen parkeerplaats. Een deelconcept had de ruimte voor de auto flink kunnen beperken en de binnengebieden aantrekkelijker gemaakt.

Deze kritische noot laat onverlet dat Engelse Park een sterke eigen identiteit heeft. Hier is met liefde en aandacht aan ontworpen. Het strakke ontwerp, de aandacht voor details en de ontmoeting tussen architectuur en landschap maken het Engelse Park tot de terechte winnaar van de Groninger Architectuurprijs 2022.

Tweede prijs vakjury: Vernieuwing stadhuis

Architect Ninke Happel (Happel Cornelisse Verhoeven) en opdrachtgever Elzo Dijkhuis (Gemeente Groningen) ontvangen de tweede prijs // Foto: David Vroom

Ontwerp: Happel Cornelisse Verhoeven, architectenbureau Fritz
Locatie: Grote Markt, Groningen
Opdracht: Gemeente Groningen
Realisatie: Rottinghuis' Aannemingsbedrijf, Arup, KBP Sight, HE Adviseurs

De tweede prijs kennen we toe aan de vernieuwing van het Groninger stadhuis, naar ontwerp van Happel Cornelisse Verhoeven en architectenbureau Fritz. Het stadhuis is op een zeer zorgvuldige en inventieve manier verduurzaamd, met respect voor de historie. Daarbij zijn de originele kleuren weer teruggebracht.

Een rijksmonument renoveren van energielabel G naar energielabel A+++, waarbij alle energetische aanpassingen onzichtbaar zijn mee-ontworpen, is op zich al een hele prestatie. Het optillen van de raadszaal naar de zolder is een slimme oplossing die bijdraagt aan de openheid en transparantie van het gebouw.

De raadszaal straalt een subtiele rust uit en is prachtig afgewerkt met hout, zowel in de meubels, wandafwerking als in het deels transparante cassetteplafond. Met de toekomstige aanpak van de Grote Markt zien we nog wel kansen om de begane grond van het stadhuis een meer open en transparant karakter te geven richting het plein. We zijn ervan overtuigd dat de ruimte op de begane grond hierdoor een grotere waarde krijgt als openbaar toegankelijk deel van het stadhuis.

Derde prijs vakjury: Tractie

Architect Tjeerd Jellema (De Zwarte Hond) en opdrachtgever Joke van Delden (Nijestee) ontvangen de derde prijs // Foto: David Vroom

Ontwerp: De Zwarte Hond
Locatie: Westinghousestraat, Groningen
Opdracht: Nijestee, gemeente Groningen
Realisatie: Trebbe Bouw

De derde prijs is voor het woongebouw Tractie in de Grunobuurt, ontworpen door De Zwarte Hond. Het gebouw verraste ons in zijn materialisatie en prachtige detaillering in de gevel. Sociale woningbouw mist vanuit budgettaire overwegingen vaak oog voor detail. Dat is hier zeker niet het geval. Het maken van een aantal principiële ontwerpkeuzes, en meer niet, levert ook binnen een beperkt budget bijzondere architectuur op.

De gevel kent een rustig patroon van verticaal georiënteerde openingen. De dubbellaagse woningen met hun entrees aan het plein en de straat dragen bij aan een prettig verblijfsklimaat. Ook de omloop op de verdieping waarderen we. Het ontwerp laat zien dat er op alle fronten aandacht was voor de afwerking: de daklijsten die op alle lagen terugkomen, de materialisatie van de onderkant van balkons en de keuze voor de bakstenen. Ook de subtiele gelaagdheid in de gevel en het metselwerk draagt bij aan het beeld.

We vinden het jammer dat de gevel aan de binnenzijde op de begane grond een dicht karakter kent, hoewel we snappen dat juist aan deze kant bergingen en fietsenstallingen een plek hebben gekregen. Toch had een tweezijdige entree van de dubbellaagse benedenwoningen dit beeld kunnen doorbreken. Ook merken we op dat de auto ook hier een nog te prominente rol opeist op het binnenterrein. Daar ligt, nogmaals, in brede zin een grote opgave voor Groningen en diverse andere steden.

Tot slot

Utrecht heeft geen Stadsbouwmeester en geen Atelier Stadsbouwmeester. Hoewel het vast altijd beter kan, is zo’n opzet en organisatie van grote waarde. Ook de samenwerking met en binnen de gemeente, het Atelier Stadsbouwmeester en GRAS is iets waar Groningen trots op kan zijn.

Je zou kunnen stellen dat deze combinatie en de ambitie van GRAS de kwaliteit van de architectuur en stadsontwikkeling ten goede komen. Daarbij verraste de gedrevenheid en architectuurkennis van het GRAS-team en Atelier Stadsbouwmeester ons steeds weer. Mede hierdoor is al jaren ruimte voor het architectuurdebat in Groningen, iets waar Utrecht en in bredere zin de hele Randstad een voorbeeld aan kan nemen.