Het mooiste dorp van Nederland verdient veel beter

6 mei 2021 Leestijd: 13 minuten

De inwoners van Winsum maken zich druk. Een eeuwenoud, in het groen gedompeld jaagpad langs het Winsumerdiep dreigt te verdwijnen. Er komt een stenen kade voor terug met daarachter een rijtje appartementen. Tenminste, dat is het plan van de gemeente Het Hogeland en hun partners in crime Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed. Ik begrijp de zorg van de Winsumers, maar wat mij betreft gaat die verder dan alleen het jaagpad. Het complete plan doet de wenkbrauwen fronsen: het is belabberd, in alle opzichten.

Impressie van de nieuwe kade langs het Winsumerdiep // Afbeelding: Gemeente Het Hogeland

Afhakende ontwikkelaars

Het dorpshart van Winsum worstelt met een gapend gat. Pakweg twintig jaar ligt het al braak. Een deel wordt nu gebruikt als parkeerplaats, het andere deel bestaat uit gras. Twee bordjes manen hondeneigenaren om hun viervoeter er niet te laten poepen.

Rondom het poepveldje en het parkeerterrein liggen de rijksmonumenten voor het oprapen. Neem het prachtige oude gemeentehuis van architect Van Wissen uit 1907 of de uit 1888 stammende voormalige lagere school. Ook De Boog, het meest gefotografeerde bruggetje van Winsum en omstreken, ligt om de hoek.

Het zijn slechts een paar voorbeelden van de markante en veelal hoogwaardige bebouwing in het oude dorp. Ze illustreren dat Winsum in 2020 niet voor niets werd uitgeroepen tot het allermooiste dorp van Nederland.

Je moet welhaast een blind paard zijn om de potentie van deze plek niet te herkennen. Maar hoe kansrijk ook, op de een of andere manier rust er geen zegen op de ontwikkeling van het Boogplein, zoals de overkoepelende naam van het project luidt.

Verschillende ontwikkelaars haakten de afgelopen jaren af. De een zette in op een parkeergarage met supermarkt – die er (gelukkig) niet kwam. De ander gokte op een publiekstrekker (of eigenlijk gewoon opnieuw een supermarkt) – die er (gelukkig) niet kwam. En weer een ander ging voor een haventje op de plek van het poepveldje. En u raadt het al: die haven kwam er (gelukkig) ook niet.

Het nieuwste plan is van de hand van Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed. Een kleine online zoektocht naar het oeuvre van beide partijen voorspelt weinig goeds. Laten we het houden op ondermaatse plannen en architectuur met een hele kleine a: oppervlakkig, slecht of helemaal niet gedetailleerd, met weinig benul van de context en historiserend op de meest platte manier denkbaar.

En, hoe verrassend: het plan voor het Boogplein past geheel in dat beeld. Sterker, het faalt in alle opzichten: stedenbouwkundig, programmatisch, in de manier waarop het omgaat met de rijke geschiedenis van Winsum, in groen en openbare kwaliteit en niet in de laatste plaats in de voorgestelde architectuur. Alhoewel, architectuur, daar kunnen we eigenlijk niet van spreken. Als er al een architect aan het plan heeft getekend, mag die morgen zijn of haar beschermde architectentitel bij mij komen inleveren.

Zicht vanaf De Boog, met links het jaagpad langs het Winsumerdiep // Foto: Peter de Kan

Gebouwen die doen alsof ze oud zijn

Voor ik wat dieper inga op de materie, eerst een compliment. Want dát de gemeente Het Hogeland iets met deze plek wil, is natuurlijk fantastisch. Hetzelfde geldt voor de ambitie om het huidige parkeerterrein meer het karakter te geven van een multifunctioneel (dorps)plein. Mits goed ontworpen kan dit voor een enorme impuls zorgen. Bovendien verdient de insteek om het cultureel erfgoed een prominente plek te geven in de planontwikkeling niets dan lof.

‘Door met respect om te gaan met het cultureel erfgoed worden mogelijkheden geschapen’, lees ik in het beeldkwaliteitsplan dat de gemeente als basis voor de planvorming opstelde. De tekst vervolgt: ‘Het ontwerpproces begint bij de zoektocht naar de oorspronkelijke identiteit en de geschiedenis van de plek. Door uit te gaan van de ontstaansgeschiedenis van een gebied vertelt elke plek zijn eigen verhaal.’

Now we’re talking!

Die appartementen in het middeleeuwse dorpshart komen er niet vanwege de ‘oorspronkelijke identiteit en de geschiedenis van de plek’, maar omdat je er geld mee kunt verdienen

Op de site boogplein.nl, van Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed, tref ik onder het kopje ‘woningaanbod’ enkele referenties van waartoe dit kan leiden. Ik aanschouw de meest levenloze doorvertaling van een beeldkwaliteitsplan die ik ooit heb gezien. De visualisaties op de website laten me bovendien in verwarring achter. Zag ik deze niet ook al in het beeldkwaliteitsplan zelf?

Wie is nou eigenlijk de auteur van het beeldkwaliteitsplan? De gemeente of de tandem Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed? Wat is de status van dit plan? Wie voert hier de regie, de gemeente of de ontwikkelaars? Is hier überhaupt al aan ontworpen, en zo ja, door wie dan? En is dit werkelijk het beste waarmee men kon komen?

Op de beelden, die uit een vroege versie van de virtuele wereld Second Life of SimCity lijken te komen, zie ik een soort Esonstad-architectuur: nieuwe gebouwen die doen alsof ze oud zijn. Botoxbouw noem ik het wel, met van die strakke voegen en gladde stenen. Inwisselbare historiserende gevels die overal hadden kunnen staan en waarvan we eigenlijk overal zouden moeten zeggen: Nee, doe maar niet.

Hier is echt niets Winsums aan. Nergens bouwt het voort op het DNA van het dorp. Eigenheid en karakter zijn afwezig. Het is plat en vlak en zal dat ook altijd blijven, simpelweg omdat het nep is.

Impressie van het Boogplein // Afbeelding: Gemeente Het Hogeland

Verkeerde keuzes en typologische missers

Dan de typologie. Aan de westkant, langs de Wigbold Ripperdastraat, is ruimte voor twee vrijstaande woningen. Daarmee wordt het bestaande rijtje afgemaakt. Op die plek prima passend, helemaal wanneer gekozen wordt voor een hedendaagse vertaling van de reeds aanwezige waarden. Hetgeen overigens in de huidige opzet niet het geval is, maar daarover later meer.

Aan het water kiezen Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed (en de gemeente?) voor appartementen, verstopt achter die historiserende geveltjes. Typologisch een wonderlijke keuze. Appartementen in een middeleeuws dorpshart terwijl de gevel doet alsof het gewoon een huis is… leg me dat maar eens uit.

Alhoewel, waarschijnlijk heb ik het antwoord al. Die appartementen komen er natuurlijk niet vanwege de ‘oorspronkelijke identiteit en de geschiedenis van de plek’. Welnee, ze komen er omdat je daar geld mee kan verdienen. Met de wind in de rug van ‘het mooiste dorp van Nederland’ hoeven Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed zich daar vast geen zorgen over te maken.

Behalve voor woningen en appartementen is in het plangebied ook nog ruimte voor een winkel. Die moet naast het oude gemeentehuis van Van Wissen komen, zoals gezegd een rijksmonument. In een artikel in Dagblad van het Noorden lees ik dat de winkel zo maar eens een boerderijwinkel zou kunnen worden. En welke vorm kiezen Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed voor een boerderijwinkel? Juist! Een boerderij, helemaal in lijn met het beperkte architectonische vocabulaire en contextuele besef van de betrokken partijen.

We gaan door naar de kade, waar momenteel een schelpenpaadje ligt. Het wordt veel gebruikt, begrijp ik van een aantal omwonenden wanneer ik met míjn partner in crime Peter de Kan op een zonnige dag Winsum bezoek. Heel verrassend is dat niet.

De lindebomen, het groen en het uitzicht op het beschermde dorpsgezicht maken het hier prachtig. Het openbare, groene karakter van de plek is van grote waarde. Hetzelfde geldt voor de cultuurhistorische betekenis, dit schelpenpaadje is namelijk onderdeel van het eeuwenoude jaagpad langs het Winsumerdiep.

In de plannen van de gemeente (of van Eco Vastgoed en Tandem Ontwikkeling?) blijft het publieke karakter gelukkig overeind. Al was het alleen maar om deze instagrammable plek voor de bezoekers van het mooiste dorp van Nederland te behouden. Vanaf hier schiet je immers de mooiste plaatjes van de Boogbrug en de haast idyllische historische bebouwing aan de andere kant van het water.

Voor de knotlindes en de andere begroeiing aan het Winsumerdiep is helaas geen plek meer. Op de referentiebeelden zien we een klinkerkade met leilindes en wat tulpen op een strakgemaaid gazonnetje.

Welke vorm kiezen de ontwikkelaars voor een boerderijwinkel? Juist! Een boerderij, helemaal in lijn met het beperkte architectonische vocabulaire en contextuele besef

En het schelpenpaadje? Dat keert mogelijk terug in een soort halfverharde strook in de kade, zo luidt een recente toezegging van de gemeente aan de bezorgde bewoners. Een homeopathisch verdunde suggestie van wat het was. Ik zou haast zeggen: doe het dan gewoon niet en maak de kade helemaal van steen.

Sowieso is het hele plan nogal een stenige bedoening. Alsof de woorden biodiversiteit, natuurinclusief en klimaatadaptatie nog niet helemaal zijn doorgedrongen binnen de burelen van de gemeente (en van Eco Vastgoed en Tandem Ontwikkeling).

Misschien is het de schuld van de verouderde programmatuur die gebruikt is voor de visualisaties. Of de beheersing van de nieuwe. Al vrees ik van niet. Helemaal wanneer ik lees over verplaatsbare potten met groen die op het Boogplein voor wat extra beleving moeten gaan zorgen. Verplaatsbaar, want stel je voor dat het groen een evenement in de weg gaat staan!

Impressie van het Boogplein // Afbeelding: Gemeente Het Hogeland

Een plan zonder ontwerpkracht

De teneur is duidelijk: na al die jaren ligt voor het hart van Winsum nog steeds geen overtuigend plan. Waar dat door komt? Allereerst lijkt het er sterk op dat de gemeente na al die jaren de vraagstelling gewoonweg niet op orde heeft en zelf geen idee heeft wat ze nou eigenlijk echt wil op deze plek. De projectontwikkelaar moet maar met een plan komen en dan zien we wel, lijkt de redenatie. Maar dat is een beetje de omgekeerde wereld. Als je zelf de vraag niet goed stelt, hoe wil je dan in hemelsnaam een goed antwoord krijgen?

Ik wil geloven dat het allemaal met de beste bedoelingen is gebeurd. Maar als gemeente waak je over het collectieve belang. Je kijkt naar dat wat op de lange termijn goed is voor je dorp. Je neemt bewoners mee in je plannen. Je legt de kwaliteitslat op hoogte. En je daagt op grond daarvan de markt uit om met een goed antwoord te komen, waarbij je zelf altijd de regie houdt. Dit is ook hoe diezelfde markt het steeds vaker graag heeft.

Overheid: pak je rol. Kom met een visie en zeg wat je wilt.

Verder zit er een grote denkfout in de plannen. De tekst van het beeldkwaliteitsplan begon nog hoopgevend: ‘Door met respect om te gaan met het cultureel erfgoed worden mogelijkheden geschapen’. Het gaat vervolgens schromelijk mis wanneer bij de welstandscriteria, verderop in het document, wordt gesproken over ‘een traditionele bouwstijl, aansluitend bij het historische centrum’. Hoezo traditioneel? Hebben we geen vertrouwen meer in de kennis en kunde van de hedendaagse architectuur?

Dorpen als Winsum zijn juist zo interessant vanwege hun historische leesbaarheid, waarbij iedere tijd z’n sporen achterlaat. Tijdens onze fietstocht richting het dorpshart wordt dat prachtig duidelijk. Aan de Bellingeweer en de Hoofdstraat West dienen zich diverse stijlen en tijdperiodes aan. Van woningen die knipogen naar 19e-eeuwse landhuizen tot invloeden van Jugendstil en neoclassisme.

Ook elders in het dorp – de zouteloze en inwisselbare nieuwbouwwijken uitgezonderd – is dat volop zichtbaar; van de typerende Amsterdamse School tot de charmante jaren-50-woningbouw. En de grap is: hoe verscheiden die bebouwing ook is, de panden zijn allemaal op hun plek. Omdat ze hun context snappen, voortbouwen op bestaande waarden en toch steeds anders zijn.

Bovenal komt het omdat de gebouwen niet veinzen iets te zijn. Ze doen niet alsof. Ze zijn echt. Daardoor wordt een dorp leesbaar en herkenbaar. En zo ontstaat karakter.

Het plan voor het nieuwe Boogplein staat haaks op deze karaktervolle bebouwing. Het laakt in alles ontwerpkracht. Ik stelde al de retorische vraag of er überhaupt wel ontworpen was aan dit plan, en zo ja door wie. Zelf heb ik het sterke vermoeden dat we hier zitten te kijken naar het tekenwerk van Tandem Vormgeving en Bouwadvies BV, het eigenlijke bv’tje naast Tandem Ontwikkeling.

Als je als gemeente de vraag niet goed stelt, hoe wil je dan in hemelsnaam een goed antwoord krijgen?

Ze dachten daar vast: Waarom zouden we een echte architect en landschapsarchitect inschakelen? Dat honorarium kunnen we uitsparen door gewoon zelf het potlood ter hand te nemen. Straks een aannemer erbij en klaar is kees!

Tandem Ontwikkeling kunnen we wat dat betreft niet zoveel kwalijk nemen. Die zien hun kans. Sterker, het zou heel goed kunnen dat ze zelf helemaal niet inzien dat ze niet de juiste partij zijn voor deze opgave. Maar de gemeente? Die had beter moeten weten.

We hebben hier te maken met een ontwikkeling die voor jaren het aanzicht van Winsum gaat bepalen. Een plek die zich (deels) bevindt in het historisch dorpsgezicht. Een plek vol kansen, bezaaid met (potentiële) waarde.

Het grijpen van die kansen vraagt om vakmanschap. Om ontwerpers die snappen hoe je binnen een bestaande context ontwerpt. En, met alle respect, dat is een heel ander soort vakmanschap dan dat van Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed.

Het braakliggende dorpshart van Winsum // Foto: Peter de Kan

Werk aan de winkel

Genoeg geklaagd. Wat moet er gebeuren? Allereerst is het van belang dat iedereen zijn of haar rol pakt. De gemeente als regisseur die weet wat ze wil, de kwaliteit bewaakt en alleen genoegen neemt met het beste. Tandem Ontwikkeling en Eco Vastgoed zijn vervolgens de projectontwikkelaars die de vraag zo goed mogelijk dienen te beantwoorden en daar de juiste parters bijzoeken.

Een belangrijke rol blijft nog over: die van de ontwerper – of nog beter, de ontwerpers. Laat alsjeblieft een goede stedenbouwer een fatsoenlijk, hedendaags plan maken, samen met een landschapsarchitect. Ontwerpers die Winsum en de opgaven van vandaag en morgen snappen. Neem geen genoegen met een slappe vertaling van het beeldkwaliteitsplan. Laat je verrassen door betere ideeën en ga voor duurzame kwaliteit.

Betrek bovendien de bewoners veel meer en vooral slimmer bij de planvorming. Niet met het oog op het voorkomen van bezwaren en procedures, maar vanuit het geloof dat je zo een beter plan maakt, van én voor Winsum. Laat de bureaus daarbij niet alleen studeren op het nu nog gapende gat maar geef ze ook de vrijheid om verder te kijken. Naar het gehele dorpshart en de verbinding met, bijvoorbeeld, het station. Juist als je de bredere context meeneemt creëer je extra kansen.

Laat de nieuwe bebouwing vervolgens niet ontwerpen door één architect maar door meerdere, alles binnen de kaders van een krachtig en inspirerend basisplan. Kies voor ontwerpers die het vak verstaan en het ambacht en de liefde voor de context omarmen. Ze zijn er genoeg, zeker ook in Groningen, en ze denken graag mee.

Durf het aan om met die ontwerpers een betekenisvolle, 21ste-eeuwse laag toe te voegen aan het dorp. Werk aan mooie dingen, maar vooral aan goede dingen die een waardevolle en duurzame bijdrage leveren aan Winsum.

Nog een tip: zet veel sterker in op vergroenen. En dan niet in verplaatsbare potten, maar met mooie bomen die karakter geven aan het plein en de kade. Zoveel karakter dat evenementen en activiteiten zich met liefde voegen naar dat groen. Maak een plein waar gespeeld kan worden, een plein voor ontmoeting, voor verpozen en aangenaam verblijf voor de bewoners van Winsum en alle bezoekers.

Laat je daarbij hoe dan ook niet gijzelen door de auto. Als je een dorpsplein maakt, maak je een dorpsplein. Dat is geen plein met parkeervlakken waar de auto nog altijd welkom is. Laat dit plan maar de aanleiding zijn om uberhaupt eens goed na te denken over de positie van de auto in de dorpskern. Het klinkt misschien rigoureus, maar Winsum gaat daar alleen maar beter van worden. Autodenken is oud denken.

En het jaagpad? Neem daarvan pas afscheid als je echt met een overtuigend plan komt dat meer waarde toevoegt dan nu aanwezig is in hetgeen je wegneemt. Dat is tot op heden niet het geval. Kortom: werk aan de winkel. Het allermooiste dorp van Nederland, is een goed plan meer dan waard.

***