1 oktober 2020 Door Leestijd: 3 minuten

‘Dat zie ik toch anders.’ Een reactie op mijn boude uitspraak: ‘Hoe minder divers je je voelt, hoe meer privileges je hebt.’ Het zet me aan het denken, omdat het niet de eerste witte man is die zo stellig reageert.

Illustratie: Studio MARCHA!

Misschien komt mijn stelling gewoon te hard aan, als een persoonlijke aanval. Zo is hij absoluut niet bedoeld. Het is geen aanklacht of verwijt. Het is een poging de onzichtbare norm te ontmaskeren.

‘Het persoonlijke is politiek’ is een leus uit de tweede feministische golf, in de jaren 60 en 70. Een uitspraak waarmee het perspectief van vrouwen op de politieke agenda werd gezet. Het was de tijd van ‘baas in eigen buik’. Een tijd waarin het perspectief van de witte man nog werd gezien als het neutrale gezichtspunt op de wereld. Het verhaal van vrouwen was tot dan geen onderdeel van het publieke en politieke debat.

Dat is nu, op het eerste gezicht, helemaal anders. Iedere gemeente in Nederland heeft haar diversiteitsbeleid en denkt na over inclusiviteit. En de vraag of vrouwen baas in eigen buik zijn is allang geen discussie meer, toch?

Iedereen kijkt vanuit het/zijn/haar eigen lijf de wereld in. Het kleurt ons perspectief. Je bent nu eenmaal niet neutraal. Hoe meer je voldoet aan de norm, hoe minder zichtbaar deze is. En daarmee hoe sterker diversiteit een thema van anderen lijkt.

Dat betekent dus: hoe meer privilege, hoe meer huiswerk – als je wel mee wilt praten in het diversiteitsdebat (lees bijvoorbeeld wat Rob Wijnberg hierover schrijft).

Hier wringt de schoen, want de keuze om mee te praten is een privilege op zich. Het ongemak, de pijn en de strijd die gepaard gaan met het afwijken van de norm zijn namelijk geen keuze. Zoals Clarice Gargard het omschrijft in haar column over vlijmscherp en alledaags racisme: ‘Het is pijnlijk eraan herinnerd te worden dat het systeem niet voor jou werkt. En je, zelfs als je alle regels volgt, nog steeds 1-0 achterstaat.’

Er is in principe niks mis met de uitspraak ‘Dat zie ik toch anders’. Prachtig juist, ik ook! Laten we de verschillende perspectieven op onze stad naast elkaar leggen. Diversiteit zien als verrijking, als vaststaand gegeven in onze stad.

Er is wel een probleem met die zinsnede als het betekent dat diversiteit, ongemak en de verschillende perspectieven hiermee terzijde worden geschoven. Als de uitspraak staat voor de keuze om het wel of niet over diversiteit te hebben. Hier blijkt het persoonlijke ‘stad’ te zijn. Want die keuze bestaat alleen als het vraagstuk jou niet raakt.

Diversiteit de marge in drukken gaat een stuk beter met een wit mannenlijf. Niet omdat je van kwade wil bent, maar omdat je verblind wordt door jouw privileges.

De kennis van een diverse en genereuze stad ligt bij ons allemaal. Het is de kennis van de verschillende afwijkende lijven samen. Daarom moeten we ruimte maken voor het perspectief van de ander, voor verschillende verhalen en inzichten naast elkaar.

Het is een gesprek dat nooit klaar is, over een stad die nooit af is.

__

Volgende week begint de Design Sprint van Genereus Groningen, waarin door diverse teams wordt gewerkt aan drie interventies voor een genereuze stad. Een stad waar ruimte is voor diversiteit. Meer weten? Kijk op genereusgroningen.nl.

***

Om op een fijne, circulaire en eerlijke manier op deze aardkloot te kunnen blijven leven moet er veel veranderen: systemen moeten om, steden en huizen moeten anders en ook ons gedrag heeft een make-over nodig. Met een open en nieuwsgierige blik gaat Maartje ter Veen voor GRAS en Noorderbreedte een driewekelijkse zoektocht aan. In de overtuiging dat het kleine meer invloed heeft dan we doorgaans beseffen.

Deze column verscheen ook op Noorderbreedte.