Hoe de laatste strohalm Hoogkerk bijna door de vingers glipt

14 januari 2022 Leestijd: 19 minuten

Sinds 1969 is Hoogkerk onderdeel van de gemeente Groningen. Sommige Hoogkerkers beschouwen het nog altijd als een annexatie. Hun Hoogkerk is een dorp met een eigen karakter, geen buitenwijk van de stad – en gelijk hebben ze. Maar of de stad zich helemaal afzijdig moet houden? Het zou juist goed zijn als Groningen zich eindelijk eens wat meer gaat bekommeren om Hoogkerk.

Half december 2021 verneem ik dat er vergevorderde plannen zijn voor de sloop van de uit 1913 stammende strokartonfabriek De Halm in Hoogkerk. De onderhoudsstaat van het markante hoofdgebouw aan het Hoendiep zou dermate slecht zijn dat het een gevaar is voor medewerkers en omgeving. Ik wil het best geloven, al blijkt uit ervaring dat je dit soort berichten beter met een korreltje zout kunt nemen. Zeker wanneer monumentale panden een sta-in-de-weg zijn voor (oude) economische activiteit.

Maar waarom moet zo’n bijzonder en waardevol fabriekspand gesloopt worden? Dat kan toch niet waar zijn. Het is een ontzettend slecht idee. Zo verspeel je dé kans om Hoogkerk de impuls te geven die het zo nodig heeft. Wie bedenkt zoiets? Ziet dan niemand de potentie van de plek?

Eenmaal van de schrik bekomen rijst bij mij de vraag hoe het in hemelsnaam zo ver heeft kunnen komen. Want waarom is De Halm niet allang een monument? En hoe kan het dat ook de aangrenzende Halmbuurt niet al jaren eenzelfde status heeft? Waarom ligt er geen plan? En is er nog wat aan te doen?

De Halm // Maker niet bekend // Uit de collectie van de Historische Vereniging Hoogkerk/Groninger Archieven

Onder de rook van Hoogkerk

Voor ik dieper op die vragen inga is het goed om even met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de fabriek en zeker ook die van Hoogkerk te gaan. Die geschiedenis is rijk en gaat verder terug dan menigeen denkt. De in de basis dertiende-eeuwse kerk aan het Hoendiep, helaas in de jaren 60 voorzien van een nieuwe voorgevel, verraadt dat al een beetje.

Net als de stad ligt Hoogkerk op een hoger gelegen zandrug, een uitloper van de Hondsrug. Uit die ligging komt de naam voort. Eeuwenlang is Hoogkerk een op landbouw georiënteerd dorp onder de rook van de stad. In de loop van negentiende eeuw komt daar wat kleinschalige nijverheid bij, waaronder een zeepfabriek, een scheepswerf en drie oliemolens.

Die industrie blijkt de eerste stap op weg naar een gigantische transitie. In 1896 vangt die aan, met de komst van de NV Noord Nederlandsche Beetwortelsuikerfabriek, opgericht door grootindustrieel Jan Evert Scholten. Vanaf dat moment groeit Hoogkerk in korte tijd uit tot een dorp vol bedrijvigheid. De stad komt zo op zijn beurt letterlijk onder de rook van het dorp te liggen.

Dat de suikerfabriek Hoogkerk als locatie kiest, is niet voor niets. De nabijheid van het Peizerdiep zorgt voor schoon zoet water vanaf het Drents Plateau. En het Hoendiep en Aduarderdiep zijn perfect voor de aanvoer van suikerbieten. Dezelfde waarden liggen een aantal jaren later ten grondslag aan de komst van de Coöperatieve Strocartonfabriek De Halm: die andere beeldbepalende fabriek van het dorp.

Hoewel de woningen in de Halmbuurt goedkoop moesten zijn, zitten ze vol details, variatie en versieringen. De liefde spat ervan af

Overigens mogen we ook de stoomoliefabriek van P.R. Roelfsema niet vergeten, die z’n basis vindt in de oude oliemolens van het dorp. Een fabriek waarvan de markante pakhuizen aan het Hoendiep trouwens al geruime tijd geleden zijn gesloopt. Destijds wisten we niet beter.

Net als de suikerfabriek en de voormalige stoomoliefabriek is De Halm een prachtig voorbeeld van de rijke Groninger landbouwindustrie die vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw tot grote bloei komt. De beetwortel, die we tegenwoordig suikerbiet noemen, vormt samen met lijn- en raapzaad de basis voor de eerste twee fabrieken. Stro – voor Groninger boeren lange tijd een waardeloos product – is de grondstof waar De Halm op draait.

Waar de suikerfabriek vooral tijdens de bietencampagne actief is – en dus steunt op seizoensarbeid – is in De Halm het hele jaar door werk. De ‘fulltime’ arbeiders die er in dienst zijn hebben volwaardige huizen nodig, die worden vanaf 1914 in sneltreinvaart gebouwd. Zo ontstaat de eerste planmatige uitbreiding van Hoogkerk: de Halmbuurt, grofweg gelegen tussen de Middenweg, de Halmstraat, de Zuiderweg en de Schoenerstraat – die voor de annexatie door Groningen nog Oosterstraat heet.

Het initiatief voor de bouw van de arbeiderswoningen komt van de directie van De Halm, die voor de realisatie samenwerking zoekt met de architectenbroers Geert en Wijbo Wierenga en de Vereniging tot Verbetering der Volkshuisvesting. Die in 1909 opgerichte woningcorporatie heeft zich ten doel gesteld goedkope én goede woningen te bouwen voor de groeiende bevolking van Hoogkerk.

Naast de fabriek omvat het plan voor De Halm een kantoorgebouw, een directeurswoning, een woning voor de bedrijfsleider, vier opzichterswoningen en negentig arbeiderswoningen. Ook de aanleg van de straten en riolering maakt integraal deel uit van het plan.

Het in Coevorden gevestigde bureau van de Wierenga’s neemt het merendeel van het ontwerp op zich, inclusief dat van de fabriek. Voor het ontwerp van de woningen is daarnaast ruimte voor drie plaatselijke architecten, waaronder de Hoogkerker Klaas Siekman. Hij maakt in 1920 ook het plan voor de Suikerbuurt, aan de overkant van de Zuiderweg. Die wordt, weinig verrassend, in opdracht van de suikerfabriek gebouwd.

Foto: Peter de Kan

Liefdevol ontworpen tuindorp

Wat de Halmbuurt zo bijzonder maakt is het integrale karakter. De buurt vormt letterlijk en figuurlijk een (ruimtelijke) eenheid met de fabriek. Een ensemble dat ook bij de naoorlogse uitbreiding van fabriek en arbeidersbuurt intact blijft. Daarbij is De Halm ook volkshuisvestelijk interessant. Waar in de stad de volkswoningbouw in de jaren 10 van de vorige eeuw uiterst traag op gang komt, ontstaat in Hoogkerk een prachtig, vroeg voorbeeld van geslaagde volkswoningbouw.

Het belang dat de directie van De Halm aan goede huisvesting voor haar arbeiders hecht, klinkt ook door in de architectuur. De stijl is traditioneel-landelijk, waarmee aangehaakt wordt op het dorpse karakter van Hoogkerk. En hoewel de woningen goedkoop moesten zijn, zitten ze vol details, variatie en versieringen. Wie goed kijkt, herkent de verschillende dakvormen en het contrast tussen rode baksteen, grijze kalkzandsteen en de oranjerode pannen. De liefde spat ervan af.

Diezelfde liefde ontbreekt overigens totaal bij de mislukte nieuwbouwblokjes met schele postmoderne knipoog die pakweg dertig jaar geleden her en der aan de Schoenerstraat zijn gebouwd. Bouwtechnisch zijn ze ongetwijfeld beter dan de oude woningen van de Wierenga’s die ervoor moesten wijken. Maar verder… De architect die hieraan tekende moet zich met terugwerkende kracht schamen.

Hetzelfde geldt natuurlijk voor de betrokken opdrachtgever. Dat moet Woningcorporatie Woonstade geweest zijn, het latere Steelande, dat een paar jaar geleden weer opging in Wierden en Borgen. Die corporatie bouwt op veel plekken in Groningen nog altijd dezelfde soort liefdeloze rommel, maar dat is een ander verhaal.

Snel terug naar wat (nog) wel goed is. Behalve in de architectuur zit de liefdevolle aandacht van weleer namelijk ook in de stedenbouwkundige opzet van de Halmbuurt. De ruime opzet, de licht gebogen straten, de royale tuinen en de aandacht voor groen verraden de sterke invloed van Ebenezer Howards tuinstadgedachte. Met zijn in 1898 verschenen To-Morrow: A Peaceful Path to Real Reform reageert Howard aan het eind van de negentiende eeuw op de erbarmelijke leefomstandigheden van veel fabrieksarbeiders in de Engelse industriesteden.

Dat moet anders, vindt Howard: groener, gezonder, beter en met voldoende toetreding van licht, lucht en zon. Inzichten die dus ook in Hoogkerk postvatten. Net als met de vroege volkshuisvesting loopt Hoogkerk daarmee voor op de stad Groningen, waar het ideaal van de tuinstad twee jaar na oplevering van de Halmbuurt doorwerkt in de plannen voor de Tuinwijk en De Hoogte. Zelfs op nationale schaal is De Halm er vroeg bij. Het maakt het gehele ensemble cultuurhistorisch extra bijzonder.

Halmstraat // Foto: Jos Pe, Arnhem // Uit de collectie van de Historische Vereniging Hoogkerk/Groninger Archieven

Tóch geen monumentenstatus

Het is zeker niet zo dat de gemeente Groningen die waarde van De Halm – fabriek en buurt – niet inziet. Al in de jaren 90 van de vorige eeuw wordt door de afdeling erfgoed en monumenten in het kader van het landelijke Monumenten Inventarisatie Project 1850 – 1940 (MIP) lovend gesproken over De Halm. Een zeer lezenswaardige serie overigens, die MIP-wijkbeschrijvingen. Ik maak er regelmatig dankbaar gebruik van.

De MIP-inventarisatie van Hoogkerk waardeert de gehele Halmbuurt als ‘een gebied met bijzondere (stedenbouwkundige) waarden vanwege haar grote betekenis voor de geschiedenis van de vroeg-twintigste-eeuwse volkswoningbouw en stedenbouw als planmatig, volgens de traditie van de tuinstadbeweging, opgezette woonwijk in ruimtelijke en functionele samenhang met de ontstaansgeschiedenis van fabriek De Halm. Bovendien is de wijk als zodanig aangewezen vanwege haar architectuurhistorische waarde alsmede vanwege haar grote betekenis voor de sociaaleconomische geschiedenis van de voormalige gemeente Hoogkerk.’ Woorden naar mijn hart.

Maar hoe kan het dat het, dertig jaar later en ondanks deze lovende woorden en het steeds zeldzamer worden van dit soort (industrieel) erfgoed, nog steeds niet tot een monumentenstatus is gekomen? Eerlijk gezegd: ik zou het bij God niet weten.

Misschien doen het coöperatieve DNA en de erfgoedwaarde van De Halm het hart van de Amerikaanse eigenaar sneller kloppen. Maar met een beetje pech zijn er in New York belangrijker zaken dan een fabriekspand ergens in Noord-Nederland

Het zou te maken kunnen hebben met een gespannen relatie tussen erfgoedwaarden, het huidige gebruik en werkgelegenheid. Iets van: stel je voor dat we het als monument aanwijzen, dan gaat de fabriek weg en dat kost arbeidsplaatsen. Daarbij heb ik begrepen dat de vorige eigenaar de emotionele waarde van het pand nog wel inzag. Op grond daarvan blijkt circa tien jaar geleden de afspraak gemaakt te zijn de fabriek (voorlopig) niet te slopen. Wel jammer dat niet ook meteen is afgesproken de boel dan wel fatsoenlijk te onderhouden, trouwens.

Maar ja, eigenaren komen en gaan. Zo is het op het Halm-terrein gevestigde Solidus Solution – een verre, ietwat verwaterde nazaat van de in 1913 opgerichte coöperatieve fabriek – sinds 2019 in handen van Centerbridge Partners: een Amerikaans hedge fund met een beheerd vermogen van 25 miljard dollar en hoofdkantoren in New York en Londen. Het zou natuurlijk kunnen dat het coöperatieve DNA en de erfgoedwaarde van De Halm daar in New York de harten sneller doen kloppen. Maar met een beetje pech zijn er voor Centerbridge belangrijker zaken dan een fabriekspand ergens in Noord-Nederland.

Verder kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het uitblijven van een volwaardige status samenhangt met de ietwat achtergestelde positie van Hoogkerk. Ga maar eens kijken wat we ‘ons industriedorp’ de afgelopen decennia gegund hebben. Vrijwel alle nieuwbouw is lelijk, generiek en liefdeloos. Alsof we hier andere kwaliteitscriteria hanteren.

Neem de Albert Heijn in het centrum, de iets verderop gelegen Lidl of de uit 2008 stammende Gabriëlflat verderop aan de Zuiderweg. Als dat soort gebouwen in de stad hadden gestaan, hadden we er schande van gesproken. Ze staan bovendien in schril contrast met de oude, karaktervolle bebouwing langs het Hoendiep – en natuurlijk ook met die van de Halmbuurt en de Suikerbuurt. Zelfs de simpele, maar zorgvuldige uitbreidingen uit de vroege jaren 50 en 60 hebben meer charme dan alle nieuwbouw bij elkaar.

Een ander voorbeeld: kijk eens naar het overzicht dat de cultuurhistorische waardenkaart geeft van al het erfgoed binnen de gemeentegrens. Daar blijkt dat het aantal monumenten in en rond de oude dorpskern van Hoogkerk op de vingers van een hand te tellen is. Er kwam er gelukkig recent eentje bij, de Molukse Kerk, maar voor de rest is in Hoogkerk toch vooral veel geel van kleur. En geel betekent in deze context ‘beeldbepalend’: een boterzachte vorm van erfgoedbescherming. Alleen de plaats en vorm van een beeldbepalend pand zijn beschermd, niet het gebouw zelf.

Ook de Halmbuurt, de Suikerbuurt en diverse markante panden aan het Hoendiep hebben die gele kleur. Ze slopen kan dus gewoon. De enige voorwaarde is dat de nieuwbouw moet passen binnen de bestaande structuur of bij de plek. Aan de Schoenerstraat zien we waartoe dat kan leiden.

Foto: Peter de Kan

Steun voor De Halm uit alle hoeken

Gelukkig sta ik niet alleen in mijn pleidooi voor omarming van de waarden van De Halm. Mijn social media ontploffen zo ongeveer als ik halverwege december mijn zorg over de beoogde sloop deel. De ene na de andere steunbetuiging komt binnen, van bewoners en oud-medewerkers tot betrokken architecten, ontwikkelaars, aannemers en erfgoedliefhebbers. Een greep uit de reacties:

‘Al jaren kijk ik gefascineerd naar dit prachtige stukje Hoogkerk. Slopen van monumentaal industrieel erfgoed moet verboden worden. Kansen zijn er genoeg, als je ze maar ziet.’

‘Afbraak leidt tot immaterieel en cultureel verlies dat je nooit meer compenseert en zeker gaat betreuren.’

‘In historisch perspectief is er bij restauratie en herbestemming in vrijwel alle gevallen sprake van fundamentele maatschappelijke en financiële waardecreatie. Ook dit complex kan de toekomstige identiteit van Hoogkerk van intrinsieke waarde voorzien!’

‘De contrasten tussen grootschalige industrie en kleinschalige fabriekswoningen zijn een cruciaal onderdeel van het DNA van Hoogkerk. Bovendien is het complex beeldbepalend door de markante ligging in een knik aan het Hoendiep: de drager van het dorp.’

‘Belangrijk, stoer Gronings industrieel erfgoed! […] Na de onnodige sloop van grote delen van de voormalige fabriek van de Suiker Unie wordt er toch niet weer een verkeerde (sloop)deal beklonken?’

Ook de gemeenteraad pakt het tot mijn grote vreugde breed op. D66, PvdA, GroenLinks en de SP delen de zorg en stellen vlak voor de kerstdagen vragen aan het college van B&W. De reactie van de wethouder is voorzichtig bemoedigend.

Kort samengevat: ook het college ziet de waarde van De Halm. Het is een potentieel monument. En de eigenaar schijnt nog altijd van goede wil te zijn. Toch lijkt sloop onvermijdelijk. De groeiende aandacht voor industrieel erfgoed die de gemeente Groningen zegt te hebben komt voor De Halm dus zeer waarschijnlijk te laat. Al wil het college er alles aan doen om toch nog zo veel mogelijk elementen te behouden.

Verder geeft de wethouder aan dat de gemeente in deze niet (meer) het bevoegd gezag is. De Halm valt onder de beschermende werking van de provinciale omgevingsverordening. Dat betekent dat de provincie en de Omgevingsdienst Groningen aan zet zijn. Iets wat overigens niet aan de orde was geweest als De Halm gewoon allang was aangewezen als monument. Dan hadden we dit hele gedonder niet gehad. Maar dat terzijde.

Met de dreigende sloop van het hoofdgebouw wordt letterlijk het hart uit de fabriek en De Halmbuurt gerukt

Te laat dus. Tenminste, daar lijkt het op. Wie weet kan er nog wat blijven staan nadat de sloper langs is geweest. Maar is het voldoende als er niet meer dan een muur overeind blijft? Is het acceptabel als het oude hoofdgebouw eraf gaat en we vervolgens wel vol inzetten op het behoud van de andere gebouwen op het terrein? Nou, eerlijk gezegd niet. Met de dreigende sloop van het hoofdgebouw wordt letterlijk het hart uit De Halm gerukt: de fabriek die de aanleiding was voor de gehele ontwikkeling van de eerste echte arbeidersbuurt van Groningen.

Ik onderstreep het nog maar een keer: het is echt onmogelijk om het object, ongeacht de huidige bouwkundige staat, los te zien van het grotere geheel. Daar komt bij dat industrieel erfgoed van dit kaliber extreem zeldzaam is geworden. Natuurlijk is het prachtig dat de gemeente met veel meer power wil gaan waken over dit soort waarden. Maar wat heeft dat voor zin als er weinig over is om te beschermen? De Halm is, op deze schaal en met deze kwaliteit, zo ongeveer het laatste wat ons rest.

Ja, er zijn ook mooie voorbeelden van behoud. Wat te denken van de Mediacentrale op het Europapark, de Puddingfabriek naast het Hoofdstation, melkfabriek De Ommelanden langs het Reitdiep en het zeefgebouw op het Suikerterrein. Dat laatste pand werd een aantal jaren geleden mede dankzij de inzet van de gemeente voor de poorten van de hel weggesleept. De stad Groningen heeft zelfs een rijke herbestemmingstraditie. Helaas staat daar tegenover dat er ook al ontzettend veel weg is.

Voor iedereen met aanleg voor nostalgische erfgoedtranen: kijk vooral niet op de website Beeldbank Groningen. En zoek daar zeker geen foto’s op van de suiker- en stroopfabriek van Scholten aan de Turfsingel, het Centraal Bureau bij Ruischerbrug of de reeds genoemde stoomoliefabriek aan het Hoendiep.

Een vliegwiel voor Hoogkerk

De geschetste erfgoedwaarden zijn natuurlijk van belang in het pleidooi voor behoud van De Halm. Maar dat is niet het enige. Zoals De Halm en de bijbehorende Halmbuurt het resultaat zijn van een doordacht, integraal plan, is ook in de huidige situatie een integrale afweging nodig. Een afweging die gaat over de fabriek, de bijgebouwen en de woningen in cultuurhistorisch perspectief, maar nadrukkelijk ook in het licht van de toekomstige ontwikkeling van Hoogkerk en de gehele westflank van de gemeente.

Het maakt De Halm niet alleen tot een opgave voor de spreekwoordelijke afdeling erfgoed, maar ook, en misschien wel vooral, voor de afdeling ruimtelijke strategie en stadsontwikkeling.

Daar, in de westflank van Groningen, staat nogal wat te gebeuren. Zo grenst het terrein van De Halm zo ongeveer aan de Suikerzijde: het nieuwe stadsdeel waar de komende jaren minstens vijfduizend nieuwe woningen zullen verrijzen. En dan heb ik het nog niet over de beoogde voorzieningen op deze plek, waaronder ook een treinstation. De afstand tussen beide gebieden bedraagt nog geen 150 meter. De nabijheid van de Suikerzijde kan voor een enorme boost gaan zorgen, niet in de laatste plaats voor Hoogkerk.

Wat dat betreft is het haast onbegrijpelijk dat er nog nooit fatsoenlijk getekend is aan de potentie van De Halm. Of nog beter: de potentie van de gehele zone tussen grofweg de Zuiderweg, de spoorlijn Groningen - Leeuwarden, de Johan van Zwedenlaan en het Hoendiep, waaronder ook het gebied ten noorden van het water. In deze zone kan de herontwikkeling van het gehele fabriekscomplex een vliegwiel zijn; de start van een kwaliteitsimpuls voor heel Hoogkerk. Met, natuurlijk, het markante hoofdgebouw als brandpunt.

Die impuls moet toekomstgericht zijn, maar stevig geworteld in de rijke geschiedenis van Hoogkerk. En als we slim zijn pakken we in zo’n ruimtelijk strategische visie op Hoogkerk en omstreken meteen ook de Suikerbuurt en het terrein van de Cosun Beet Company mee. Al was het maar om te anticiperen op een plotseling vertrek, zoals we dat in 2008 ook meemaakten in de stad.

Voorbeelden van hoe goed zo’n herontwikkeling van industrieel erfgoed kan uitpakken zijn er genoeg. Het slopen van dit soort waarden is namelijk ontzettend ouderwets. Overal in Nederland worden de kansen gezien én gegrepen. Ga maar eens kijken op het Senzora-terrein in Deventer en reis vervolgens door naar Nijmegen waar het Honig-complex onderdeel wordt van de ontwikkeling van het Waalfront. Interessant zijn ook de plannen voor het Coberco-kwartier in Arnhem.

Wat dichter bij huis, maar minstens zo inspirerend, is de herbestemming van de locomotievenloods in Bad Nieuweschans. En als je er echt geen genoeg van kunt krijgen, bezoek dan eens de website van BOEi, een organisatie die niets anders doet dan het betekenisvol en succesvol herontwikkelen en herbestemmen van (industrieel) erfgoed.

Het slopen van dit soort waarden is ontzettend ouderwets. Overal in Nederland worden kansen gezien én gegrepen

Voor we over kunnen gaan tot herontwikkeling is het natuurlijk wel nodig dat Solidus Solution – het liefst zo snel mogelijk – verhuist naar een andere plek. Dat is waarschijnlijk voor alle partijen het beste. Want net zoals de suikerfabriek zorgt het bedrijf voor overlast. Dan gaat het niet alleen om de geur van (oud)papierpulp – de grondstof voor het massiefkarton dat hier wordt geproduceerd – maar ook om de vrachtwagens die dagelijks af en aan rijden over de Halmstraat.

Liefhebbers van de walm van De Halm en de suikerfabriek zullen het vast met me oneens zijn, maar het is zeer de vraag of het nog wel van deze tijd is om dit soort bedrijvigheid te combineren met wonen. Daar komt nog bij dat Solidus Solution op een andere plek – ik noem maar even een zijstraat: Westpoort – alle ruimte kan krijgen om, niet gehinderd door erfgoedwaarden, de productie voort te zetten.

Foto: Peter de Kan

De Nieuwe Halm

En wat zou De Halm dan kunnen worden? Ik heb alvast een idee. Wat als we op deze plek een nieuw hoofdstuk toevoegen aan de Groninger landbouwindustrie? We kunnen er aan de slag met innovatieve kleinschalige bedrijvigheid. Bijvoorbeeld met een campus waar we nieuwe duurzame producten ontwikkelen op basis van gewassen die in en om Groningen verbouwd worden.

Zo’n campus wordt een gemengde maak- en onderzoeksplek waar ook ruimte is voor horeca, kantoren en andere schone bedrijvigheid. Met bedrijven die karaktervolle gebouwen wél weten te waarderen. Die ontwikkeling valt dan helemaal binnen het credo ‘nieuwe economie wil oude gebouwen, oude economie wil nieuwe gebouwen’, dat ik hier met liefde adopteer van architectuurhistoricus Marinke Steenhuis.

Rond de markante gebouwen van de oude fabriek is bovendien volop ruimte voor nieuwe woningen. Natuurlijk niet in de vorm van zomaar een wijkje, maar in een eigentijdse variant op de huidige Halmbuurt, waar het ideaal van de tuinstad opnieuw in doorklinkt. Een gemengde, dorpse woonbuurt, goed verbonden met Hoogkerk en de Suikerzijde, waar we de volkshuisvestelijke roots van De Halm weer oppakken.

Er komen betaalbare woningen, liefdevol ontworpen en met veel aandacht voor groen. Niet in de laatste plaats in de zone rond de Johan van Zwedenlaan, waar een parkachtige strook, grenzend aan het groen van de Suikerzijde, de stad op gepaste afstand houdt.

En de bestaande Halmbuurt? Ook die verdient in een integraal plan natuurlijk volle aandacht. Omarm de waarden. Behoud zo veel mogelijk en (ver)bouw en verduurzaam alles met eenzelfde liefdevolle aandacht als de gebroeders Wierenga dat in 1914 deden.

Ook de kade langs het Hoendiep biedt trouwens geweldige kansen. Neem de plannen voor een historische haven, die tegenover de oude strokartonfabriek moet komen. De steigers liggen er al, net als de nutsvoorzieningen. Er is straks plek voor acht schepen. ‘Geen gewone schepen maar schepen die ouder zijn dan vijftig jaar, die goed onderhouden zijn, varen en ‘markant’ zijn; dat wil zeggen dat ze een verhaal hebben en dat ook delen middels tekst en uitleg op een informatiebord aan het schip’, lees ik in Dagblad van het Noorden. Ik zou zeggen: een gouden combinatie, die schepen tegen de achtergrond van een hernieuwd, bruisend ‘fabrieksterrein’: De Nieuwe Halm.

Kortom, gemeente dan wel provincie Groningen: geef géén sloopvergunning af voor De Halm. Nooit. Hou voet bij stuk. Wees extreem zuinig op dit industrieel erfgoed. Geef het als de sodemieter een volwaardige status. Omarm de waarden en gebruik het als basis voor herontwikkeling.

Verruim de blik op de westflank van de gemeente en kijk verder dan alleen naar Westpoort, de Suikerzijde en De Held III. Heb ambitie, droom. Neem De Halm mee in de vaart der volkeren en bekommer je om Hoogkerk. Ze verdienen het.

***

In mei 2022 werd een petitie opgezet om De Halm te behoeden voor sloop. Teken hem hier!