Ik blijf hier: verhalen uit een veranderende wijk // Beijum (deel 3)

1 oktober 2021 Leestijd: 8 minuten

De Groninger wijken Beijum, De Hoogte/Indische Buurt, Selwerd en De Wijert worden de komende jaren vernieuwd. In opdracht van de gemeente Groningen gaan kunstenaar Sijas de Groot, fotograaf David Vroom en tekstschrijver Chris Zwart met het project Ik blijf hier een jaar lang op zoek naar de verhalen uit deze wijkvernieuwingswijken. Het eindproduct is per wijk een mooi vormgegeven krant, die teruggegeven wordt aan de bewoners. GRAS publiceert de komende tijd verhalen en foto’s uit de eerste krant, over de wijk Beijum. Dit is deel 3.

Foto: David Vroom

TERUG IN BEIJUM

Jeroen woonde van zijn vierde tot zijn achttiende in Beijum. Niet lang geleden keerde hij met zijn vriendin en haar zoontje terug, na jaren weggeweest te zijn. Hij laat ons binnen in het huis aan de Scheltemaheerd, in het uiterste noordpuntje van de wijk. Dean, bijna 6, is een filmpje aan het kijken. Over een paar maanden wordt Jeroen zelf ook vader.

Het uitzicht vanuit de woning is verbluffend. In de verte ligt Zuidwolde, verder zie je niets dan groen. 'Zonder dit uitzicht hadden we dit huis niet gekocht', vertelt Jeroen. 'Waar vind je dit nou? Ik vind het echt heerlijk hier.'

We vragen Dean wat hij ziet als hij naar buiten kijkt. 'Hertjes en konijnen', antwoordt het jochie. 'Soms wel negen.' Hij kijkt naar buiten. 'Vogels!', roept hij verrukt. 'Ik denk merels.' Het zijn ganzen, maar wat geeft het. De vrijheid die dit uitzicht biedt is precies de vrijheid die je als kind in Beijum hebt.

De omgeving waarin je opgroeit is belangrijk voor wie je wordt. Jeroen heeft een berg met leuke jeugdherinneringen aan Beijum. 'Daarom wist ik dat we hier naar een huis moesten kijken. Je kunt hier lekker banjeren. Over slootjes springen, hutten bouwen. Vroeger kwam ik met blauwe tenen thuis als we over het ijs van het Boterdiep een eind richting Bedum waren gelopen.'

Dean tikt Jeroen op zijn been. 'Het is vandaag toch scheetjesdag?'
Jeroen knikt. 'Dat betekent dat we in de woonkamer scheten mogen laten', legt hij uit. 'Want mama is weg. Normaal moet het op de gang.'
Met een voldane grijns laat Dean een scheet.

Jeroen woonde een paar jaar in Amsterdam. 'Gewoon om te weten hoe het was om ergens anders te wonen. Je moet een beetje uitvogelen wat je wilt en waar je aardt.' Uiteindelijk keerde hij terug in Groningen, terug in de wijk waar hij al heel lang weg was. 'Dat had ik nooit gedacht. Nooit. Maar ik merkte dat ik Groningen miste. Als ik hier was, vond ik het vervelend om weer terug te moeten naar Amsterdam. Ik ben onlosmakelijk verbonden met alles hier. Met de bomen, met de straten. Die zijn samen met mij opgegroeid. Ik merkte dat ik terug wilde, dat ik niet meer nodig had dan Groningen.'

GROENE RUIMTE VOL JEUGDHERINNERINGEN

Floris woonde zijn hele jeugd aan de Bottemaheerd. Inmiddels is hij al een tijd weg uit Beijum. Zijn vader Arnold woont nog altijd in het huis waar Floris zijn puberteit doorbracht. Sijas kwam er vroeger vaak, Floris is een jeugdvriend.

'Beijum is hartstikke groot', zegt Floris, terwijl we uitkijken over een leeg voetbalveld. 'En Beijum-West is een beetje het Wassenaar van de wijk.' Hij lacht. 'Ik merkte vroeger al het verschil. Voorin de wijk kon ik gewoon m'n fiets voor de Albert Heijn zetten, maar als ik hem achterin de wijk voor de videotheek zette, was-ie zo weg.'

Als kind speelde Floris altijd in het groene gebied naast de Oostelijke Ringweg. 'Je kon overal naartoe, ik had hier vrijheid. Ik weet nog wel dat hier ergens een pijp was. Mijn broer had me wijsgemaakt dat als ik m'n hand daar heel ver in stak, ik in een diamantwereld kwam.' Hij lacht hard.

Ook toen hij ouder werd, was de groene ruimte een toevluchtsoord. 'We zaten hier vaak te blowen op een bankje. Veel te vaak eigenlijk, maar het was prachtig. Het valt me op dat de bankjes waar wij zaten nu allemaal zijn weggehaald.'

Foto: David Vroom

We besluiten richting het huis van Arnold te lopen. Als we langs een grasveld komen, begint Floris te lachen. 'Dit was vroeger een paardenveldje', vertelt hij. 'Er stond een schuur met allerlei paardenspullen, daar heb ik nog een keer een zweep uit gejat. Ik wachtte tot er een brommer aankwam en sloeg toen vlak voor diegene op het fietspad. Precies voor het wiel, klats! Die kerel stapte af, greep me bij m'n keel en drukte me zo tegen de muur. Hij was laaiend. Het was maar goed dat de buurvrouw naar buiten kwam.'

Op de achtergrond suist verkeer voorbij. Vroeger kon je vanuit de groene rand onder het viaduct door de snelweg op. Als jochie van vijf besloot Floris een keer met een vriendje over de ringweg naar De Hunze te fietsen. 'Gelukkig zag een vriendin van m'n moeder ons, ik weet nog dat ze me bij m'n nekvel pakte en in de auto zette.' Tussen het viaduct en de groene ruimte staat tegenwoordig een groot hek.

Voor ons gevoel ben je binnen de heerden heel zichtbaar, de sociale controle is er groot. Maar in de gebieden erbuiten ben je beschut en kun je eigenlijk doen wat je wilt. Floris knikt. 'Wij kampeerden hier vroeger met vrienden een keer een heel weekend op een veldje. We hadden er zelfs een stroomdraadje naartoe getrokken. Chips eten, cd'tjes luisteren.'

Floris wijst naar een hoogspanningstoren. 'Daar klommen we vroeger in. Ik had hoogtevrees, mijn broer klom hoger, helemaal naar boven. Gestoord natuurlijk, als je er nu op terugkijkt.' Het is een mooi voorbeeld van hoe bijna alles in Beijum voor een kind speelruimte is.

Er fietst een man langs, hij heeft een enorme kattenkrabpaal in zijn handen, veel te groot om op de fiets te vervoeren. Hij lacht als hij ons ziet kijken. We lachen terug. Even later komen we aan bij het huis van Arnold in de Bottemaheerd. 'Mijn vader is een chagrijnige ouwe vent,' zegt Floris liefdevol. Arnold heeft zoals veel Beijumers een stukje gemeentegrond geadopteerd en onderhoudt het ook. Hij is aan het bellen, maar kapt het gesprek af als wij binnenkomen. We kijken om ons heen. Sijas ziet dat er niks veranderd is sinds de tijd dat hij hier als puber kwam.

'Je mag hier roken, hoor', zegt Arnold. Het gezin ging destijds in Beijum wonen vanwege het groen en de speelruimte. Na al die jaren is zijn huis, dat bestaat uit twee samengevoegde woningen, flink in waarde gestegen. 'Maar ik blijf hier lekker zitten.'

We eten Chokotoffs uit een grote pot, net als Sijas hier vroeger deed. Aan de muur hangt een kopie van De Man met de Rode Tulband van Jan van Eyck.

Arnold speelt een stukje op de vleugel die in de kamer staat. Hij is koordirigent, maar door de pandemie is hij tot de conclusie gekomen dat hij de laatste jaren tot zijn pensioen niet meer zo hard wil werken. 'Ik wil niet langer 's morgens opstaan met het beklemmende gevoel dat ik vanavond weer m'n kunstje moet doen. En me druk maken om hoe de bassen zich gedragen ten opzichte van elkaar en of er wel genoeg sopranen zijn. Nu kan ik gewoon een glas wijn drinken wanneer ik maar wil.'

Als we weggaan roept Arnold ons na. Hij wappert met een geel doekje. 'Ken je deze nog? Dezelfde als vroeger. Ik ga jullie sporen uitwissen.'

Foto: David Vroom

We lopen verder de wijk door. Kriskras door de buurt, met Floris als gids. Sommige kleine paadjes en gangetjes loop je niet zomaar in, tenzij je het hier kent. We voelen ons een beetje indringers.

Floris wijst de huizen van vriendjes van vroeger aan. 'Dit is een hele mooie buurt', zegt hij. 'Heel rustig, net een dorp.' Hij is hier al een jaar of twintig niet meer geweest en vindt het leuk om terug te zijn. De plek is veranderd. 'Iedereen speelde hier op dit pleintje. Maar er gebeurt nu niks meer, lijkt het. Tsjongejonge, wat een verschil.'

Naast de portiekflatjes van de Atensheerd ligt winkelcentrum Beijum-West. Toen de wijk gebouwd was liet de realisatie van winkels een tijd op zich wachten. In 1980 kwam er een noodwinkelcentrum tussen de Framaheerd en de Sibrandaheerd, pas in 1982 ging het winkelcentrum in Beijum-West open. Vroeger zaten hier een fietsenmaker, een bloemist en een snoepwinkel.

'Wat een ruimte hier', zegt Floris verwonderd, alsof hij er voor het eerst loopt. 'Dat vergeet ik de hele tijd. En wat een groen. Uniek eigenlijk, ongelooflijk.' Hoewel we maar een paar honderd meter verwijderd zijn van zijn oude huis, kent hij dit deel van de buurt nauwelijks. 'Ik denk dat ik twee straten uit m'n hoofd ken. In mijn eigen straat had ik vriendjes, maar in de rest van de wijk niet echt.'

Ondanks de warme herinneringen aan Beijum wil Floris er niet opnieuw wonen. 'Op dit moment voelt dat een beetje als terug. Er is meer moois te ontdekken. Als ik hier nu zou gaan wonen, blijf ik er waarschijnlijk ook. Dat geeft me een onrustig gevoel.'

***

Ik blijf hier is een initiatief van Stichting Tussenland, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Groningen in het kader van de wijkvernieuwing in Beijum, Selwerd, De Hoogte/Indische Buurt en De Wijert. Buro Reng doet de vormgeving en de beeldredactie van de kranten. Volg het project op Instagram via @veranderendewijk.

Bekijk hier de hele krant in digitale versie.