Ik blijf hier: verhalen uit een veranderende wijk // Beijum (deel 4)

13 oktober 2021 Leestijd: 10 minuten

De Groninger wijken Beijum, De Hoogte/Indische Buurt, Selwerd en De Wijert worden de komende jaren vernieuwd. In opdracht van de gemeente Groningen gaan kunstenaar Sijas de Groot, fotograaf David Vroom en tekstschrijver Chris Zwart met het project Ik blijf hier een jaar lang op zoek naar de verhalen uit deze wijkvernieuwingswijken. Het eindproduct is per wijk een mooi vormgegeven krant, die teruggegeven wordt aan de bewoners. GRAS publiceert de komende tijd verhalen en foto’s uit de eerste krant, over de wijk Beijum. Dit is deel 4.

Foto: David Vroom

WIJK VAN GEMENGDE GEVOELENS

We staan met Wenda van der Wijk in de Isebrandtsheerd en kijken naar haar oude basisschool, De Doefmat. Het is nu een antikraakpand. Een corporatie wil hier een hoog appartementencomplex bouwen, buurtbewoners zijn er niet blij mee. Wenda's moeder heeft zich ingeschreven voor een van de woningen.

Wenda woonde tot haar eenentwintigste met haar moeder en twee zussen aan de Froukemaheerd. Haar moeder woont er nog altijd. Ze koos er als alleenstaande ouder destijds bewust voor om niet te gaan werken. 'Daar ben ik haar heel dankbaar voor', zegt Wenda. 'Als ik uit school kwam had ze direct door of ik een goede of slechte dag gehad had en konden we er meteen over praten. Op woensdagmiddag gingen we samen boodschappen doen. We droegen allebei een kant van de tas. Op de terugweg haalden we een broodje kroket of een reep chocola.'

We lopen een tunneltje door. Op een beklad elektriciteitskastje hangt al negen jaar een poster die een feestje in Huize Maas aankondigt. Er liggen wat vuurwerkresten. Wenda weet nog hoe ze hier ooit achterop een scooter zat en met haar knie tegen een paaltje klapte. 'We stonden hier ook stiekem sigaretjes te roken. Ik kocht vaak zo'n klein pakje van twee gulden vijftig. Met tien erin.'

In de verte doemt de Wibenaheerd op, de laatst gebouwde heerd van de wijk. Wethouder Max van den Berg was op dat moment opgevolgd door Ypke Gietema, die niks in de bloemkoolstructuur zag en lange rechte woningblokken met meerdere lagen liet neerzetten. Wenda wijst naar de horizontaal gestreepte flatjes. 'Dat is altijd een beruchte plek geweest, wij mochten er niet echt komen.'

Voelen Beijumers zelf eigenlijk onderscheid tussen Beijum-Oost en Beijum-West? Wenda begint te lachen, zij in elk geval niet. Ze weet niet eens bij welk deel haar straat hoorde. 'Ik woonde gewoon in de Froukemaheerd.'

Wenda speelde veel langs de Zuidwending, de historische waterloop die dwars door de wijk gaat. Ze viste er ook. 'Als klein meisje zat ik met een bamboehengeltje aan het water. Wanneer ik beet had vroeg ik een voorbijganger of hij wilde helpen de vis eraf te halen. De spanning van het vangen vond ik leuk. De verrassing wat je aan je hengel hebt.'

'Goedkope woningen maken ze extra lelijk, lijkt het wel. Koud en kil'

We lopen langs een klein woonwagenkampje, een van drie kampjes in de wijk. 'Dit heb ik vroeger tijdens het spelen in de bosjes een keer per ongeluk bijna in de fik gestoken', zegt Wenda lachend.

Wenda is ambulant begeleider en komt veel bij mensen thuis. Ook in Beijum heeft ze cliënten. Ze wijst naar een portiek. 'Hier heb ik ooit tijdens een stage een huis leeggehaald. Er woonden mensen die beschadigd waren en trauma's hadden. Ze hadden geen leuke jeugd gehad, daardoor hadden ze zich niet goed kunnen ontwikkelen en was hun netwerk heel klein. Dan lopen ze vast.'

Beijum was voor Wenda zelf niet altijd een plek van ultieme vrijheid, eigenlijk gewoon niet helemaal haar wijk. Rond haar zeventiende wisselde ze 'geblondeerd haar en veel make-up' in voor een meer alternatief uiterlijk. Ze had moeite met het vinden van aansluiting bij andere jongeren, maar vond die connectie uiteindelijk wel bij haar vriendengroep in de Bottemaheerd.

We lopen de Wibenaheerd in. Het voelt en oogt hier anders dan in de rest van de wijk. Elk balkon heeft zijn eigen wereldje. Planten, een waslijn, bierkratjes. Je kunt er, net als op andere plekken in de wijk, een beetje aan aflezen wat voor mensen er wonen.

Onder de flatjes door zien we in de verte de voetbalvelden van Kardinge. De Wibenaheerd vormt de zuidgrens van Beijum, een soort muur die het landschap en de wijk op een harde manier van elkaar scheiden. 'Goedkope woningen maken ze extra lelijk, lijkt het wel', vindt Wenda. 'Koud en kil.' Ze schudt haar hoofd. 'Ik wil niet meer terug naar Beijum.'

Foto: David Vroom

LANGS DE RANDEN VAN BEIJUM

De zon breekt door, het wordt minder koud. We hebben tot nu toe vooral dóór Beijum gelopen. Hoe zit het met de randen van de wijk? Beijum werd midden tussen de weilanden gebouwd, dat betekent dat de buitengrenzen bijzondere plekken moeten zijn. We besluiten ze te volgen. Een rondje om de wijk, te beginnen aan de westrand.

We zijn maar een paar meter van de snelweg verwijderd. Een geluidswal houdt het lawaai van voorbijrazende auto's grotendeels tegen, toch hoor je het gesuis. Achter een houtwal liggen moestuintjes.

We klimmen op een heuvel en kijken uit op de snelweg. Op de heuvel staat een vuurton, er ligt een omgewaaide boom, wat kapotgescheurd zeil, een plastic stoel, platgetrapte blikjes en houten balkjes. Er staat een trampoline. Iemand heeft een kuil gegraven, ernaast staat een soort hut. Plekken als deze zie je overal in Beijum. Voor volwassenen nietszeggende stukjes grond, voor kinderen ultieme speelplekken. Je vindt er ruimte voor verbeelding en fantasie.

Een vrouw met een opvallend rode jas laat een klein zwart hondje uit. Ze heet Nicole, haar hondje heet Pablo en gaat vaker naar de kapper dan zijn baasje. Nicole verruilde zeven jaar geleden Rotterdam-Zuid voor Beijum en heeft geen spijt van die beslissing. 'Ik woon hier fijn', zegt ze. 'Ik voel me veilig. In Rotterdam is het leven druk en gehaast, je moet er van alles. En er is vooral veel steen. In Beijum is het groen, dat doet iets met je. Het geeft me rust, laat me tot mezelf komen en nadenken. En ik word creatief. Hier wonen maakt me heel gelukkig.'

Voordat ze Pablo kreeg, had Nicole minder contact met mensen. En was ze 25 kilo zwaarder. 'Sinds ik met hem loop, passen mijn kleren beter. En ik maak veel vaker een praatje.' Dat mensen Pablo's naam beter kennen dan die van haar en hem steevast eerst groeten, maakt niet uit. Nicole kan iedereen die zich alleen voelt aanraden een hond te nemen. 'Die vriendschap is eigenlijk niet te beschrijven.'

Foto: David Vroom

We wandelen richting de zuidkant van de wijk. Door een rij bomen zien we in de verte de hoogste klimtoren van Europa, aan de andere kant liggen de voetbalvelden van Kardinge. We blijven even staan bij de grote natuurspeeltuin die een paar jaar geleden net ten zuiden van Beijum is aangelegd. Een vreemd fenomeen op deze plek, als je erover nadenkt. Want is Beijum niet gewoon één grote natuurspeeltuin?

Het treft ons opeens hoe alles hier een functie heeft, hoe elk plekje ingekaderd en afgebakend is. Voetbalkooien, basketbalveldjes, hekjes, geasfalteerde paden, waarschuwingsbordjes. Het is typerend voor hoe we in Nederland met ruimte omgaan.

Mensen van de groenvoorziening zijn bezig, op veel plekken is al gesnoeid. In het zand staan pootafdrukken van honden. In de verte zien we het woonwagenkampje dat Wenda ooit bijna liet afbranden. De komende jaren moet dit groene gebied meer verbonden gaan worden met de wijk, wat er direct ook voor zorgt dat Beijum en Lewenborg meer met elkaar verbonden raken.

We lopen verder oostwaarts. Overal zien we wandelaars en hardlopers. Langs een sloot liggen rommelige achtertuintjes met scheve schuttingen. Het is een wat troosteloos gezicht. Vanuit de trein kijk je soms een paar seconden in zulke achtertuinen langs het spoor. Maar in Beijum tonen ze zich op sommige plekken open en bloot aan wie maar durft te kijken.

Na een kwartier komen we in het Beijumerbos, dat aansluit op de Groene Long en daarmee de wijk met het landschap verbindt. Het is een jaar of twintig oud, ongeveer 100 hectare groot en bijna net zo breed als de hele wijk. Voordat het bos hier aangelegd werd, kon je aan deze kant Beijum niet uit en moest je omrijden.

We nemen een pad dat niet lijkt te zijn aangelegd, een soort uit de kluiten gewassen olifantenpaadje. De grond wordt steeds drassiger, onze schoenen soppen. Er is veel regen gevallen de afgelopen dagen. We zien houtwallen en natuurlijke omheiningen, in het zand sporen van trekkerbanden. Een vrouw met een roedel honden loopt voorbij. 'Ze zijn niet allemaal van mij hoor', roept ze.

Opeens zien we tussen de bomen een serieus bouwwerk staan. Hebben we een hut gevonden? Of woont hier iemand? In de verte blaffen de honden van de uitlaatservice. We twijfelen of we eropaf moeten gaan, maar besluiten toch te gaan kijken. Er hangen doeken om het bouwwerk heen, het is met zorg gedaan. Takken zijn met touw aan elkaar gebonden. Op de grond liggen tie-wraps, tape, afdekzeil en dekens. In de hut staat een klein barbecuetje, eromheen ligt wat verkoold hout.

Opeens zien we tussen de bomen een serieus bouwwerk staan. Hebben we een hut gevonden? Of woont hier iemand?

Misschien slaapt hier 's nachts wel iemand, we kunnen het ons best voorstellen. Maar als hier iemand woont, bewaakt diegene deze plek dan ook? In dat geval vraagt hij of zij zich waarschijnlijk terecht af wat wij hier doen. Hoe zou het zijn om hier in het bos te wonen? Waarschijnlijk heel fijn. We treffen niemand aan en besluiten door te lopen.

Tussen struiken en bomen staat een groepje kleine sparren, het lijkt erop dat mensen hun kerstbomen hier geplant hebben. Onze schoenen zijn zwaar van de klei. Het paadje dat we volgen loopt dood. Maar echt verdwalen is in Beijum onmogelijk, daar zijn we inmiddels wel achter.

Aan de noordkant van Beijum, langs het Spakenpad, komen we Daniëlle tegen. Ze woont al twintig jaar in de wijk. In die tijd is Beijum nauwelijks veranderd, vindt ze. Hoewel: toen ze er kwam wonen, had de wijk een slechte naam. 'Aan de Wibenaheerd zat een pand waar gedeald werd', weet ze nog. Inmiddels is een mengeling van koop en huur ontstaan, waardoor het karakter van de wijk veranderd is. 'Maar dat imago blijft voor mijn gevoel oneindig hangen', zegt Daniëlle. 'Ach ja, het houdt de huizen hier tenminste relatief betaalbaar.'

Foto: David Vroom

Beijumers kennen het imago van hun wijk, maar kunnen en hoeven er weinig mee. Het mag ook best een beetje schuren in een wijk, denken we. Een plek hoeft niet perfect gepolijst te zijn. In zo'n omgeving vind je meer verhalen, die komen er samen. Er wonen is een avontuur op zich.

Beijum is bedoeld als een woonwijk met een dorps karakter. Toch ervaart Daniëlle dat niet zo. 'Het is voor mij wel echt een stadswijk. In een dorp kent iedereen elkaar en vindt iedereen ergens wat van. In Beijum is sociale cohesie, maar je hebt ook de ruimte. Je kunt dingen doen met buurtgenoten, maar het hoeft niet.'

We kijken naar het pirateneilandje, waar een groepje kleine kinderen speelt. Water is in Beijum overal aanwezig, het speelt een belangrijke rol. 'Je ziet dat de kinderen erdoor aangetrokken worden', zegt Daniëlle. 'Het geeft ze plezier. Ze doen tegenwoordig een heleboel virtueel. Dit is nog een stukje van hun leven dat echt is.'

Ze kijkt om zich heen. 'Moet je luisteren, al die vogels. We hebben weleens een Vlaamse gaai of een specht in de tuin en er zitten hier uilen. Vanuit onze woonkamer zien we de reeën lopen in het weiland. Als mensen ons huis binnenkomen, verwachten ze meestal weinig. Maar eenmaal aan de achterkant zijn ze verbaasd over hoe mooi we wonen.'

***

Ik blijf hier is een initiatief van Stichting Tussenland, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Groningen in het kader van de wijkvernieuwing in Beijum, Selwerd, De Hoogte/Indische Buurt en De Wijert. Buro Reng doet de vormgeving en de beeldredactie van de kranten. Volg het project op Instagram via @veranderendewijk.

Bekijk hier de hele krant in digitale versie.