Eigendomsrecht

Jouw huis of het mijne?

Waarom we volgens filosoof John Locke meer gebouwen moeten kraken

Tekst:
Leestijd: .

Terwijl speculanten en investeerders gretig op leegstaande panden duiken, is er ook een andere groep die deze gebouwen graag opeist: krakers. Hoe rechtvaardig is het hebben van eigendom eigenlijk? Filosoof Yorick Karseboom analyseert het met behulp van het gedachtegoed van een collega uit de zeventiende eeuw.

Nederland heeft een schreeuwend tekort aan woningen. De prijzen rijzen de pan uit, om een particuliere woning te huren moet je tegenwoordig bruto gemiddeld vier keer je huur verdienen. En dan heb ik het nog niet eens over de eindeloze wachtlijsten voor een sociale huurwoning. De huisje-boompje-beestje-droom lijkt er een van een vergane generatie.

Ondanks de enorme woningnood is er momenteel, pak ‘m beet, 39 miljoen vierkante meter aan leegstaande panden in Nederland, becijferde het CBS. Voor een groep mensen biedt dit gegeven een radicale maar effectieve oplossing voor het woningtekort: kraken. 

De letterlijke definitie van kraken is ‘het zonder toestemming van de eigenaar in gebruik nemen van een onroerende zaak in de vorm van een ongebruikt terrein, gebouw of ruimte daarvan’. Het ontstond in Nederland in de jaren zeventig als reactie op de woningnood, en lijkt nu op reprise te gaan.

Hoewel kraken voor een groep mensen een oplossing is, stuit het anderen tegen de borst. Krakers hebben het imago van boeven, junks en gelukszoekers die andermans eigendom niet respecteren. Met name dit laatste hoor je vaak terug in reacties op nieuwsberichten naar aanleiding van een gekraakt pand.

‘Je moet met je poten afblijven van iets wat niet van jou is ongeacht de eigenaar van het pand!’

‘Als je ergens voor betaald hebt is het van jou, dus blijven anderen ervan af!’

‘Recht of onrecht volgens mij blijf je met je poten van een ander zijn spullen af!’ 

Bovenstaande is een korte bloemlezing van reacties op de kraak van het Heerenhuis, aan de Spilsluizen in de stad Groningen, in januari 2022, afkomstig van sociale media. Eigendom staat in onze maatschappij blijkbaar hoog in het vaandel. Maar is dat wel terecht? Is het hebben van eigendom altijd rechtvaardig? En waar hebben we het eigenlijk over als we over ‘eigendom’ spreken? 

Eigendom is een abstract begrip

Eigendom kan over veel verschillende dingen gaan. Over natuurlijke bronnen, productiemiddelen, grond, materie, maar ook over geschreven tekst, ideeën en andere intellectuele producten. 

Een veel gebruikte definitie van eigendom is: ‘de set van regels die stelt wie wel of geen toegang heeft tot grond en (im)materiele bronnen’. Waar deze set precies uit bestaat, is onderwerp van debat. Veel regels zijn per land wettelijk vastgesteld, desondanks blijft eigendomsrecht overal ter wereld verhitte discussies opleveren. Van eigendom bestaat dan ook geen universele definitie.

Als relatief concept dat afhankelijk is van een veranderende set aan regels is het begrip eigendom behoorlijk abstract. Om het beter te kunnen begrijpen, helpt het om onderscheid te maken tussen drie verschillende vormen van eigendom: gemeenschappelijk eigendom, collectief eigendom en privé-eigendom.

Alleen de eigenaar van een eigendom mag bepalen wie het mag betreden, vinden veel mensen

Gemeenschappelijk eigendom mag door iedereen gebruikt worden. De gehanteerde regels zorgen ervoor dat zoveel mogelijk mensen dat daadwerkelijk kunnen. Een openbaar park als het Noorderplantsoen is een voorbeeld van gemeenschappelijk eigendom: in principe is iedereen er welkom.

De regels waaraan bezoekers van het park zich moeten houden, zijn er alleen om te garanderen dat het voor zoveel mogelijk mensen een fijne, toegankelijke plek blijft. Net als het park zelf moeten de regels zo inclusief mogelijk zijn. In hoeverre dat op dit moment in balans is, is een andere discussie.

Collectief eigendom is niet van iedereen, maar behoort aan een gemeenschap toe. De leden daarvan bepalen samen hoe het eigendom gebruikt wordt. Coöperatieve woningverenigingen zijn hiervan een goed voorbeeld. Ze bestaan uit verschillende individuen die samen eigenaar van een gebouw of complex zijn. Binnen de vereniging hebben alle bewoners inspraak in en verantwoordelijkheid voor het gebruik van het pand. Op democratische wijze besluiten ze over de toekomst ervan, het onderhoud dat nodig is en de leefregels die binnen het gebouw gelden.

Ten slotte is er privé-eigendom. Daarbij bepaalt een individuele partij hoe onroerend goed wordt gebruikt. Als je een huis koopt, is het aan jou wat je ermee doet. Je kunt erin gaan wonen, maar het ook tien jaar leeg laten staan.

Een van de belangrijkste aspecten van eigendom is dat het recht geeft tot exclusie. De eigenaar van een stuk grond heeft de macht om mensen er geen toegang tot te verlenen. Dit recht lijkt ten grondslag te liggen aan de boze reacties richting krakers. Alleen de eigenaar van een eigendom mag bepalen wie het mag betreden, vinden veel mensen. Wat krakers doen, staat hier haaks op. En daarom hoort kraken niet!

Beeld: Anne Caesar van Wieren

Eigendomsrecht volgens filosoof John Locke

Is het terecht dat we in onze maatschappij eigendom op een voetstuk plaatsen? Om hier een antwoord op te vinden, ben ik in het werk van de Britse filosoof John Locke gedoken. Locke, geboren in 1632 in Somerset, wordt gezien als een van de grootste denkers uit de Verlichting. In 1690 schreef hij een van zijn meest invloedrijke werken, de Two Treatises of Government. Daarin beschrijft hij hoe overheden zijn ontstaan, hoe ze te werk gaan, en, misschien nog wel belangrijker, hoe ze te werk zouden moeten gaan.

Ook eigendomsrecht komt aan bod in het werk van Locke: wanneer is het gerechtvaardigd dat iemand eigendom – en de daarbij horende machtspositie ­– heeft?

Om dat te kunnen beoordelen maakt Locke een flinke sprong terug in de tijd, naar het moment dat God volgens de bijbel de aarde en de mens schiep. De filosoof stelt dat we rijkelijk verwend zijn met een planeet vol waardevolle materialen en goederen. Omdat God de aarde voor de mens geschapen heeft, is het aan ons is om er zo veel mogelijk gebruik van te maken, zegt Locke.

Aangezien we vrij mogen genieten van de vruchten van moeder aarde, hebben we ook het recht om deze tot ons eigendom te maken, is de daaruit voor hem volgende conclusie. Maar dat levert een schijnbare contradictie op. Hoe kan de aarde voor iedereen geschapen zijn, maar kan een individu toch recht hebben op eigendom, en daarbij anderen buitensluiten?

Hoewel Locke een religieus uitgangspunt gebruikte, is dit ook voor niet-gelovigen een essentieel vraagstuk. En een ingewikkelde kwestie, ook voor de filosoof zelf.  

Drie voorwaarden voor eigendomsrecht

Het recht op privaat eigendom wordt niet verkregen door een democratisch of universeel proces, stelt Locke. Je kunt onmogelijk elk individu ter wereld om toestemming te vragen voordat je iets tot je eigendom kunt rekenen. Om te voorkomen dat alleen de sterksten de mogelijkheid hebben zich iets toe te eigenen, kunnen we volgens Locke met behulp van drie criteria vaststellen of iemand recht op eigendom heeft.

Bij onze geboorte worden we onmiddellijk privé-eigenaar van een specifiek eigendom: ons lichaam. Dit is voor Locke het startpunt als het gaat om eigendomsrecht. Ons lichaam is ons eigendom omdat we het gebruiken. En aangezien jij de enige bent die je lichaam gebruikt, heb jij recht op het eigendom ervan. Daaruit volgend is hetgeen je met je lichaam bewerkt of je toe-eigent ook rechtmatig van jou. De vruchten van ons fysieke werk zijn de onze, en niet die van iemand anders, aldus Locke.

Je hebt alleen recht op het eigendom van zaken die je kunt gebruiken zonder dat ze verloren of verspild raken, zegt Locke

Hoe moet je deze notie van ‘werk’ of ‘bewerken’ begrijpen? Volgens Locke gaat het om de handeling die ervoor zorgt dat we materie kunnen bewerken tot iets dat ons in leven houdt en onze eerste levensbehoeftes verwezenlijkt. Denk aan een boer die zaden plant om deze tot gewassen te kweken, die vervolgens voedsel opleveren.

Maar door deze stap te maken, lijkt er voor Locke een groot probleem te ontstaan. Want betekent deze definitie van eigendom niet dat iedereen zo veel eigendom kan verkrijgen als hij of zij maar wil?

Zo zit het niet, zegt Locke. Naast het bewerken zijn er nog twee kwalificaties waaraan je moet voldoen voordat je recht op eigendom hebt. De eerste heeft te maken met overschot. Volgens de filosoof heeft een persoon alleen recht op het eigendom van zaken die hij of zij wezenlijk kan gebruiken zonder dat ze verloren of verspild raken. Alles wat hierbuiten valt, is voor hem geen rechtmatig eigendom.

Lockes tweede kwalificatie is dat het in bezit nemen van eigendom nooit tot schaarste bij een ander mag leiden. Je bent vrij om appels te plukken, en bent daardoor de rechtmatige eigenaar van deze appels, zolang je ze allemaal opeet voordat ze bederven en er genoeg appels voor anderen overblijven. 

Beeld: Anne Caesar van Wieren

Geld als onuitputtelijk ruilmiddel

Het is belangrijk om de theorie van Locke te begrijpen in de tijdgeest van de zeventiende eeuw. De filosoof schreef bovendien over het begin van de menselijke samenlevingen, toen de aarde nog niet was opgedeeld in landsgrenzen, de natuur nagenoeg eindeloos was en de mens zichzelf voor het eerst permanent ergens vestigde.

In de eenentwintigste eeuw ziet de wereld er anders uit. Vrijwel elke vierkante meter aarde is de afgelopen eeuwen ingekaderd en daardoor eigendom van iets of iemand. Een oorzaak was voor Locke snel gevonden: de introductie van geld als legitiem ruilmiddel. Een mens kan onbeperkt geld bezitten, er kan immers altijd meer van komen en het hebben van geld zal nooit voor schaarste zorgen.

In dit opzicht verschilt geld van bijna elk ander denkbaar eigendom. Gedefinieerd als ongespecificeerd ruilmiddel ontleent het zijn waarde aan de menselijke afspraak dat het waarde heeft. Uitzonderingen als edelmetalen daargelaten, zullen er altijd andere middelen zijn die schaarste kunnen opvullen. Dit zien we terug in onze samenleving, waar geld over het algemeen gereduceerd wordt tot een code die bestaat uit een aantal cijfers, en een bedrag representeert dat op je bankrekening staat. Het is geen materie meer, en daardoor theoretisch oneindig te vermenigvuldigen.

Een probleem ontstaat volgens Locke op het moment dat geld in onbepaalde hoeveelheden geruild kan worden voor goederen die wel schaars kunnen worden. Het lijkt erop dat dit in onze samenleving het geval is. Individuen met grote portemonnees weten steeds meer onroerend goed te verkrijgen, dat creëert schaarste. De kwalificaties die Locke opstelde, worden niet nageleefd. Het gevolg is een vrijwel oneindige mogelijkheid tot de acquisitie van privaat eigendom.

Locke zou het ongetwijfeld niet eens zijn met het eigendomsrecht van veel vastgoedeigenaren van nu. Voor hem was een vereiste voor het rechtmatig bezitten van eigendom dat de eigenaar het bewerkte. Hoe vertaal je dat naar de context van vastgoed?

Krakers die een gebouw opknappen, voldoen aan de criteria voor gerechtvaardigd eigendom – speculerende vastgoedeigenaren niet

Een belangrijke afweging is of het hebben van het vastgoed voor de eigenaar een eerste levensbehoefte vervult. Als je in een huis woont, voorziet dat in de basisbehoefte van het hebben van een dak boven je hoofd. Maar vastgoed dat je koopt als investering, om je rijkdom te vergroten, valt niet onder die behoefte.

In de praktijk blijkt maar al te vaak dat het eigendom van vastgoedmagnaten tot overschot leidt. Het speculatief aankopen van panden, bij wijze van investering en zonder ze (goed) te onderhouden, resulteert in de verspilling van woningen. Locke zou nog wel een appeltje te schillen hebben met de vastgoedeigenaren die dit laten gebeuren.

Beeld: Anne Caesar van Wieren

Krakers verkleinen de woningschaarste

Naast Locke zijn er door de eeuwen heen talloze andere denkers geweest die hun licht lieten schijnen op de rechtmatigheid van het bezitten van eigendom. Of Locke de waarheid in pacht had, laat ik in het midden. En of jij het als lezer met hem eens bent, mag je zelf bepalen. Hoe dan ook geeft zijn theorie een interessant perspectief op woningbezit in 2023.

Ook voor niet-filosofen is het een even logisch als triest gegeven dat vrijwel elke tot eigendom gemaakte woning voor meer schaarste zorgt. Het aantal mensen lijkt simpelweg groter dan het aantal huizen. Toch heeft het bewonen van een huis nog altijd minder gevolgen voor de woningschaarste dan het laten leegstaan van een pand.

Terug naar de krakers. Hoe zit het met hen? Op een uitzondering na richten ze zich op panden die al jaren leegstaan, die soms haast van ellende in elkaar zakken en waarbij op korte termijn geen uitzicht op bewoning is. Krakers betrekken precies de gebouwen die ook gekocht worden door speculatieve kapitalisten met een duidelijk winstoogmerk. Door in zo’n pand te trekken, verkleinen krakers acuut de woningschaarste.

Vaak beginnen krakers nadat ze een pand betrokken hebben vrijwel direct onderhoud te plegen. Ze renoveren gebouwen en maken ze weer bewoonbaar. En, het allerbelangrijkste: ze wonen erin. Dit past binnen de filosofie van Locke bij het ‘werken’ aan je eigendom. Door hun acties zou je kunnen stellen dat krakers voldoen aan de criteria voor gerechtvaardigd eigendom – in tegenstelling tot speculerende vastgoedeigenaren. 

Misschien schilder ik een te romantisch plaatje van krakers, en geef ik een te negatieve weerspiegeling van investeerders in onroerend goed. Wat voor mij hoe dan ook overeind blijft is dat enkel en alleen het hebben van eigendom niet inhoudt dat je ook recht op dat eigendom hebt. Daarvoor moet je namelijk werken. En ik denk dat juist de mensen die het hardst roepen dat je van iemands eigendom moet afblijven, het daarmee eens zullen zijn.