Kop in de wolken, voeten op de grond

28 april 2022 Leestijd: 17 minuten

Pieter Bregman nam op 1 april 2022 afscheid als directeur-bestuurder van woningcorporatie Nijestee. En passant kreeg hij daarbij de Erepenning van de gemeente Groningen uitgereikt. In een uitgebreid afscheidsinterview blikt Bregman terug op de afgelopen decennia. Hoe heeft hij die persoonlijk beleefd? En wat bracht Nijestee de stad Groningen onder zijn leiderschap? ‘De diversiteit die ik tegenkwam in onze wijken, ik vond het woest interessant. En ik voelde me er ook thuis bij.'

JONG GELEERD

De hoofdinspecteur-directeur van de provincie Groningen, zijn grijze pak vers uit de stomerij, zal verrast opgekeken hebben toen zag dat hij aan tafel moest met een jonge gast met paars geverfd haar en een oorbel. De meeste krakers in de stad waren niet zo van het onderhandelen, gelukkig hadden ze in hun midden iemand die dat wel graag deed. En goed kon.

Zo zat Pieter Bregman eind jaren 70 als bewonersvertegenwoordiger namens verschillende Groninger kraakpanden aan tafel met overheden en corporaties. Zijn punt maken, pleiten voor hij wat belangrijk vond, dingen uit het vuur slepen voor anderen: het zat er al vroeg in. En het is nooit verdwenen.

Sindsdien is er veel gebeurd. Inmiddels heeft Bregman er bijna twintig jaar als algemeen directeur-bestuurder van Nijestee op zitten. Ruim een half jaar geleden hakte hij de knoop door: het is mooi geweest.

Je begon je loopbaan als docent economie, hoe ben je in de corporatiewereld terechtgekomen?

'Ik werkte op een middelbare school in Friesland. Daar werd ik lid van het bestuur van woningbouwvereniging Ooststellingwerf. Puur uit liefde voor het vak, eigenlijk.' Toen bij diezelfde woningbouwvereniging een plek als administrateur vrijkwam, hapte Bregman toe. Hij trad af als bestuurder, solliciteerde en kreeg de baan. De stap naar corporatieland was gezet.

In 1995, toen Bregman een jaar of acht voor de Friese woningbouwvereniging had gewerkt, ging er een schok door de corporatiewereld. Om dik 30 miljard gulden van de staatsschuld weg te poetsen, voerde de Rijksoverheid in 1995 de bruteringsoperatie door. Woningcorporaties waren plotseling niet langer uitvoeringsorganisaties van gemeenten en werden niet meer volledig bedropen door de overheid, maar waren op zichzelf aangewezen. Het stelde de veelal kleine organisaties, die helemaal niet waren ingericht om als onderneming te functioneren, voor een flink probleem.

Kort na de brutering werd Bregman gevraagd om Woningbouwvereniging Groningen op financieel vlak vlot te trekken en de verzelfstandiging daar vorm te geven. In 1998 fuseerde Groningen met Gruno Woondiensten, samen gingen ze verder als Nijestee. De nieuwe corporatie was in een klap veruit de grootste van de stad.

Bregman zag al snel dat de samensmelting goed uitpakte: 'Bij fusies zie je vaak eerst vijf jaar interne twisten, reorganisaties en gezeur. Hier was dat niet zo. Dat gaf ons een enorme boost.'

Pieter Bregman krijgt bij zijn afscheid de Erepenning van de gemeente Groningen van loco-burgemeester Roeland van der Schaaf // Foto: Siese Veenstra

Even terug naar die bruteringsoperatie. Dat was een ingrijpend moment voor alle Nederlandse woningcorporaties, maar waarschijnlijk ook in jouw carrière. Hoe heb je dat ervaren?

'Het was een geweldige slag om onze organisatie op een professioneel niveau te krijgen, passend bij een onderneming. Omdat de woningen van corporaties gefinancierd zijn met leningen, net als die van particulieren, moesten we naar de banken toe. En we moesten onderzoeken hoe we met onze huurinkomsten onze eigen broek konden ophouden.’

Hoewel de brutering als donderslag bij heldere hemel kwam, ziet Bregman terugkijkend de uitkomst ervan als een succes voor Nijestee en voor de stad Groningen. Dat kwam vooral door de vrijheid die corporaties kregen. 'Tegenwoordig zitten we aan een hoeveelheid regels en controles vast, maar die verzelfstandiging van toen ging nauwelijks gepaard met duidelijke kaders. We konden tot op zekere hoogte gewoon doen wat we wilden. Een winkelcentrum bouwen, of koopwoningen, of het welzijnswerk in een wijk subsidiëren – alles mocht. Dat had zijn weerslag op de wijken.'

Groningen werd, wil hij maar zeggen, door de brutering geen slechtere stad.

Een minder positief keerpunt was de invoering van de verhuurdersheffing in 2012. Jullie moesten per woning jaarlijks anderhalve maand huur gaan afdragen, min of meer omdat de Rijksoverheid de corporaties na een aantal schandalen niet meer vertrouwde. Dat moet geen prettige tijd geweest zijn.

'We moesten geld gaan inleveren, terwijl we een niet-winstbeogende instelling zijn. Een van de lijfspreuken van Nijestee is: 'Geld moet in de wonings, niet op de bank'. Als je dan opeens hoort dat je 15 procent van je omzet moet gaan afdragen…'

Het invoeren van de heffing had meteen grote gevolgen voor Nijestee. Banken waren niet langer bereid leningen te verstrekken voordat de corporatie had aangetoond de verhuurdersheffing te kunnen betalen. 'We wisten dat als we niks zouden doen, we in juli 2013 geen geld meer zouden hebben. Dat was een doodvonnis.'

Koortsachtig werkten Bregman en zijn staf aan een plan. Na zes weken was het klaar, het behelsde in grote lijnen het stopzetten van alle nieuwbouw- en renovatietrajecten en het ontslaan van dertig mensen. 'Daar heb ik wel slapeloze nachten van gehad. Het was heel naar, ik heb goeie vrienden van me moeten ontslaan.'

'Als je het bouwen en verduurzamen van woningen een paar jaar stillegt, krijg je daar veel last van. Dat is precies wat nu aan de hand is. Het is veroorzaakt door kabinet Rutte II en de verhuurdersheffing – ingewikkelder is het niet'

Nijestee was gedwongen een groot aantal van haar nieuwbouwlocaties te verkopen. 'Op dat moment wisten we al: dit wordt een drama voor de stad. Want als je het bouwen en verduurzamen van woningen twee tot drie jaar stillegt, krijg je daar veel last van: huizenprijzen die de pan uit rijzen, een woningtekort, eindeloze wachtlijsten en meer. Dat is precies wat nu aan de hand is. En het is veroorzaakt door kabinet Rutte II en de verhuurdersheffing – ingewikkelder is het niet. Dat is echt een godvergeten schandaal.'

Kort na de brutering koos Nijestee voor een nieuwe koers. Jullie sloten je in 2000 aan bij het Vastgoedfonds Lieven de Key, achteraf bezien ook een ijkpunt in de afgelopen decennia.

'Vastgoedfonds Lieven de Key. Die naam alleen al.' Bregman trekt een bedenkelijk gezicht. Om de zoveel jaar steekt in rechts Nederland het idee de kop op dat zo'n grote sociale huursector in zo'n rijk land eigenlijk niet zou moeten kunnen, legt hij uit. Rond 1999 gebeurde dat ook.

'Het idee was dat corporaties zouden kunnen doorsteken naar de markt.' De toenmalige bestuurders van Nijestee besloten landelijk op te schalen. De corporatie fuseerde in het jaar 2000 met een aantal andere corporaties uit verschillende steden, samen goed voor ongeveer 70.000 woningen. 'Het was deels een goede zet, want we waren gewoon heel arm.'

In Groningen was rond die tijd structureel veel leegstand. Die context is belangrijk voor het verhaal, benadrukt Bregman. Het ging gepaard met zaken als brandstichting, rommel op straat, prostitutie en drugsoverlast. 'We hadden in de stad een paar rotte plekken, oneerbiedig gezegd. Achter in Lewenborg, in Vinkhuizen, in Paddepoel-Zuid en rondom de Irislaan in de Oosterparkwijk.'

Onder de noemer wijkvernieuwing begon rond 1998 een grote operatie om die rotte plekken beter te maken. Aanvankelijk vooral door een groot aantal slechte woningen te slopen en daar een kleiner aantal goede woningen voor terug te bouwen. 'Alleen: die ingrepen konden wij op dat moment niet betalen. Door de landelijke opschaling in 2000 kregen we toegang tot meer geld. Op die manier konden we winkelcentrum Vinkhuizen compleet vernieuwen, dat deden we met garantstelling van een corporatie in Amsterdam.'

Het geld was welkom, maar desondanks liep het met Vastgoedfonds Lieven de Key niet goed af. 'Op een gegeven moment vond de besluitvorming over wat er in de Oosterparkwijk moest gaan gebeuren, in Amsterdam plaats. Zo zwart-wit was het misschien niet, maar rondom dat beeld hebben wij ons toen georganiseerd. We verloren onze maatschappelijke doelstelling en onze lokale verankering, dus het roer moest om. Dat was wel een spannend moment. Met een paar corporatiedirecteuren hebben we het vertrouwen in de raad van bestuur opgezegd. In principe zet je dan als directeur je baan op het spel, maar dat had ik er wel voor over. Uiteindelijk liep het goed af: de hele raad van bestuur werd naar huis gestuurd en de club werd ontvlochten.'

Een van jouw kwaliteiten is dat je net zo makkelijk een gesprek met een bestuurder als met een huurder voert, vertelden je oud-collega's me. Is dat iets dat je hebt moeten leren of zit dat simpelweg in je?

Bregman denkt even na.

'Toen ik op de middelbare school zat, was mijn moeder wethouder voor de PvdA, onder andere van volkshuisvesting. Woningzoekenden kwamen gewoon bij ons aan de keukentafel. Van haar heb ik van jongs af aan het praten met mensen meegekregen.'

Tijdens zijn studie- en krakerstijd en daarna bij Nijestee heeft hij zich op dat vlak verder ontwikkeld, denkt Bregman. Als directeur komt je ware aard niet naar voren in je relatie met andere bestuurders, maar juist in hoe je omgaat met huurders, vaklieden en schoonmakers, is zijn overtuiging. 'Mijn moeder – ze speelt toch een grote rol, ontdek ik – zei ook altijd: je bent slim, maar dat is geen verdienste.' Hij lacht. 'En dat is zo. Als je leert om goed te kunnen timmeren: dat is wél een verdienste.'

'Mijn vader dacht graag na over grote maatschappelijke verbanden. Mijn moeder had lak aan al die mooie verhalen en wilde gewoon mensen helpen. Eigenlijk heb ik hun eigenschappen altijd bij elkaar willen brengen'

Je moeder heeft dus best wat invloed op je gehad. Hoe zit het met je vader? Hij was dominee, heb je van hem het vermogen om een boodschap over te brengen?

'Hij was inderdaad dominee, maar werd later ook docent sociale ethiek aan de sociale academie. Mijn vader dacht graag na over grote maatschappelijke verbanden en hoe het verder met de wereld moest. Mijn moeder was het omgekeerde: ze had lak aan al die mooie verhalen en wilde gewoon mensen helpen. Eigenlijk heb ik hun eigenschappen altijd bij elkaar willen brengen.'

Hij lepelt een Chinees spreekwoord op: wie met zijn hoofd in de wolken loopt en met zijn voeten op de grond, is een waarlijk groot mens. 'Misschien is dat wel wat ik probeer.'

Eigenlijk was directeur van een woningcorporatie dan de ideale rol voor je.

'Het is ook wat ik leuk vind. Dat had ik al in mijn kraaktijd. In contact komen met mensen van verschillende pluimage, soms rare vogels. De diversiteit die ik tegenkwam in onze wijken, ik vond het woest interessant. En ik voelde me er ook thuis bij.'

Foto: Siese Veenstra

De wijken waar de huurders van Nijestee wonen zijn belangrijk, dat hebben jullie altijd uitgedragen. Hoe laat je ze voor je gevoel achter, nu je vertrokken bent?

'Ik denk dat het in veel wijken beter is dan het was. Toen ik in 1996 in Groningen kwam en ging rondfietsen dacht ik: tsjonge jonge. Maar de plekken waarbij ik dat gevoel kreeg, zijn er eigenlijk niet meer. Wij hebben er altijd naar gestreefd om in onze wijken een meer gemengde sociaaleconomische bevolkingsopbouw te krijgen, zodat je er meer sociaaleconomische veerkracht krijgt. Voor Nijestee is een ongedeelde stad een groot goed. Ik geloof daar heel erg in, al ben ik me ervan bewust dat nooit bewezen is dat het werkt.'

En lang niet alle oude bewoners van een wijk waar nieuwe, rijkere bewoners zijn komen wonen, voelen dat als een verbetering. En andersom geldt waarschijnlijk hetzelfde.

'Ik weet niet of je dat zo kunt stellen. Er is soms wrijving tussen oud en nieuw. Maar de Oosterparkwijk bijvoorbeeld, ons heartland, was in de jaren 80 heel eenzijdig qua bevolkingsopbouw: het waren allemaal een- of tweepersoonshuishoudens, vaak mensen zonder werk die er al een paar generaties woonden. Als je een baan kreeg of als je ouder werd, ging je de wijk uit omdat er geen huis voor je was. Wij hebben op alle mogelijke manieren geprobeerd om mensen daar een plek te geven. Onder meer door te zorgen dat er koopwoningen kwamen, zodat je als je hoger op de sociale ladder klimt niet de wijk uit hoeft. Ik vind de Oosterparkwijk een goed voorbeeld van hoe je een wijk met veel liefde en aandacht behoorlijk omhoog kunt krijgen.'

Mij werd verteld dat jij soms persoonlijk op bezoek ging bij huurders. Vonden ze dat bijzonder, dat jij als directeur langskwam?

'Vaak wel ja. De meesten waren ook verbaasd. Maar ze stelden het wel op prijs. Die bezoekjes waren belangrijk om een beeld te krijgen van waar je mee bezig bent. Dan begrijp je waar reacties van huurders vandaan komen.'

Hij vertelt hoe hij een paar jaar geleden een brief ontving van een huurder die huurverlaging wilde, maar het niet kreeg. 'Eerst dacht ik: je betaalt voor een heel huis hetzelfde bedrag dat mijn kinderen betalen voor een studentenkamer. Dus hoe durf je te zeuren? Maar toen ben ik zelf gaan kijken. Die vrouw woonde daar al twintig jaar en had het altijd kunnen betalen, maar zag nu de kosten stijgen en haar uitkering dalen. Ze werd er als het ware uitgedrukt.'

Bregman kwam direct met een oplossing en stelde voor een ander appartement met een lagere huur te regelen. 'Maar toen zei zij: hoe haal je het in je hoofd, dit is mijn huis! Het was zo goed om dat met eigen ogen te zien. Want vanachter je bureau is de redenering makkelijk gemaakt.'

Van je oud-collega's hoorde ik dat jij van de grote lijnen bent, en regelmatig kritiek had op wat je 'precisie zonder visie' noemt.

Bregman lacht. 'Die slogan heb ik niet zelf bedacht. Maar ik vind dat er veel onderzoek gedaan wordt, bijvoorbeeld in de wijken, zonder duidelijke visie op waar we nu eigenlijk mee bezig zijn. Bewoners krijgen een enquête voorgeschoteld en daar baseren we op wat we met elkaar gaan doen. Begrijp me niet verkeerd: bewoners betrekken is goed, maar het zelf hebben van een visie is ook heel goed. Ten eerste omdat je het dan niet alleen doet op basis van feiten en negativiteit, en zonder duidelijke lijn, maar ook omdat het een eerlijke manier van het gesprek voeren is. Met een uitgewerkte visie kun je aan bewoners uitleggen wat je van plan bent. Je kunt natuurlijk ook zónder plan op ze af stappen, maar dan ben je ook min of meer verplicht om te doen wat zij verzinnen.'

Jij hebt je altijd ingezet voor mensen die anders wilden wonen, of voor bijzondere doelgroepen. Jullie ontwikkelden bijvoorbeeld Courtine en het Paleis. Waren dat soort projecten belangrijk voor je? En zou Nijestee ze nu nog steeds kunnen realiseren?

'Het Paleis, met ateliers, een grand café, vergaderruimte en koopwoningen in het complex, is nu door de vele regels ondenkbaar. Bij de ontwikkeling van Courtine hebben we veel geld uitgegeven om het complex toegankelijk te maken voor mensen met een zware handicap. Daardoor was het een heel duur project, terwijl de huren laag zijn. Ook dat doe je niet zomaar nog een keer. Maar ik krijg er nog steeds tranen van in m'n ogen dat we zoiets hebben kunnen realiseren. En het mooiste ervan is dat we deze projecten samen met bewoners deden. Bij Courtine was het in mijn herinnering altijd huilen en knuffelen. Maar ook als we op bezoek zijn bij het Paleis of in het Oude RKZ en daar wat rondlopen – ik vind het fantastisch.'

Het Oude RKZ is een bijzondere plek, die jij ook nog kent uit je tijd als kraker. Als je daar rondliep, wisten bewoners dan wie jij was – en dat je vroeger een van hen was?

'De meesten niet. Bewoners zeiden me weleens: er wonen hier nu prima mensen, maar je had hier vroeger eens moeten komen!' Hij lacht. 'Ik wás er vroeger. Maar het Oude RKZ verhoudt zich moeizaam tot de huidige regels. Als corporatie moet je er bijvoorbeeld aan inkomenstoetsing doen, maar dat vindt Nijestee helemaal niet passen bij zo'n plek. Dus dat doen we niet.’

Nijestee denkt op dit moment na over hoe het gebouw in samenspraak met bewoners toekomstbestendig gemaakt kan worden. ‘Want het Oude RKZ moet tot in de eeuwigheid blijven bestaan. Dat zoiets al veertig jaar werkt is heel goed voor mijn optimisme en mensbeeld. Het zorgt ervoor dat ik denk dat het met de wereld misschien toch nog goed gaat komen.'

'Dat zoiets als het Oude RKZ al veertig jaar werkt is heel goed voor mijn optimisme en mensbeeld. Het zorgt ervoor dat ik denk dat het met de wereld misschien toch nog goed gaat komen'

Nijestee en de gemeente Groningen hebben vanouds een nauwe band. De komende jaren zullen ze samen de wooncrisis in Groningen te lijf moeten gaan. Wat is ervoor nodig om die missie een kans van slagen te geven?

'Dat kan op meerdere manieren. Om te beginnen zullen ze richting Den Haag een eenheid moeten vormen. En samen moeten zorgen voor goede plannen met stevige eisen: 6000 woningen op de Suikerzijde die over vier jaar klaar moeten zijn, bijvoorbeeld. Het moet veel ambitieuzer: meer, sneller, hoger. Ze moeten Den Haag ervan overtuigen dat zo'n project als de Suikerzijde net zo belangrijk is als Rotterdam-Zuid of de Haagse Schilderswijk.'

Een tweede manier waarop volgens Bregman de corporaties en de gemeente elkaar kunnen vinden, heeft te maken met de bouwconjunctuur. 'Nu lijken de bomen tot in de hemel te groeien en worden plannen gebaseerd op grote vastgoedrendementen. Dat gaat een keer omslaan – als je bijna 63 bent weet je dat. Maar je kunt bij grote ontwikkelingen als de Suikerzijde die conjuncturele effecten dempen door commerciële partijen nu veel te laten doen, maar op het moment dat het in elkaar dondert te zorgen dat corporaties heel makkelijk de bouwproductie over kunnen nemen.'

Een derde ijzer in het vuur is het koppelen van de wijkvernieuwing aan de bouw van nieuwe stadsdelen. 'We kunnen in Selwerd financieel plussen maken door te verdichten en eventueel woningen te verkopen. Dat geld kunnen we voor een deel gebruiken om meer sociale woningbouw mogelijk te maken op de Suikerzijde. De gemeente kan daar heel erg bij helpen, door mee te werken aan die verdichting en niet te veel hindernissen op te werpen. In Selwerd hebben we op dat vlak best een doorbraak nu. Als je als gemeente en corporaties samenwerkt, transparant bent en bereid bent je financiën aan elkaar te knopen, kun je heel veel doen.'

Een laatste vraag, misschien wel de grootste. Halverwege de jaren 90 ruilden we onze volkshuisvestingstraditie definitief in voor 'de woningmarkt', met alle gevolgen van dien. Is een terugkeer naar de ouderwetse volkshuisvesting mogelijk?

'Ja, dat denk ik wel. Als je het wilt dromen, moet vanuit Den Haag meer regie komen op de ruimtelijke ordening. Daarbij moeten we op korte termijn vooral veel landbouwgrond – die raaigraswoestijn tegen steden aan – omzetten in een combinatie van wonen en natuur. Daarmee boek je op beide vlakken gigantisch veel vooruitgang.'

Bregman vertelt hoe hij onlangs uit de mond van hoogleraar Piet Eichholtz hoorde dat volgens de prognoses van nu het tekort op de woningmarkt de komende vijf jaar nog erger wordt. Vervolgens hebben we vijf jaar nodig om dat tekort in te lopen, waarna we over tien jaar weer op hetzelfde punt zitten als nu. 'Dat stemde me wel somber. En als het klopt heb je simpelweg zo'n mega-ingreep nodig om überhaupt de problemen op enigszins afzienbare termijn te kunnen verlichten.'

Voor Groningen ziet Bregman het minder somber in. 'Hier moeten we gewoon meters gaan maken. Dat gaat gebeuren, bijvoorbeeld op de Suikerzijde en in Stadshavens. We hebben het geluk dat hier redelijk veel grond beschikbaar is, die voor een groot deel ook in handen is van de gemeente. Geld is er in elk geval de eerste jaren ook voldoende, volgens mij. Dus het moet kunnen. Dat vind ik hoopvol.'

***

Chris Zwart schreef dit stuk in opdracht van Nijestee, ter gelegenheid van het boek dat Pieter Bregman bij zijn afscheid overhandigd kreeg. Daarin waren ook alle blogs verzameld die Bregman op de website van de corporatie schreef.