Kris Bulder: de rijke erfenis van een vergeten architect

20 april 2022 Leestijd: 18 minuten

Kris Bulder ontwierp in de jaren 50, 60 en 70 prachtige gebouwen. Een groot aantal staat er nog altijd goed bij, sommige zijn intussen monumenten. Toch doet de naam Bulder bij weinig mensen een belletje rinkelen. Wie was deze bijzondere architect? En waarom kent bijna niemand hem? Een verhaal over de onbekende Groninger tegenhanger van Gerrit Rietveld.

Kris Bulder (1980) // Privéarchief familie Bulder

‘EEN MAN MET EEN BAAN’

Dit verhaal begint in oktober 2020, als ik een e-mail van Kris Bulder junior krijg. Hij is samen met zijn zus Marjan de woning waarin ze opgroeiden aan het ontruimen. De bungalow aan de Hondsruglaan krijgt nieuwe eigenaars. Kris zoekt een plek voor het archief van zijn vader en zijn opa, die beiden architect waren.

Eerder dat jaar besluit Kris een Wikipedia-pagina aan te maken over zijn vader, die ook Kris heette. Tot dat moment is online bijna niets over hem te vinden, terwijl hij een behoorlijk portfolio aan mooie ontwerpen heeft nagelaten.

Direct na het aanmaken van de pagina duikt een team van Wikipedia-beheerders erop. Ze zijn er snel uit: Bulder is niet relevant genoeg voor een pagina op het platform. Hij is, zo verwoordt een beheerder het, niet meer dan 'een man met een baan'. De door Kris aangemaakte pagina wordt verwijderd en zijn vader verdwijnt weer in de anonimiteit.

Om recht te hebben op een plek op Wikipedia moet je kennelijk op z’n minst aan een banale tv-show meegedaan hebben of een broer hebben die populair is op YouTube. Als ik mijn verbazing opzij geschoven heb, rijst vooral een aantal vragen.

Wie was Kris Bulder? Waarom kent bijna niemand deze architect? En wat maakt zijn werk de moeite van het leren kennen waard? Dit is het verhaal van de onbekende Groninger tegenhanger van Gerrit Rietveld. Een architect zonder kapsones, maar met een rijke erfenis.

Eigen woonhuis, Hondsruglaan 16, Groningen (1960) // Foto’s: Huug Smit // Privéarchief familie Bulder

KUNSTWERKJES

Ik spreek met Kris en zijn zus Marjan af in de Hondsruglaan. Als je de straat inrijdt, zie je aan weerszijden grote villa’s en vrijstaande woningen. De bungalow op nummer 16 is een vreemde eend in de bijt. Bulder ontwerpt hem rond 1960, het gezin woont er tot moeder Jeannette in 2020 overlijdt. Het huis heeft een smalle voorgevel en is door de jaren heen omringd door struikgewas. Daardoor valt het niet op, voor je het weet ben je er voorbijgereden.

Pas als je even stil blijft staan, zie je dat dit een bijzondere woning is. Het platte dak lijkt er los op te liggen, dat effect creëerde Bulder met een rij blauwe tegeltjes onder de dakrand. Subtiele trucjes als deze haalde hij vaker uit.

Ik loop de oprit op en bel aan, de voordeur zit een beetje verstopt aan de zijkant van het huis. Ernaast steekt een nachtblauw bakstenen muurtje uit. Als ik door Kris binnengelaten word zie ik dat zijn vader de blauwe tegeltjes in de hal heeft laten doorlopen langs het plafond en langs een wand.

De massieve, antieke tekentafel staat nog in het voormalige atelier. De ruimte is licht, grote ramen lopen over de hele breedte. Het plafond van kurktegels ademt de sfeer van de jaren 60

Kris leidt me rechtsaf het voormalige atelier van zijn vader in. De massieve, antieke tekentafel waaraan ook zijn opa werkte, staat er nog. De ruimte is licht, grote ramen lopen over de hele breedte. Het plafond van kurktegels ademt de sfeer van de jaren 60.

Kris laat me mappen vol tekeningen en foto’s zien. Zijn vader was een functionalist, onderdeel van een generatie architecten die na de Tweede Wereldoorlog eigenzinnige, subtiele, strakke gebouwen ontwierp. Ik zie de woning waarin ik me nu bevind, maar dan met een andere voorkant.

Bulder werkte zijn ontwerpen heel nauwkeurig met potlood uit, tot in de kleinste details. Zijn tekeningen zijn soms bijna kunstzinnig. Tekenaar Jack Hendrikse vertaalde ze naar werkbare bouwtekeningen.

Behalve een uitstekend tekenaar was Bulder ook een echte bouwmeester, een rol die architecten tegenwoordig nauwelijks nog krijgen. 'Mijn vader was nauw betrokken bij de aanbesteding’, zegt Kris. ‘Hij zorgde dat er een goed bestek geschreven werd en onderhandelde namens de opdrachtgever met aannemers. Tijdens de bouw was hij zo'n beetje elke dag op de bouwplaats. En als hij zag dat een muurtje niet goed stond, duwde hij het gewoon om.’

Villa voor P. Hoeksema (ontwerp westgevel), Wilhelminalaan 4, Haren (1956) // Privéarchief familie Bulder

OP ZOEK NAAR EEN EIGEN STIJL

De ontwikkeling van Kris Bulder begint bij zijn vader. Henderikus Bernardus Bulder is in de jaren 30, 40 en 50 in Groningen een gerespecteerd architect. Hij werkt voor het bureau van Gerben Eelkema en ontwerpt hele straatwanden – zoals in de Van Royenlaan, Van Houtenlaan, Gratamastraat, Goeman Borgesiuslaan en aan de Hereweg – maar ook fraaie villa’s. Aan het Lage der A staat een tot rijksmonument benoemd appartementenblokje van zijn hand.

Als Eelkema in 1935 overlijdt, zet H.B. Bulder het bureau onder zijn eigen naam voort. Toch mist zijn werk een duidelijke stempel, is de overtuiging van zijn zoon Kris. Met dat in zijn achterhoofd gaat die laatste vanaf het begin van de jaren 50 nadrukkelijk op zoek naar een eigen, vernieuwende stijl.

Kris Bulder begint in 1952 aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Tijdens zijn studie werkt hij in de hoofdstad voor Marius Duintjer en Abraham Elzas, gerenommeerde architecten.

Via Elzas komt Bulder begin jaren 50 in contact met de Amerikaanse architect Marcel Breuer, die hij bewondert. Als hij kort daarna de mogelijkheid krijgt om in New York voor Breuer te komen werken, zet hij zijn zinnen op Amerika. Omdat zijn werkvergunning twee jaar op zich laat wachten, moet hij geduld hebben.

In 1954 wordt H.B. Bulder ziek, een jaar later overlijdt hij. Omdat het werk door moet gaan neemt Kris noodgedwongen en veel eerder dan gepland het bureau van zijn vader over. De overtocht naar Amerika maakt hij daardoor nooit. Hoewel dat een grote teleurstelling moet zijn geweest, laat hij dat richting zijn gezin nooit merken. 'Hij had zoiets van: het loopt zoals het loopt in het leven’, zegt Marjan.

Villa voor de familie Hooitus Meursing, Helper Esweg 11, Groningen (1957) // Foto: Huug Smit // Privéarchief familie Bulder

Villa voor de familie Meyer, Kamplaan 13, Groningen (1956, inmiddels deels verbouwd) // Foto: Huug Smit // Privéarchief familie Bulder

EIGENZINNIGE VILLA’S

In 1964 rondt Kris Bulder zijn studie af. Hij heeft dan al een aardig portfolio opgebouwd. In Groningen, maar ook daarbuiten, ontwerpt hij onder meer woonhuizen en industriële gebouwen. De bungalowvilla’s die hij in de late jaren 50 en in de jaren 60 maakt, met name in het zuiden van Groningen, zijn prachtige bouwwerken. Bulder combineert strakke, maar vloeiend opgezette plattegronden en gevels met fraaie, ingewikkelde details.
‘Je brengt mij in de war met je architectuur’, zegt zijn vader.

Een villa van Bulder herken je direct. Hij is plat en rechthoekig, passend bij het functionalisme van na de Tweede Wereldoorlog. Grote glaspuien zorgen voor licht en openheid. Soms zie je wat donkergroen of donkerrood, maar Bulders overtuiging is dat kleur pas werkt als je het zo minimaal mogelijk gebruikt. De gevels van zijn villa’s zijn herkenbaar aan het samenspel tussen horizontale en verticale lijnen.

Bulder ontwerpt niet alleen de buitenkant, maar ook de interieurs van zijn woningen. Dat doet hij heel nauwkeurig, geen element zit ergens zonder reden. Details zijn belangrijk, soms spendeert hij avonden aan de uitwerking van één specifiek element: een brievenbus, een kast, een schoorsteen of een slim weggestopte handgreep.

De vertrekken in zijn woningen laat Bulder met een weloverwogen materiaalkeuze in elkaar overlopen. Met zijn ontwerp probeert hij de ruimtebeleving van de bewoner te prikkelen. Niet alle opdrachtgevers zijn het direct met zijn keuzes eens, maar Bulder weet ze uiteindelijk bijna altijd te overtuigen.

Bulder ontwerpt ook de interieurs van zijn woningen. Soms spendeert hij avonden aan de uitwerking van één element: een brievenbus, een kast, een schoorsteen of een slim weggestopte handgreep

Naast woningen ontwerpt Bulder ook veel industriële gebouwen, waaronder de Machinefabriek Helpman en een aantal panden voor zetmeelfabrikant Avebe. In Leeuwarden ontwerpt hij in 1965 een confectiefabriek voor de firma Levie. De opdrachtgever wil een ‘mensvriendelijke’ fabriek, met productieruimten op de begane grond in plaats van op een verdieping. Een bungalowfabriek, eigenlijk – het inmiddels afgebrande gebouw krijgt dan ook dezelfde kenmerkende horizontale en verticale lijnen als Bulders villa’s.

In 1973 ontwerpt Bulder op Schiermonnikoog een beeldbepalende supermarkt, midden in het dorp. Op het eiland bouwt en verbouwt hij door de jaren heen een groot aantal woningen en  zomerhuisjes. Ook een zomerhuis van de familie, in 1951 een van zijn eerste ontwerpen, staat er.

Bulders werk uit de late jaren 50 en de jaren 60 heeft sterke overeenkomsten met dat van tijdgenoten uit het Westen, architecten mét Wikipedia-pagina’s of zelfs biografieën, zoals Herman Haan en Gerrit Rietveld. De ideale woning van deze drie ontwerpers heeft een vergelijkbare indeling en openheid. En net als Rietveld speelt Bulder graag met vormen en verhoudingen, waarbij wel altijd de gebruiker het uitgangspunt blijft. Maar in tegenstelling tot de andere twee nestelt Bulder zich niet in het collectieve architectuurgeheugen.

Villa voor de familie De Jong, Quintuslaan 16, Groningen (1965) // Foto’s: Huug Smit // Privéarchief familie Bulder

BETROKKEN EN EEN TIKJE REBELS

Opdrachtgever en ontwerp zijn voor Kris Bulder niet los van elkaar te zien, vooral als het om woonhuizen gaat. Ondanks de eigenzinnigheid van de architect zijn de villa’s die hij ontwerpt geen autonome kunstwerken, maar gebouwen bedoeld om op een fijne manier in te kunnen leven. Een goede verstandhouding met de toekomstige bewoner is voor Bulder een belangrijk onderdeel van het ontwerpproces.

Aan de Quintuslaan, die de Hondsruglaan kruist, ontwerpt Bulder kort na het afronden van zijn eigen woning een villa voor de familie De Jong, eigenaar van de firma Levie en jarenlang een vaste opdrachtgever. Het is voor Marjan en Kris een van de mooiste ontwerpen van hun vaders hand. Net als de bungalow aan de Hondsruglaan is de villa inmiddels een gemeentelijk monument: zowel het exterieur als het interieur zijn beschermd.

Bulder stort zich bij de villa aan de Quintuslaan, zoals hij meestal doet, met hart en ziel in het ontwerp. Maar hij vraagt ook van zijn opdrachtgevers de nodige toewijding. Regelmatig komen ze ’s avonds bij hem thuis om over het ontwerp te praten. Die manier van werken is voor de architect vanzelfsprekend.

Bulders vrouw Jeannette, de moeder van Kris en Marjan, raakt tijdens de gesprekken met opdrachtgevers ook betrokken bij de projecten. 'Ze zat er niet alleen voor de koffie bij’, zegt Kris. ‘Want een woning die gebouwd was, moest ook gevuld worden.’ Jeannette geeft advies over meubilair, badkamers, keukens en gordijnen. En ze had er kijk op, vertelt Marjan, die zelf interieurarchitect is. Een woning van Bulder wordt op die manier een teamprestatie.

Na uitvoerig met de opdrachtgever gesproken te hebben, maakt Bulder met pen of viltstift zijn eerste grove schetsen, die hij praatschetsen noemt. Het zijn probeersels, zegt hij later, ‘een soort dagdromen’. Van knipsels uit architectuurtijdschriften maakt hij vervolgens collages. Platte schetsen verbeeldt hij op een ruimtelijke manier voor zijn opdrachtgevers.

Bij het uitwerken van een ontwerp wil Bulder wel graag zo veel mogelijk de vrije hand. ‘Soms word ik dan wel eens rebels’, zegt hij in een speech in de jaren 80. ‘Dan doe ik gewoon waar ik zonder meer zin in heb en benader de opdracht alleen maar vanuit mijn eigen zienswijze. Probeer gewoon te zien hoe ver ik kan gaan. Een soort schokeffect teweeg brengen, dan ontdek ik ook meteen of iets wel of niet aanslaat.’

Ontwerp voor de starttoren van Vereniging Watersport De Twee Provinciën, Meerweg, Haren (1952) // Marjan Bulder restaureerde de toren in 2011 en bracht hem terug in originele staat // Privéarchief familie Bulder

BOETSEREN

Ondanks de luwte waarin het oeuvre van Bulder zich tegenwoordig bevindt, zijn er wel degelijk architecten die inspiratie uit zijn werk halen. Fokko van der Veen is er zo eentje. Hij leert Bulder kennen aan het begin van de jaren 90, als beiden in de provinciale welstandscommissie zitten.

‘Kris was een tikje stijfjes, formeel’, zegt Van der Veen als ik hem opzoek in zijn kantoor in het Zuiderpark. ‘Een heer. En iemand die geen woord te veel zei. Hij was bescheiden, trad niet op de voorgrond. Maar hij was een scherp observator en kon heel snel de vinger op de zere plek leggen.’

Bulders ontwerpen zijn op het oog sober en terughoudend. Maar wie goed kijkt, ziet altijd een paar bijzondere dingen. Typerend is volgens Van der Veen een vakantiehuis dat Bulder in 1973 op Schiermonnikoog ontwierp, zo’n beetje aan het eind van de periode waarin hij zijn mooiste werk maakte. Hij pakt zijn telefoon en zoekt naar foto’s die hij er ooit van maakte. De woning is van grijze betonsteen en heeft qua vorm wat weg van een tent.

‘Dit vind ik echt een zeldzaam mooi huis’, zegt Van der Veen. ‘Vooral door de robuustheid en de ontregeling die er plaatsvindt. Maar ook door de verhouding tussen de muren en het dak, en door de terughoudendheid waarmee hij de kozijnen vormgaf en zo de kracht van de compositie overeind hield.’

‘Bulder stopte liefde in zijn ontwerp. Een huis van hem is al een warme jas voordat je er ook maar één meubel in hebt gezet’

Hij wijst: ‘Kijk eens naar die haard, die als een blokje door de raamopening geschoven is. Uit de muur getrokken, als een plastiek. Maar ik denk dat de meeste toeristen uitgerekend dit het saaiste huis op het eiland vinden.’

Van der Veen beseft hoe gevaarlijk het is om het werk van een collega-architect te duiden zonder er afbreuk aan te doen. Toch kan hij uitleggen waarin het bijzondere van Bulders architectuur zit. ‘De functionalistische architectuur uit de jaren 50 heeft de negatieve connotatie dat het saai, doods en humorloos is. Maar Bulder mag dan functionalist geweest zijn, hij was wel een humaan functionalist.’

Humaan functionalist. Ik vraag Van der Veen of het een bestaande term is, maar hij blijkt hem zelf bedacht te hebben. ‘Kris had veel aandacht voor de mensen die in zijn huizen gingen wonen. En hij stopte liefde in zijn ontwerp. Als je in een door Kris ontworpen huis komt, zie je dat het… vriendelijk is. Dat klinkt een beetje suf, maar een huis van Bulder is al een warme jas voordat je er ook maar één meubel in hebt gezet.’

Het onderscheidende in het werk van Bulder zit volgens Van der Veen in de details: ‘Als je een huis functioneel ontworpen hebt, zou je het in principe gewoon glad kunnen trekken. Maar Bulder isoleerde bepaalde elementen in zijn plattegrond en articuleerde die vervolgens. Eigenlijk was hij aan het boetseren.’

Hij denkt even na. ‘Het heeft te maken met een ander niveau van aandacht en compositie. Als je eenmaal op het werk van Kris gewezen bent, ga je het zien.’

Sociale woningbouw voor Woningstichting Volksbelang, Barentszstraat, Hoogezand (1956) // Fotograaf onbekend // Privéarchief familie Bulder

Confectiefabriek Levie, Leeuwarden, (1965, inmiddels afgebrand) // Foto: Huug Smit // Privéarchief familie Bulder

VAKMANSCHAP BOVEN ROEM

Een paar weken na het eerste gesprek met Kris en Marjan ga ik opnieuw naar de Hondsruglaan. Over een paar dagen moet de woning leeg zijn, de nieuwe eigenaars trekken er op korte termijn in. Ze nemen een paar door Bulder speciaal voor dit huis gekochte meubelstukken over, de rest is inmiddels door Kris en Marjan weggehaald.

Het vuur in de open haard knettert, het is aangenaam warm. De schouw met open stookplaats is een opvallend element. Er zitten Delfts blauwe tegeltjes op, een eigenwijze keuze van de architect. En hoewel het huis grotendeels leeg is, voelt de ruimte allesbehalve kil of kaal. De wanden, vloeren, plafonds, vensterbanken en ingebouwde kasten hebben van zichzelf genoeg karakter.

Ik vraag Kris en Marjan wat voor man hun vader was. Eigenzinnige ontwerpers willen op sociaal vlak nog weleens wat minder uit de verf komen. Dat blijkt bij Bulder niet het geval te zijn geweest. 'Het was een schat’, zegt Marjan. ‘Ontzettend lief en totaal niet autoritair.’

‘Mijn vader hield van zijn werk, maar liep er niet mee te koop. Op bouwplaatsen hing hij niet eens een bord op. Dat interesseerde hem helemaal niet’

Bulder was ook in zijn vak bescheiden, en geen haantje de voorste. Het is een aannemelijke verklaring voor het feit dat weinig mensen zijn naam kennen. Dat hij daarnaast niet erg zakelijk ingesteld was, zet op dat gebied ook al geen zoden aan de dijk. 'Hij hield van zijn werk, maar liep er niet mee te koop’, zegt Marjan. 'Op bouwplaatsen hing hij niet eens een bord op. Dat interesseerde hem helemaal niet.’

Bulder had niet de ambitie om een groot, commercieel bureau te hebben, weet zijn zoon. ‘Het vakmanschap, de ambacht en het perfectioneren van een ontwerp vond hij belangrijker. Mijn moeder kwam uit een ondernemersgezin, zij zat hem weleens achter de broek. Dat het misschien wat sneller moest, of dat hij een beetje moest toegeven. Maar hij was onvermurwbaar.'

In een beschrijving die de gemeente Groningen van de villa aan de Hondsruglaan maakte, staat: 'Architect heeft waarschijnlijk nog twee villa's in het Villapark gebouwd.' Kris en Marjan beginnen te lachen, ze weten dat het er meer zijn. Kris: ‘Het zijn er meer dan tien – alleen al hier in de buurt. Je kunt zo een excursie houden.’

Detail, villa voor de familie Harkema, Heide- en Watersteeg 1, Haren (1955) // Foto: Huug Smit // Privéarchief familie Bulder 

Tankstation voor Purfina, Rijksstraatweg, Haren (1972, inmiddels uitgebreid) // Foto: Huug Smit // Privéarchief familie Bulder

EEN ERFENIS DIE DE MOEITE VAN HET BEKIJKEN WAARD IS

De ziekte van Parkinson dwingt Kris Bulder in 1992 te stoppen met werken. Hij overlijdt in december 2004 op 83-jarige leeftijd. In een periode van bijna veertig jaar ontwierp hij een groot aantal villa’s, wooncomplexen, vakantiehuizen, fabrieken, tankstations en meer. De nadruk lag op Groningen en omgeving, en op Schiermonnikoog, maar zijn werk is ook terug te vinden op andere plekken in Nederland.

De mensen om hem heen omschrijven Bulder als een actieve, gedreven en integere man. Hij hield van zeilen, was zweefvliegtechnicus en -instructeur en werd verschillende keren Nederlands kampioen hoogspringen. Maar bovenal was hij architect.

Het feit dat Bulder bescheiden was en niet de ambitie had om beroemd te worden, betekent niet dat zijn werk het niet verdient om herinnerd en gewaardeerd te worden. Zijn nalatenschap is waardevol en onderscheidend, zowel in en om de stad Groningen als op andere plekken. In zijn werkwijze en in de manier waarop hij met opdrachtgevers omging liet hij bovendien zien dat een architect meer dan alleen een tekenaar is.

Ondanks zijn relatieve onbekendheid inspireerde Kris Bulder wel degelijk latere generaties architecten – niet alleen Fokko van der Veen. Jurjen van der Meer, medeoprichter van architectenbureau De Zwarte Hond, vertelt in het boek Van Opduin tot Dockboot hoe zijn vader als aannemer met Bulder samenwerkte op Schiermonnikoog. De jonge Jurjen was onder de indruk van de architect. Hij leerde van hem over het verhaal achter het ontwerp, over de waarde van details en materialen, over de oriëntatie van gebouwen en over de verbinding met de omgeving. Zo moeten er meer architecten zijn die voortborduren op het werk of de werkwijze van Bulder.

Het alsnog veroveren van een prominente plek in de canon van de architectuurgeschiedenis is voor Kris Bulder misschien niet realistisch. Het zou hem waarschijnlijk ook niet eens interesseren. Maar wie in Groningen woont en ook maar een beetje belangstelling heeft voor de gebouwde omgeving, zou zijn werk moeten zien.

Fiets een keer naar het zuiden van de stad en vanuit daar door naar Haren, en maak een kleine tour langs de gebouwen die Bulder ontwierp. Dan pak je direct die van zijn vader mee, dat kan niet missen. En als je op Schiermonnikoog bent, kijk dan vooral ook even goed om je heen. Kris Bulder heeft, in navolging van zijn vader, een erfenis nagelaten die de moeite van het benoemen en bekijken waard is – daar doet Wikipedia niets aan af.

***

Vanessa Croonen schreef in 2002 haar afstudeerscriptie over de villa’s van Kris Bulder. Ze sprak daarvoor uitgebreid met de architect. Bulder zelf kwam nog maar moeilijk uit zijn woorden, zijn vrouw Jeannette trad op als vertaler. Vanessa weet nog hoe gastvrij de familie was en hoe belangrijk Bulder het vond om haar op bepaalde details in tekeningen te wijzen. Haar scriptie is een waardevolle bron geweest voor dit verhaal.

In het boek Villa’s en buitenhuizen (1965) van Jan Henselmans staat een uitgebreide beschrijving van de villa aan de Hondsruglaan 16.

Tekeningen van Kris Bulder en zijn vader, H.B. Bulder, zijn te vinden in de Groninger Archieven.

Kris en Marjan Bulder hebben een klein archief met foto’s, schetsen en kopieën van bestektekeningen in privébezit.