1 december 2021 Leestijd: 5 minuten

Elkaar fysiek ontmoeten staat (alweer) op een laag pitje. En dat terwijl in de alledaagse sociale interactie veel waarde zit, juist ook in onverwachte ontmoetingen. Maartje ter Veen heeft een manier gevonden om stadgenoten die elkaar niet kennen met elkaar in contact te brengen – en zo het leven voor Groningers weer een klein beetje leuker te maken.

Schouderklopje

We staan in de douchedamp, met onze kleine grote jongens in de kleedkamer. Voetbal is weer gelukt vandaag. Nu alleen de feestende, natte lijven nog in de kleren krijgen. Dan is het weekend weer echt begonnen.

Heel kort legt een voetbalvader zijn hand op mijn schouder. Als groet: ‘Fijn weekend, allemaal.’ Het doet me meer dan ik toe wil geven. Daar, in dat moment, realiseer ik me weer hoe fijn het is om onder de mensen te zijn. Het samenzijn waarin een klein gebaar zoveel kan doen. Want we kunnen allemaal weleens een schouderklopje gebruiken – sociale dieren die we zijn.

Streep erdoor

Mijn mailbox druppelt vol met afzeggingen en het gedruppel wordt een stroom. Kerstborrel zus en bijeenkomst zo, event dit en samenzijn dat… ze gaan niet door, dit jaar. We verplaatsen alles naar 2022. Het zal een druk jaar worden.

En natuurlijk is het nodig, we trappen even keihard op de rem. Daar is nu niets aan te doen.

Toch is het schokkend om te zien hoe we blijkbaar zijn gaan denken dat we een streep kunnen zetten door een onderdeel van ons leven. En dat vervolgens gewoon kunnen doorschuiven naar volgend jaar. Zien we elkaar dan wel weer.

Minder tijd besteden aan elkaar, het komt in december best lekker uit. Deze maand is ieder jaar weer veel te kort. Het geeft ons – voor zover we kenniswerkers zijn met werk – de tijd om rustig door te gaan, alles af maken en met een goed gevoel een punt te zetten achter 2021.

De vraag is alleen: hebben we door wat we wegstrepen, en hoeveel precies? Want het gaat niet alleen om bijeenkomsten. Aangeraden wordt op alle fronten te streven naar zo min mogelijk contact. Contactloos samenleven, het is een logisch gevolg van de situatie waarin we ons bevinden.

Niet alleen door de coronamaatregelen verliezen we een groot deel van de alledaagse sociale interactie, de digitalisering helpt ook een handje mee. De ontmenselijking van de openbare ruimte, noemt René Koekkoek die trend. Het levert ons ook minder sociale oefening op, met als groot risico dat we ‘het samenleven verleren’.

Zou het misschien kunnen dat we dingen wegstrepen die minder goed te vervangen of te benoemen zijn? Dat we ongemerkt meer wegstrepen dan ons lief is? Het onverwachte contact, een verrassend gebaar van een onbekende stadgenoot of verre vriend – we wissen het uit ons leven.

Ik rijd door mijn nieuwe wijk en ik voel: dit wordt een mooie dag. Handen van het stuur, armen wijd, de wereld aan mijn voeten. Aan de overzijde rijdt een jongen, half zo oud als ik. Hij kijkt mij aan, laat zijn stuur los, spiegelt mijn gedrag. We wisselen een twinkeling, de dag is wonderschoon begonnen.

Foto: Janna Bathoorn

De waarde van het onverwachte

In een stad die genereus wil zijn is ruimte voor onverwachte ontmoetingen essentieel. Het zijn de momenten waarop je uit jouw dagelijkse bubbel stapt. Je wordt even geconfronteerd met het verrassende inzicht van een ander. Een gezamenlijk ervaren, grappige situatie levert een kort, samenzweerderig moment op met iemand die je helemaal niet kent. Een vreemde steekt je na een struikeling de helpende hand toe. De vrolijke groet van een buurtgenoot verlicht je ochtend.

Er zit zoveel waarde in de alledaagse sociale interactie op straat, en in het onverwachte element ervan. Daarin schuilen de kwinkslagen van de stad –  niet altijd grappig, wel altijd verrassend. In de oorspronkelijke betekenis van het woord past het precies: kwink komt van ‘quincken’ en dat betekent ‘zich snel bewegen’. De letterlijke vertaling is daarom: ‘een vlugge, verrassende slag of zet’.

Het is de onverwachte wending, de korte aanraking met het leven van een ander. Het moment waarop we heel even meer zijn dan figuranten in elkaars leven. Het maakt de publieke ruimte spannend en rijk.

Leegte vullen

Noodgedwongen moeten we een heleboel laten, maar het leven laat zich niet stilzetten. Een wijze vriendin zei het onlangs zo mooi: ‘Als dingen niet doorgaan, vult de tijd zich als vanzelf met andere zaken.’ Het is een glasheldere waarheid. De tijd vult zich met de dingen die we laten gebeuren. Alles waar wij ruimte voor maken. Dus als je iets wegstreept maak je ruimte voor iets nieuws.

Wat willen we in die vrijgemaakte tijd laten ontstaan?

Ik stel voor dat we die lege ruimte tóch vullen met onverwachte ontmoetingen. Dat we kwinkslagen laten ontstaan tussen Stadjers die elkaar helemaal niet kennen. Om zo de bruisende en avontuurlijke kant van de openbare ruimte in onze diverse stad wakker te houden. Juist in deze tijd.

Zo’n oproep vraagt midden in een pandemie natuurlijk om een slimme oplossing. Want met elkaar afspreken kan in ieder geval niet.

Deel daarom een droom, een wens, een gebbetje of een schouderklopje voor een voor jou onbekende stadsgenoot met ons. Dan regelen wij de rest. Toegeven dat je zelf ook wel wat kwinkslag kunt gebruiken is niet nodig, want als je meedoet laten we die ontstaan.

Zo bouwen we samen, ook al kan er even een heleboel niet, lekker toch aan een fijne, sociale en genereuzere stad.

***

Doe je mee? Meld je hier aan!

Meedoen kan de hele maand december. Ben je een Oosterparker? Dan heb je geluk: jij kunt ervoor kiezen om met een onbekende wijkgenoot mee te doen.