Monumentjes van het Alledaagse

7 oktober 2021 Leestijd: 3 minuten

Tijdens Open Monumentendag leidde Bram Esser een groep mensen rond. Geheel volgens zijn karakter sloeg hij daarbij de 'echte' monumenten over en richtte hij zich op een ander soort gedenktekens: monumentjes van het alledaagse.

Open Monumentendag is een soort buitencategorie van Funda. Net als bij het echte Funda kun je tijdens Open Monumentendag huizen bekijken waar je nooit in zult wonen. Het thema was dit jaar ‘Iedereen welkom’, de dag draaide om het ontmoeten van de ander.

Ik was gevraagd om een rondleiding te verzorgen tijdens deze dag. Dat leek me een misverstand: ik ben ontdekkingsreiziger van het alledaagse en geen historicus. Toch heb ik ja gezegd, want er kunnen mooie dingen voortkomen uit een misverstand.

Ik besloot mijn wandeling in te zetten om aandacht te besteden aan een ander soort monumentjes die doorgaans niet aan bod komen. Kleine alledaagse monumentjes die van ons zijn, die onze maat hebben en die we zelf kunnen benoemen.

We begonnen bij het Sterrebospaviljoen naast het DUO-gebouw. Daar keken we naar een Melkweg van kauwgom op het asfalt, vlak voordat het fietspad omlaag ging naar de weg beneden. Een merkwaardig fenomeen dat me niet losliet toen ik het voor het eerst zag.

Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat die kauwgom daar ligt omdat de fietser zich schrap zet voor de afdaling. Net als schapen die hun keutels laten vallen op het moment dat ze wegrennen voor mogelijk gevaar, spuugt de fietser hier zijn symbolische kauwkeuteltje uit voordat hij aan de afdaling begint om zich beneden bij het verkeer te voegen.

Die Melkweg van kauwgom verklaarde ik tot het eerste monumentje van het alledaagse.

Vervolgens heb ik mensen de opdracht gegeven om bloemen te verzamelen voor het volgende monument waar we langskwamen. Mijn groepje dacht dat we die bloemen bij een monument zouden neerleggen, maar ze waren zelf het monument. Bij de Van Mesdagkliniek stonden we stil bij al die honderden zielen die achter de hoge muren verblijven. Het ontmoeten van deze mensen was niet mogelijk. In een poging toch contact te maken, heb ik de bloemen van mijn wandelclubje over de muur gegooid. Een vluchtig monument dat alleen in de gedachten van de aanwezigen bestaat.

Met een thema als ‘Iedereen welkom’ moest ik mensen natuurlijk wel uitnodigen in mijn eigen huis, waar we toevallig langskwamen. Het bevindt zich in de voormalige technische school aan de Van Schendelstraat. Een prachtig voorbeeld van modernistisch bouwen. Het is goed dat het gebouw tot monument is verklaard, al was het maar omdat Jo Vegter de dubieuze status geniet de meest gesloopte architect van Nederland te zijn.

Tijdens de wandeling hebben we zoveel mogelijk mensen ontmoet en aangesproken. We zijn bij het woonwagenkamp geweest en spraken de bewoners van het Finse schooltje.

We kwamen ook mijn bijna blinde buurvrouw tegen. Zij woont in de portiekwoning naast het schoolgebouw van Vegter. Ze woont hier al zo lang dat ze blindelings haar weg kent en haar rondje kan blijven doen.

Mijn buurvrouw vertelde mijn groepje over haar ouders die in de jaren 30 nog in een plaggenhut in Harkema woonden. Ze gingen te voet naar Buitenpost om daar te trouwen en ondertussen werd door de dorpsbewoners het huis, of de spitkeet, zoals dat ook wel heet, in gereedheid gebracht. Het kostte tien gulden om te bouwen. De volgende dag zaten er honderden padden op de vloer omdat alles nog zeer vochtig was en tijd nodig had om in te drogen. Dat is nog eens wakker worden uit je huwelijksnacht.

De padden werden door de groep spontaan tot een monumentje van het alledaagse benoemd.

Monumenten zijn belangrijk. Ze worden onttrokken uit het alledaagse en daarmee gered. Tegelijkertijd is het ook goed regelmatig stil te staan bij onze alledaagse werkelijkheid en ook daar monumentjes in te herkennen. Monumentjes van ontmoetingen en verhalen van mensen over de betekenis van het wonen in een stad. Want uiteindelijk draait een stad niet om die grote monumentale panden, maar juist om wat daartussen gebeurt.

***