Nieuwe treurnis in Ten Post: hoe de versterkingsopgave een dorp ruïneert

26 maart 2021 Leestijd: 13 minuten

In veel Groninger dorpen gaat het de laatste decennia hard achteruit met de kwaliteit van de woningbouw. Die trend is nog niet ten einde, het lijkt zelfs alsmaar erger te worden. Het dorp Ten Post is exemplarisch, Peter Michiel Schaap en Peter de Kan gingen er kijken.

Dorpsvernieuwingsplan voor de bühne?

Ten Post moet het eerste energieneutrale dorp van Nederland worden, ‘het Disney van de energiewereld’ – wat dat ook moge betekenen. Een mooie ambitie. Eindelijk weer wat positieve energie voor dit door de versterkingsopgave geknakte dorp.

Aannemer Van Wijnen wil de kar met liefde trekken. Het masterplan ligt klaar. “Morgen kunnen we beginnen”, stelt Victorine de Graaf van Van Wijnen begin februari in de Eemsbode. Alleen de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) moet nog even groen licht geven.

Maar wacht… Op Ten Post werd toch al volop gestudeerd? Samen met de bewoners was toch gewerkt aan een dorpsvernieuwingsplan? Ik zag al eens een concept voorbijkomen. Een mooi verhaal, door een planeconoom doorgerekend, met oog voor de bijzondere cultuurhistorie van het dorp en met liefde en aandacht gemaakt. Het resultaat van een goede dialoog, van vakmanschap en ontwerpkracht.

Een dikke pluim voor de inmiddels voormalige gemeente Ten Boer die in 2018 besloot om het zo aan te pakken. En natuurlijk een minstens zo dikke pluim voor de leden van het team. Zo doen we dat in de versterking!

Hoe verhoudt dit plan zich met Van Wijnens masterplan en de Disney-energieambitie? Is het dorpsvernieuwingsplan ineens uit beeld? Deden we dat alleen even voor de bühne?

Staat het ontwerp weer aan de zijlijn? En hoe staat het er eigenlijk voor met de vernieuwing en versterking van Ten Post? De hoogste tijd om polshoogte te gaan nemen.

Op weg naar Ten Post: woningen met op de achtergrond de kloosterkerk in Ten Boer // Foto: Peter de Kan

Spreadsheetarchitectuur

Ik besloot niet alleen te gaan, maar Peter de Kan mee te nemen. Die maakt niet alleen betere foto’s, maar heeft ook een scherp, kritisch oog en een voorliefde voor vroege wederopbouwarchitectuur. Precies de bouw die we op onze bestemming, de Nije Buurt in Ten Post, nog hopen aan te treffen.

Op de fiets volgen we de Stadsweg naar Ten Boer. Daar staan we even stil bij de markante dertiende-eeuwse kloosterkerk. Er direct voor staan al jaren twee armoedige woningblokjes. Ze zijn met elkaar verbonden door een wonderlijk afdakje dat de suggestie van een poort oproept.

Ooit heeft iemand bedacht dat dit een goed idee was. Het zal ergens eind jaren 80 geweest zijn. En ooit heeft iemand er goedkeuring aan gegeven: ja, dit gaan we doen!

Twee emoties vechten om voorrang. Tranen in de ogen van ellende of huilen van het lachen. Het blijkt achteraf een voorbode te zijn van wat ons in Ten Post te wachten staat.

OP DEZE MANIER HEBBEN WE DE AARDBEVINGEN NIET MEER NODIG OM DE WAARDEN VAN ONS GRONINGER LAND OM ZEEP TE HELPEN

De resultaten van de versterking in Ten Post zag ik al eens voorbijkomen. In de media werd alweer een tijdje terug de oplevering van de eerste woningen aan de Johan Rengersstraat gevierd, ontworpen door Van Manen en Zwart architecten uit Drachten.

Ik schrok me wezenloos van de foto’s die ik in de krant en op sociale media zag. Huisjes ontdaan van alles wat een woning karakter geeft. Armoedig materiaalgebruik, verkeerde verhoudingen en een raar, goedkoop, wit steentje dat ineens opduikt in de gevel – een mislukte knipoog naar de witte kadrering rond de entrees van de oudbouw. Dit had niets, maar dan ook niets met kwaliteit te maken, laat staan met architectuur.

Het is helaas het soort bouw dat de versterkingsopgave domineert. Overal zie je het terug, ook buiten het bevingsgebied trouwens. Noem het spreadsheetarchitectuur of aannemersarchitectuur, louter doorgerekend op kosten, niet op waarde. Eigenlijk is het de term architectuur niet eens waard. Dit is wat je krijgt wanneer het proces de overhand neemt, de architect (als die al aan tafel zit) is gedegradeerd tot gevelkunstenaar en het bouwen geen onderdeel meer is van onze cultuur.

Van deze constatering word niet alleen ik treurig, op termijn raakt het iedereen. Waarom? Omdat het in niets bijdraagt aan de kwaliteit van onze leefomgeving. En dat is een schande, voor de bewoners, de mooie dorpen, het Groninger landschap en de eeuwenoude waarden die daarin besloten liggen. Op deze manier hebben we de aardbevingen niet meer nodig om de waarden van ons Groninger land om zeep te helpen.

Woningen aan de Johan Rengersstraat in Ten Post // Foto: Peter de Kan

Mussenbuurtje

Aangekomen in de Nije Buurt horen we mussen. Het zijn er veel. Volgens Peter, naast fotograaf ook bioloog, komt het omdat de bewoners hier nog hun tafellakens uitkloppen. De meeste mensen eten tegenwoordig hun lunch en ontbijt anders, daarom heeft de mus het zo moeilijk in de stad. Of dat de hele waarheid is, doet er niet toe.

Behalve met tafellakens heeft de uitbundige aanwezigheid van mussen natuurlijk ook met de huizen te maken. Hier in de Nije Buurt zijn ze (voorlopig) nog uit de tijd waarin een huis drie dimensies had. Dat geeft de mussen scharrelzones. En ze nestelen vast nog onder de pannen.

Nu is de Nije Buurt op veel plekken nog een heerlijk mussenbuurtje. Keurige tuintjes, veel groen, kleine huisjes in rijtjes met hier en daar een vrijstaande woning. Her en der wat rommelig, maar nooit storend. Ik kan me voorstellen dat mensen hier met plezier wonen en gehecht zijn aan de plek. Geen architectuur om van achterover te slaan, maar wel met liefde ontworpen. Tenminste, daar waar het de bouw uit de vroege jaren 50 en 60 betreft.

HOE HET BLOKJE SENIORENWONINGEN AAN DE TAMMINGASTRAAT DE WELSTAND HEEFT KUNNEN PASSEREN IS EEN GROOT RAADSEL

Het contrast met de recente nieuwbouw is groot; het resultaat van de versterkingsopgave. De architectonische armoede aan de Johan Rengersstraat benoemde ik al. Je zou denken dat het niet erger kan, maar niets is minder waar.

Aan de Tammingastraat stuiten we op een recent opgeleverd blokje seniorenwoningen, een ‘ontwerp’ dat ik ook al eens in Baflo aantrof, opnieuw van Van Manen en Zwart. Eenlaags en opgeleukt met wat planken. Het doet alsof het wat is, met rechtop gemetselde stenen.

Iedere poging om het spanningsveld tussen de versterkingsoperatie, de gewenste woningtypologie en het gebruikte bouwsysteem aan te wenden om de opgave beter te maken, ontbreekt. Ook het oude straatprofiel is door de beperkte hoogte volledig om zeep geholpen. Verhoudingen kloppen niet meer. Hoe dit de welstand en alle andere loketten heeft kunnen passeren is mij een groot raadsel.

Business case

Verantwoordelijk voor de seniorenwoningen en de nieuwbouw aan de Johan Rengersstraat is Wierden en Borgen, een woningcorporatie met een kleine 7000 sociale huurwoningen in de gemeenten Het Hogeland, Loppersum, Groningen en Westerkwartier. Afgaand op de nieuwbouw elders wist ik al dat architectuur en ruimtelijke kwaliteit niet prominent in hun agenda staan. Best vreemd voor een corporatie die zich heeft vernoemd naar misschien wel de twee grootste waarden van het Groninger land: de wierde en de borg.

De ervaring leert dat dit soort opdrachtgevers zich vaak verschuilt achter een ‘business case’. Architectuur? Daarmee zou het allemaal te duur worden. Het is een veelgehoord maar slecht onderbouwd argument. Alsof er met de gehanteerde budgetten niet meer gedaan kan worden. Is ons voorstellingsvermogen zo beperkt dat we niet verder komen dan dit? Dat weiger ik te geloven.

Seniorenwoningen aan de Tammingastraat in Ten Post // Foto: Peter de Kan

Kwaliteit is niet duurder. Het begint met liefde en aandacht, met cultureel besef en de keus voor de juiste ontwerper en bouwer. Het begint met gevoel voor de context, met plezier, bevlogenheid en ambitie. Het begint met de wil iets moois te willen maken, iets met een duurzame waarde die verder gaat dan louter isolatiewaarde.

Als je ‘zeurt over kwaliteit’ krijg je vaak de reactie: “Maar de bewoners zijn toch tevreden?”. Ja, natuurlijk zijn er tevreden bewoners te vinden, zeker hier. Als je jaren moet wachten op een nieuw huis, als je jaren aaneen met angst door het leven gaat vanwege de aardbevingen – natuurlijk ben je dan blij met een nieuw huis. Dan maak je je als bewoner niet meer druk over andere waarden dan je eigen veiligheid. En terecht. Alleen al om van het gedonder af te zijn.

Koester je waarden

Het schrijnende is dat in Ten Post het goede voorbeeld al aanwezig was. Wierden en Borgen hoefde alleen maar even naar het eigen bezit te kijken: de bestaande vroeg-naoorlogse bebouwing van de Nije Buurt. Woningen die stammen uit een tijd waarin de middelen ook beperkt waren en alles snel moest. De woningnood was hoog.

Maar: bouwen was destijds nog een culturele daad. Daarom zien die huisjes er – hoewel buitengewoon simpel – een stuk beter uit. Ze hebben karakter. Net even een ander metselverband en een mooie steen. Spelen met verhoudingen. Net even dat overstek. Aandacht. Liefde. Zaken die totaal afwezig zijn in de nieuwbouw.

Hoe mooi was het geweest als die waarden vertaald waren in de nieuwbouw? Het is een gemiste kans, waarbij de bal voor het intikken lag.

Van betrokkenen bij het dorpsvernieuwingsplan begrijp ik dat de nieuwbouw aan de Johan Rengersstraat en de Tammingastraat al te ver in het proces was. Er invloed op uitoefenen was niet meer mogelijk. Iets waar veel betrokkenen trouwens enorm van balen.

Niet gek ook dat ze balen. Het is immers best idioot dat je niks meer kunt doen wanneer je merkt dat een bouwplan ronduit slecht is. Vroeger paste men dan gewoon het proces aan. Want wat is nou belangrijker? Dat proces en de spreadsheets of het feit dat we nu jaren moeten aankijken tegen slecht ontworpen woningen zonder waarde?

Ik krijg ook te horen dat er met het dorpsvernieuwingsplan eigenlijk niet zo veel meer gebeurt. En van de panden die als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt werden, is het nog maar de vraag of ze blijven staan.

DE RECENT OPGELEVERDE NIEUWBOUW VAN WIERDEN EN BORGEN IS DE ZURE KERS OP DE INMIDDELS BEDORVEN WONINGBOUWTAART

De sloopvergunning voor de rest van de Johan Rengersstraat ligt al klaar. Ook in de andere straten is de kans groot dat de boel verdwijnt. Ik hou m’n hart vast voor wat ervoor terug gaat komen. Helemaal omdat woningen uit deze periode, de vroege jaren 50 en 60, steeds zeldzamer beginnen te worden. Ze verdienen het om gekoesterd te worden.

Eigenlijk zou elke gemeente en elke corporatie een cluster woningen uit de vroeg-naoorlogse periode moeten omarmen: van de resultaten van het in 1950 door een aantal Groninger burgemeesters geïnitieerde 1000 Woningenplan tot de Normaalwoningen, een naoorlogs initiatief van het Rijk. Wat een tijd was dat. Toen bekommerde de overheid zich nog over kwaliteit, zagen burgemeesters de waarde en pakte men regie.

Ik zou er haast nostalgisch van worden.

Zijn alle scenario’s wel bekeken?

Waarom gebeurt het tegenwoordig niet meer op de manier waarop het vroeger gebeurde? Waarom is het dorpsvernieuwingsplan niet meer in beeld? Waarom zit hier niemand bovenop? Wat doet de provincie als bewaker van ruimtelijke kwaliteit? Wat doet NCG? Hoe komt het dat de gemeente met al haar goede ambities op het vlak van architectuur en kwaliteit er nog niet doorheen komt? Of ben ik nu ongeduldig en heeft dit tijd nodig?

Ik vraag me verder af of de cultuurhistorische waarde daadwerkelijk meegenomen is, of dat de conclusie er op voorhand al was: technisch afgeschreven. Is er echt nagedacht over een andere omgang met de als waardevol bestempelde naoorlogse woningen? En als er al wordt besloten tot sloop, dan zijn er toch genoeg voorbeelden van hoe je met zorg en aandacht op een kwalitatief hoogwaardige manier nieuwbouw kunt plegen, voor dezelfde ‘beperkte’ budgetten? Zijn echt alle scenario’s bekeken? 

Waarom verkoopt Wierden en Borgen bijvoorbeeld niet een deel van de woningen als klushuis? Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Verkoop ze voor een symbolisch bedrag (de boekwaarde is vast niet zo hoog, en zo ja, dan is dat kunstmatig), zet er een investeringsverplichting op en sta de kopers bij in het toekomstbestendig maken van hun huis.

Zo’n aanpak sluit ook nog eens prachtig aan op de ambities van de gemeente om te werken aan gemengde wijken en dorpen. Doe dat met een onafhankelijk team vol kennis op het vlak van bouw en ontwerp. Mensen die de nieuwe bewoners met raad en daad bijstaan. Van Wijnen, aan wiens goede intenties ik niet twijfel, doet vast mee. En ik ken ook wel wat goede en bevlogen architecten die direct ‘ja’ zeggen op zo’n vraag. Puur omdat ze van Groningen houden.

Vroeg-naoorlogse woningen in Ten Post: eenvoudig, maar met karakter // Foto: Peter de Kan

Maak van woningbouw weer een culturele daad

Voor alle duidelijkheid: het gaat mij niet om behoudzucht. Als echt blijkt dat alle woningen afgeschreven zijn, als alle scenario’s zijn onderzocht, dan zit er niks anders op en is sloop-nieuwbouw de enige optie.

Daar komt bij dat voor een deel van de bebouwing het cultuurhistorische argument een stuk minder opgaat. Want zeker niet de hele Nije Buurt heeft dezelfde kwaliteit. Slopen is daar sowieso een optie. Het kan er op die plekken alleen maar beter op worden, mits we ambitie tonen.

De Nije Buurt is een staalkaart van hoe de Nederlandse woningbouw in de afgelopen pakweg zeventig jaar is afgevlakt tot een puur economisch product. De woningen uit de jaren 50 en vroege jaren 60 hebben nog detail en karakter. Het materiaalgebruik is hoogwaardig. Daarna wordt het steeds vlakker en platter: van de typische jaren-70-rijwoningen tot de armoede van de jaren 80 en 90.

En, oh ironie, de zure kers op de inmiddels bedorven woningbouwtaart betreft de recent opgeleverde nieuwbouw van Wierden en Borgen. Historisch heel consequent, maar desalniettemin doffe ellende.

Hierbij wil ik een oproep doen aan alle betrokkenen: als je al besluit tot sloop, zorg dan dat er waarde terugkomtmeer waarde. En doe dat alsjeblieft op een andere manier dan tot op heden gebeurt. Deze nieuwbouw voegt namelijk geen enkele waarde toe. Sterker nog, het doet afbreuk aan de buurt en aan het dorp. Hoe goed de woningen ook geïsoleerd zijn en hoezeer ze ook een beving kunnen doorstaan.

En nee, dit geldt niet alleen voor Ten Post, maar voor al die andere dorpen en gemeenten in het bevingsgebied. Overal waar de versterkingsopgave speelt. Deze opgave is geen louter technische exercitie, dit is een integrale ontwerpopgave. Maak woningbouw weer tot een culturele daad.

Dus kom op Wierden en Borgen, kom op (inmiddels) gemeente Groningen, kom op betrokken architecten, kom op NCG en kom op Van Wijnen en andere aannemers die iets willen: leg de lat op hoogte, laat verdorie eens zien dat het anders kan en sla de handen ineen. En vooral: geef Ten Post, haar bewoners en al die andere dorpen wat ze verdienen: een prachtige, duurzame en veilige leefomgeving met karakter en kwaliteit, waarvan we over pakweg dertig jaar zeggen: ja, dit was een goed idee.

***