Op zoek naar een nieuwe stadsbouwmeester // Deel 4: Rob Hendriks

23 september 2020 Door Leestijd: 11 minuten

Groningen krijgt in 2021 een nieuwe stadsbouwmeester. Wie moet de opvolger van Jeroen de Willigen worden? En wat worden zijn of haar belangrijkste opgaven? GRAS vraagt het verschillende mensen die vanuit hun vak met de stadsbouwmeester te maken hebben. In deel 4: architect Rob Hendriks. ‘Als de stadsbouwmeester met initiatieven van onderop aan de slag gaat, ben je echt met elkaar de stad aan het maken.’

Foto: Janna Bathoorn

Rob Hendriks leidt DAAD Architecten en is stadsbouwmeester. Niet van Groningen, maar van Enschede. Eigenlijk zat zijn tijd er daar vorig jaar al op, maar op verzoek bleef hij een jaartje langer. Het voelt als blessuretijd, zo gauw er een vervanger met een frisse blik en nieuwe ideeën gevonden is, geeft hij de scepter door.

Rob kent Noord-Nederland op ruimtelijk gebied als zijn broekzak. Hij was in Groningen lid van de welstandscommissie, zat in het bestuur van de BNA, is al jaren gastdocent aan de Academie van Bouwkunst en werkt met collectief De Toeverlaat als adviseur in het bevingsgebied. Ik spreek hem in Woldwijk, een gebied in Ten Boer waar onder meer geëxperimenteerd wordt met coöperatieve woon- en werkvormen. Rob is al jaren betrokken bij de ontwikkeling ervan. Het is voor hem een voorbeeld van hoe samenwerking en initiatief van onderop het verschil kunnen maken.

‘In een gemeenschap zoals in Woldwijk zijn mensen echt op elkaar aangewezen. Alleen samenwerkend komen ze een slag verder. Dat is heel boeiend, ook met het oog op de stad. Wat kunnen we leren van de processen zoals die hier ontstaan, om vervolgens in de stad makkelijker initiatieven van de grond te krijgen?’

Jij bent als enige in deze interviewserie zelf stadsbouwmeester. Hoe kijk jij naar het Groningse stadsbouwmeesterschap?

‘Wat in Groningen gelukt is, en in Enschede niet, is het opzetten van een Atelier Stadsbouwmeester. Daarmee verdeel je de taken. Daar kijk ik met enige afgunst naar. Zo’n apparaat is van groot belang. Tegelijkertijd zitten er gevoeligheden in die constructie. In het Atelier zitten stedenbouwers, maar je hebt binnen de gemeente ook de afdeling Stedenbouw. Hoe communiceren die met elkaar? Als je niet oppast houden stedenbouwers projecten voor zichzelf, in plaats van ze door te zetten naar de stadsbouwmeester. Of pikt het Atelier er een paar mooie projecten uit en is de rest business as usual.

‘Iedereen zou met een idee naar de stadsbouwmeester moeten kunnen stappen. En ik snap donders goed dat hij of zij niet elke week zelf honderd projectjes kan begeleiden. Maar het Atelier kan dat wel, mits het goed aangestuurd wordt. Wat de stadsbouwmeester inbrengt moet doorademen in het hele gemeentelijk apparaat. Daarbij heb je mensen nodig die in een structuur werken waar ze redelijk sterk gemandateerd opereren.’

Moet een stadsbouwmeester zich überhaupt persoonlijk met projecten bemoeien?

‘Wat mij betreft lang niet altijd. Natuurlijk zijn er grote projecten waar voor de stad veel van afhangt, daar moet een stadsbouwmeester bij betrokken zijn. Maar agenderen is belangrijker. Acties rondom ruimtelijke kwesties die de hele stad betreffen, dat heb ik in Groningen de afgelopen jaren wel wat gemist. De stad heeft een traditie van manifestaties. Wonen in Stadshart was een paar jaar geleden de laatste, gericht op betaalbaar wonen in de binnenstad. Jammer genoeg kwam daarbij weinig van de uitgevoerde studies terecht.

‘Onderzoek hoe je samen met bewoners de stad kunt maken. Hoe kun je hun energie gebruiken en zich laten ontwikkelen?’

‘Zelf deed ik mee aan een project met een voormalig schoolgebouw, dat nu als een van de weinige in uitvoering is. Daarvoor was veel interesse van mensen die graag in de binnenstad willen wonen, ouderen en starters. Maar toen het plan uiteindelijk richting realisatie ging, was er van al die mensen nog maar één groepje over dat het zich financieel kon veroorloven. Wat is dan het nut van zo'n manifestatie? Zulke mensen redden zichzelf wel. Wat kunnen we doen om de stad ook voor andere groepen toegankelijk te houden?’

Hoe moet de nieuwe stadsbouwmeester van woorden daden maken?

‘Tijdens een van de bijeenkomsten voor Wonen in Stadshart vroeg een mevrouw waarom er eigenlijk architecten aanwezig waren. Ze wisten zelf wel wat ze wilden, als ze dat schoolgebouw maar in handen kregen. Dat irriteerde me een beetje. Die mensen waren al jaren bezig met dergelijke initiatieven, zonder dat het lukte. Toch snapten ze niet dat professionele ondersteuning ze kon helpen een project realiseerbaar te maken. Nadat ik had onderzocht of wonen in het schoolgebouw voor hen uit kon, en hoe precies, begrepen ze het.

‘Onze vakgemeenschap is al snel aan het navelstaren. Ik heb het gevoel dat het ook in Groningen vaak over architectuur voor architecten gaat. Een architect doet meer dan tekeningen maken. Het begeleiden van het proces, dat is waar je mensen echt mee helpt. Je kunt wel mooie tekeningen voor ze maken, maar als daar uiteindelijk niks van terechtkomt – hoe nuttig is dat?

Foto: Janna Bathoorn

‘Het overkoepelende probleem is dat veel dingen puur geld-gestuurd zijn. Je kunt ook besluiten om initiatieven niet alleen op geld te waarderen. Organiseer een wedstrijd tussen verschillende groepen, waarbij vijftig van de honderd punten over de financiële kant gaan en de andere helft over bijvoorbeeld de maatschappelijke waarde van een project. In Engeland zijn dit soort zaken beter geregeld, daar heb je het principe ‘the right to bid’. Als er maatschappelijk vastgoed op de markt komt, mag iedereen met plannen komen. Die worden vervolgens niet alleen op financiële aspecten beoordeeld. Daarmee maken andere mensen een kans dan alleen zij die het geld uit hun zak trekken en afrekenen.

‘De stadsbouwmeester zou dit soort dingen in Groningen kunnen pushen. En zich er hard voor moeten maken dat manifestaties minder theoretisch zijn en meer opleveren. Gerealiseerde projecten, maar ook instrumenten waarmee anderen aan de slag kunnen.’

Om zulke dingen te kunnen aankaarten moet een stadsbouwmeester een zekere onafhankelijkheid hebben. Hoe belangrijk is dat?

‘Agenderen en ongevraagd adviseren kan altijd. Maar je bent er als stadsbouwmeester mede om de boel wat op te schudden, en dat wordt moeilijker als je er te dicht op zit. Toen ik in Enschede begon wilden ze daar per se iemand van buiten. Ik heb er geen belangen en deed er geen projecten. Dat werkt heel prettig, je kunt plannen puur beoordelen op basis van kwaliteit.

‘Ik vind het best wonderlijk dat in Groningen het grootste en meest invloedrijke bureau van de stad de huidige stadsbouwmeester levert. Eigenlijk zelfs gewoon fout. Dat staat helemaal los van de kwaliteiten van De Zwarte Hond en Jeroen de Willigen – de stad moet dat gewoon niet doen. Er zijn geen rampen gebeurd de afgelopen zes jaar, maar er ontstaat een soort weeffout.

‘De stadsbouwmeester kan een klimaat scheppen waarin ruimtelijk de lat hoog ligt en het voor ontwikkelende partijen interessant is om mee te doen’

‘In dit tijdsgewricht, waarin de gemeente graag de regie wil hebben maar tegelijkertijd beseft dat ze niet meer sturend is, is het heel belangrijk dat een stadsbouwmeester partijen weet te verbinden. Als je bijzondere kwaliteit wilt, moet je iemand hebben die partijen meteen laat voelen dat ze met zijn of haar hulp kunnen komen waar ze zelf willen én waar de gemeente ze wil. Die snel snapt hoe de hazen lopen en verschillende belangen bij elkaar kan brengen. De stadsbouwmeester kan steeds meer tussen de markt en de gemeente in komen te staan. Maar daarbij is onafhankelijkheid cruciaal.’

Is de stadsbouwmeester op dit moment zichtbaar genoeg?

‘Dat kan nog wel wat beter. Een stadsbouwmeester moet agenderen, laten horen welke kwesties er spelen. Af en toe in de krant staan, aangeven wanneer er iets helemaal verkeerd gaat op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. En wat we daaraan kunnen doen.’

Welke thema’s moet de nieuwe stadsbouwmeester onder de aandacht brengen?

‘Er zijn allerlei grote kwesties die een ruimtelijke component hebben. Duurzaamheid, de energietransitie, healthy ageing – maar dat zijn geen puur architectonische of stedenbouwkundige vraagstukken. Terwijl een stadsbouwmeester juist die moet agenderen. In de Woonvisie staan drie regels over architectuur. Er wordt alleen gezegd dat het belangrijk is. Dat is in Groningen kennelijk geen groot thema.

‘Ik vind de opgaven waarbij de architectuur aanhaakt als een soort noodzakelijk kwaad minder interessant dan die waarbij de architectuur er zelf toe doet. Waar je als architect iets kunt doen. De grote thema's zijn niet minder relevant en daar moet architectuur ook zeker niet vergeten worden, maar de nieuwe stadsbouwmeester moet vooral ruimtelijk-programmatische thema's aansnijden.

‘De ontwerpende discipline mag wat scherper voor het voetlicht gebracht worden. Op dit moment wordt veel naoorlogse woningbouw verduurzaamd. Dat gebeurt met een generieke oplossing, waardoor de kleine verschillen die er nog tussen woningen zijn – in detaillering of qua typologie – dreigen te verdwijnen onder een saus van duurzaamheid. Je kunt als stadsbouwmeester een herwaardering van de naoorlogse woningbouw tussen de oren van de hele bevolking proberen te krijgen.’

Met welke opgaven moet de nieuwe stadsbouwmeester verder aan de slag?

‘Een stadsbouwmeester die een stip op de horizon zet, in de vorm van een stedenbouwkundig plan voor de hele stad, dat zie ik vandaag de dag niet als heel opportuun. Beter kijkt hij of zij naar de programmering en naar de thematiek die hier speelt. Onderzoek hoe je samen met bewoners de stad kunt maken. Hoe kun je de energie die in de stad zit gebruiken en zich laten ontwikkelen?

Foto: Janna Bathoorn

‘De organisatie van het gemeentelijk apparaat is een andere opgave waar de stadsbouwmeester zich mee moet bemoeien. Het zou mooi zijn als er een organisatiestructuur ontstaat waarmee, als de stadsbouwmeester na zes jaar weggaat, zijn of haar opvolger verder kan. De stadsbouwmeester zit nu soms aan de voorkant met initiatiefnemers aan tafel, maar het zou nog beter zijn als er een integraal ruimtelijk kwaliteitsteam is, waarin ook welstand vertegenwoordigd is. Dan ontwikkel je samen.

‘In deze tijd gaan dingen veel meer bottom-up, mensen zijn mondiger. Woldwijk is daarvan een voorbeeld, maar er zijn ook CPO-groepen in de stad. Laat de stadsbouwmeester de lijnen uitzetten, waarna zijn of haar team per wijk met bewoners in gesprek gaat. Wat speelt er? Als je op die manier met initiatieven van onderop aan de slag kunt, dan ben je echt met elkaar de stad aan het maken.’

Welke invloed heb je als stadsbouwmeester op het architectuurklimaat?

‘Je moet lokale betrokken partijen mobiliseren. De discussie tussen vakgenoten mis ik hier wat. In tegenstelling tot andere steden heeft Groningen een vrij hechte club van bouwende, ontwerpende en toetsende partijen. Dat levert soms vervelende situaties op waarin het net even te klef wordt, maar nog vaker boeiende samenwerkingen. In De Toeverlaat merk ik zelf hoe je als collega's kennis kunt delen en met elkaar sterker wordt.

‘De afgelopen jaren kreeg ik soms het idee dat Jeroen al een beetje afscheid genomen had van de lokale architectengemeenschap. Dat hij het gevoel had dat daarmee niet te praten viel. Natuurlijk kun je je afvragen of hier voldoende kwaliteit aanwezig is. Maar misschien heeft de stadsbouwmeester ook niet genoeg geprobeerd om een klimaat te scheppen waarin kennis delen en samen sterker worden voorop staan. Ook in de koppeling van internationale architecten die in de stad werken met studenten aan de Academie van Bouwkunst liggen interessante kansen, net als bij manifestaties.

‘Het excuus van elke architect is: de ontwikkelaar komt met een programma en een zak geld, daar moet ik het mee doen. Bij manifestaties als Intense Stad en Intense Laagbouw werd onderzocht hoe op bepaalde locaties andere dingen mogelijk waren dan het bestemmingsplan voorschreef. Zo werd een klimaat geschapen waarin het voor ontwikkelende partijen interessant was om mee te doen. De architectonische en stedenbouwkundige lat lag daarbij hoog. Het lijkt me bij uitstek een taak voor de stadsbouwmeester om daarop te mikken.’

Wie moet de nieuwe stadsbouwmeester van Groningen worden? Heb je een topkandidaat op het oog?

‘Enno Zuidema is stedenbouwer. Hij had een bureau in Rotterdam en heeft vervolgens zijn praktijk tien jaar in z’n eentje vanuit Groningen gevoerd. Momenteel vliegt hij als hoofd van de afdeling stedenbouw van MVRDV de wereld over. Enno is bij uitstek iemand die de grotere verbanden ziet, zich ingraaft in een plek en snel snapt wat er nodig is. Het lukt hem om de belangen vanuit de publieke ruimte en die van bewoners met elkaar te verenigen. Hij is een stedenbouwer die eroverheen kijkt en binnen de kortste keren het vertrouwen geniet van de mensen waarvoor hij het eigenlijk doet. Enno geeft natuurlijk nooit zijn huidige baan op, maar iemand met zo’n profiel zou perfect zijn als stadsbouwmeester voor Groningen.’

***