Op zoek naar een nieuwe stadsbouwmeester // Deel 5: Francien van Soest

2 oktober 2020 Door Leestijd: 10 minuten

Groningen krijgt in 2021 een nieuwe stadsbouwmeester. Wie moet de opvolger van Jeroen de Willigen worden? En wat worden zijn of haar belangrijkste opgaven? GRAS vraagt het verschillende mensen die vanuit hun vak met de stadsbouwmeester te maken hebben. In deel 5: provinciaal bouwmeester Francien van Soest. ‘We moeten duurzame waarden overal verankeren, bij alles wat we maken. Het moet voor de toekomst beter zijn.’

Foto: Janna Bathoorn

De gangen in het provinciehuis zijn leeg, het is er opvallend stil voor een woensdagochtend. Zoals bij de meeste overheidsinstellingen werken mensen momenteel vooral thuis. Twee technici zijn bezig met de installatie van toegangspoortjes, zodat in de toekomst niet iedereen zomaar het gebouw binnen kan. Af en toe krijgen ze een ongewenste gast, vertelt Francien van Soest, de maatregel is niet voor niks.

Francien is provinciaal bouwmeester, ze werkt voor het Provinciaal Bouwheerschap. Dit team van ruimtelijk ontwerpers werkt namens de provincie Groningen in de breedte aan ruimtelijke kwaliteit: van het begeleiden van zonneparken tot meer strategische vragen en grote ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor haar promotieonderzoek woonde Francien drie jaar in Zuidwest-Engeland. Vervolgens gaf ze les aan de RUG, maar ondertussen merkte ze dat het werken aan concrete maatschappelijke vraagstukken haar trok. Ze ging aan de slag bij de provincie en pendelt sindsdien elke dag tussen woonplaats Zuidhorn en de stad.

‘Ik vind het heerlijk om in de stad te werken, ik hou van de dynamiek en de levendigheid. De maandagochtend vind ik altijd mooi, als overal schoonmaakploegen bezig zijn. Als ik thuiskom heb ik het gevoel dat ik op vakantie ben, dan daalt de rust over me neer. Dat contrast vind ik prachtig.’

Heb jij vanuit jouw functie veel met de stadsbouwmeester te maken?

‘Ja, ik spreek Jeroen de Willigen regelmatig. Soms zoeken we elkaar even op om te kijken wat er speelt. We zitten ook samen in verschillende kwaliteitsteams, zoals rond het Nationaal Programma Groningen of de aanpak van de zuidelijke ringweg. De stadsbouwmeester begeleidt daarbij de ontwerpende partijen. Hij vraagt ze te motiveren waarom ze bepaalde keuzes maken en of er nog andere opties zijn. Als het ergens lijkt te wringen, vraagt hij door.’

Jeroen vertrekt over een paar maanden. Wat zijn de meest dringende opgaven voor de nieuwe stadsbouwmeester?

‘Het is belangrijk om de grote ruimtelijke vraagstukken in Groningen op de agenda te krijgen. Stad en land is zo'n thema. Ik merk dat de focus nog altijd op de stad ligt – zelf heb ik het ook vaak over de stad in plaats van over de gemeente. Voor het landelijk gebied zijn de opgaven groot. Ik kan me best voorstellen dat die ondersneeuwen als je altijd alleen stad geweest bent.

‘Vanuit de stad lijkt het logisch van binnen naar buiten te kijken. Maar je kunt ook in het buitengebied gaan staan om te zien hoe je de overgang en de verschillen daar ervaart. De stadsbouwmeester moet oog hebben voor die verschillen, die zijn groot namelijk. Hoe ga je daarmee om en wat betekent het voor bewoners? Het is van belang om zowel de vraagstukken uit het landelijk gebied als de stad op te pakken, en de verbinding daartussen naar voren te brengen. Dan gaat het erom hoe je het gesprek aangaat, zowel met bestuurders als met de samenleving. Daar ligt een mooie rol voor de nieuwe stadsbouwmeester. De naam stadsbouwmeester moeten we trouwens maar aanpassen, die klopt niet meer. (Lacht)

‘De stadsbouwmeester moet vanuit zijn of haar vakinhoud onderzoeken welke richting het op kan gaan, maar tegelijkertijd zien dat er meerdere werkelijkheden zijn’

‘Een groot deel van de vraagstukken ligt toch nog altijd in het stedelijk gebied. De manier waarop je ruimtelijk omgaat met het verschil tussen arm en rijk, bijvoorbeeld. Hoe bouw je wijken die bijdragen aan een inclusieve samenleving? En hoe bouw je voor een veranderende bevolkingssamenstelling? Ook om klimaatadaptie en de energietransitie kun je niet heen. Hoe ga je ruimtelijk om met die grote opgaven? Het is belangrijk om te verbreden en ze met elkaar te verbinden.

‘De overkoepelende opgave is voor mij het creëren van waarde. Minder op de korte termijn en minder financieel gedreven. Ervoor zorgen dat we duurzame waarden verankeren bij alles wat we maken. Het moet voor de toekomst beter zijn. De stadsbouwmeester zou daaraan moeten bijdragen.’

Waar moet de nieuwe stadsbouwmeester goed in zijn, om dat te bewerkstelligen?

‘Het moet hoe dan ook iemand zijn die inhoudelijk sterk is. En zich bewezen heeft in het veld. Die gezag en aanzien heeft op bestuurlijk vlak, en een stevige gesprekspartner voor bestuurders is. Iemand die vanuit zijn of haar eigen vakinhoud onderzoekt welke richting het op kan gaan, maar tegelijkertijd ziet dat er meerdere werkelijkheden zijn. En die met een positieve houding de boel af en toe prikkelt en opschudt.

‘Aan de andere kant moet de stadsbouwmeester een toegankelijk persoon zijn, een plezierig mens. Iemand waar je naartoe kunt stappen, of je nu bestuurder of inwoner van Groningen bent. Een stadsbouwmeester moet verbinden, dat is essentieel. Er is genoeg polarisatie in de samenleving, laten we vooral zoeken naar waar we met elkaar meer kunnen maken.’

Foto: Janna Bathoorn

Zijn er dingen die anders moeten dan ze nu gaan?

‘Ik denk dat je goed moet kijken waar je het accent legt, met welke activiteiten je bezig gaat. Neem de taak van de stadsbouwmeester in de welstand, volgens mij kan het ambtelijk apparaat of een onafhankelijke commissie dat ook heel goed doen.’

Zou je niet het liefst een landschapsarchitect als stadsbouwmeester zien?

‘Nee hoor. Een groot deel van de vraagstukken blijft zich afspelen in de stad en de overige kernen. Je moet wel de juiste deskundigheid inschakelen op het moment dat het nodig is. Als het gaat over de voormalige gemeente Ten Boer en Haren bijvoorbeeld, gebieden met een veel landelijker karakter en de bijbehorende vraagstukken. Maar ook in het Atelier Stadsbouwmeester zitten landschapsarchitecten, dus de stadsbouwmeester zelf hoeft er geen te zijn.

‘Gevoel voor en kennis van stedenbouw en architectuur is nodig, maar je hoeft als stadsbouwmeester niet per se zelf te kunnen ontwerpen. Een integrale blik en het gebruiken van verbeeldingskracht zijn wel heel belangrijk. Je moet het brede debat kunnen aanzwengelen en ontwerpende partijen kritisch kunnen bevragen. Wat dragen ze bij aan de samenleving? Dat is breder dan alleen ruimtelijk ontwerp. In de stad spelen veel vraagstukken waarbij naast de ontwerpdiscipline andere zaken belangrijk zijn. Je moet daar behoorlijk stevig in kunnen opereren.’

Je woonde drie jaar in Engeland. Keek je bij terugkomst met een andere blik naar Groningen?

‘Ja, ik moest enorm wennen om weer hier te zijn. De Nederlandse samenleving frustreerde me vooral, gesymboliseerd door de rodepaaltjesroute van Staatsbosbeheer. Waar je in Engeland een public right of way hebt en je door de velden kunt zwerven, word je hier altijd een bepaalde richting op gestuurd. Het duurde even voordat ik daar weer aan gewend was. Ik vind het mooi als je langs een sloot of langs de randen van een veld kunt zwerven. Niet er dwars doorheen, maar wel dóór het land. Dat is de ruimte die je iedereen gunt. De cruciale vraag daarin is van wie de ruimte is.

‘Ruimte om elkaar te ontmoeten, te kunnen spelen en rond te scharrelen, dat is zo wezenlijk’

‘Hoe maak je prettige verblijfsplekken? Ruimte om elkaar te ontmoeten en dingen te doen, te kunnen spelen en rond te scharrelen, dat is zo wezenlijk. Ik denk dan ook aan groen in de stad. Ik hoop dat er op de Grote Markt prachtige grote bomen komen te staan. Er mogen meer plekken komen waar je kunt zijn, zonder dat er meteen gepraat wordt in termen van overlast en dergelijke. Een bordje met ‘public footpath’ dat de leegte in wijst: hoe mooi is dat?’

Krijg je bijval als je dit thema aansnijdt?

‘Vaak wel. Maar er wordt ook gezegd: “Die ruimte is hier gewoon niet.” Ik kan de discussie aanzwengelen, maar heb zelf beperkt invloed op wat er in de praktijk gebeurt. Het gaat vooral over landeigenaarschap. Het enige wat je kunt doen is op het moment dat ergens ruimtelijke ontwikkelingen zijn, proberen ruimte te creëren voor publiek gebruik. Maar je verandert het niet zomaar. Het zit in onze cultuur.’

Is voor de stadsbouwmeester agenderen een hoofdtaak?

‘Ik denk het wel. Als stadsbouwmeester heb je de ruimte om net iets verder te kijken, te zien welke maatschappelijke ontwikkelingen er zijn en wat ze betekenen voor onze stad. Waar liggen kansen? Het gesprek voeren, perspectief schetsen, het debat aangaan en agenderen zijn absoluut hoofdtaken. Daarmee geeft de stadsbouwmeester bestuurders de gelegenheid om er goed met elkaar over in gesprek te gaan en het ambtelijk apparaat om stappen te zetten.

‘De discussie moet uiteindelijk bestuurlijk gevoerd worden, maar de stadsbouwmeester kan signaleren wat er in de samenleving gebeurt. Daarmee kan hij of zij bestuurders voeden, zodat die een koers kunnen kiezen. Ik kan me best voorstellen dat de stadsbouwmeester daarnaast, net als nu, een specifieke rol krijgt bij grote projecten, als een soort supervisor. Het is goed om af en toe even uit de waan van de dag te stappen en te kijken of een project daadwerkelijk doet wat we ooit beoogd hadden.’

Wat vind je van de huidige constructie, met een stadsbouwmeester en een Atelier?

‘De link met de gemeentelijke werkpraktijk is belangrijk. Vanuit de kracht van de overheden kun je zaken regelen voor de samenleving. En dan mag je ondertussen best uitdagen en kijken of het mooier, beter of toekomstgerichter kan. Het Atelier heeft een zekere onafhankelijkheid, en tegelijk haakt het aan bij het ambtelijk apparaat. Je kunt natuurlijk verschillende modellen kiezen, je zou de stadsbouwmeester ook helemaal los en onafhankelijk kunnen laten opereren. Maar ik denk dat deze hybride opzet prima functioneert.’

Foto: Janna Bathoorn

Hebben we in Groningen een stadsbouwmeester nodig?

‘Ja. Sterker nog, eigenlijk zou elke stad er eentje moeten hebben. Binnen elke gemeente zou iemand vraagstukken moeten agenderen en aanjagen, en meedenken. Voor Groningen heeft het tot nu toe goed gewerkt, er is veel aandacht voor de kwaliteit van de stad. Dat zou ik niet zomaar overboord kiepen.’

Stel dat de nieuwe stadsbouwmeester hier niet vandaan komt, wat moet hij of zij dan weten over dit gebied?

‘Groningen is een provincie met fantastische landschappen, van de weidsheid van de kustpolders met prachtige wolkenluchten tot aan de groene beslotenheid van het Gorecht, Westerwolde en het Westerkwartier. Een gebied met een eeuwenoude ontstaansgeschiedenis, die nog goed leesbaar is in het landschap. Dat is de context waarbinnen je opereert. Ik denk dat veel mensen in Groningen het landelijk gebied erg waarderen.

‘Kenmerkend is ook de energie die in de dorpen zit. Als de nieuwe stadsbouwmeester van buiten zou komen, moet hij of zij eerst maar eens op tournee door de provincie om te ervaren hoe dat is. Mensen die iets met elkaar willen oppakken, dat is een enorme kracht. Toukomst is daarvan een mooi voorbeeld. Die energie moet je weten aan te boren. Ook de levendigheid van de stad is bijzonder, met de studentencultuur en eigenzinnige creatieve festivals als Noorderzon en Let's Gro.

‘Zelf vind ik het Noorden prettig en ontspannen, dat maakt het wonen hier leuk. Als stadsbouwmeester moet je even de tijd nemen om rond te kijken, dat soort zaken ervaren en erop voortborduren.’

Wat zou je de nieuwe stadsbouwmeester willen meegeven?

‘Kijk met liefde naar de hele gemeente en haar inwoners. En doe je uiterste best om het elke keer een beetje beter te maken. Ga bij ieder project uit van de meerwaarde voor het gebied. Probeer steeds te kijken of het een stapje beter, mooier, toekomstgerichter kan. Dan doe je iets goeds voor Groningen.’

***