De Linkse Mannen lossen het op // S03E04

29 oktober 2021 Leestijd: 2 minuten

In de omgevingsvisie The Next City kiest Groningen voor één centrum: het bestaande historische centrum. Maar zouden we ons niet beter richten op een multipolaire stad? Wilbert van de Kamp en Bram Douwes zochten het op vrijdag 22 oktober met hun gasten uit in Café Wolthoorn & Co.

HOE MEER POLEN, HOE MEER VREUGD

Groningen heeft een centrum: het bestaande historische centrum binnen de diepenring. En vooruit, misschien ook een beetje de zeventiende-eeuwse uitbreiding rond de Nieuwe Ebbingestraat. Dat ene centrum is heilig voor de stad. De omgevingsvisie The Next City – de leidraad voor de stadsontwikkeling – is er duidelijk over: “We houden vast aan één centrum.”

Wie de geschiedenis van Groningen kent – de gemeente is zo ongeveer getrouwd met het idioom van de compacte stad – snapt waar die keus vandaan komt. Volgens The Next City mag de binnenstad best een beetje uitdijen maar daar blijft het dan ook bij.

Maar is dat inmiddels niet wat ouderwets? Is het wel vol te houden nu de gemeente hard doorgroeit naar 250.000 inwoners en de druk op het bestaande centrum al stevig is? Doen we er niet goed aan meer multipolair naar Groningen te kijken? Inzetten op meer volwaardig stedelijke centra dus, met elk een eigen karakter?

Kansen zijn er te over, alleen al rond de (beoogde) stationslocaties bij het Noorderstation, Europapark en de Suikerzijde. Maar ook de Zernike-campus, Stadshavens en de bestaande wijkwinkelcentra bieden mogelijkheden. En hoe zit het met de kernen Haren, Hoogkerk en Ten Boer?

Als we onze blik verruimen, wat kunnen we dan leren van andere steden? Utrecht bijvoorbeeld, dat het concept van de tien-minuten-stad volledig heeft omarmd en het idee van een multipolaire stad hoog op de agenda heeft staan.

De Linkse Mannen sneden het aan met PvdA-raadslid en planoloog Rik Niejenhuis en landschapsarchitect Jaco Kalfsbeek, die binnen Atelier Stadsbouwmeester de binnenstad onder zijn hoede heeft. Visiting critic was stedenbouwkundige Sanneke van Wijk van de gemeente Utrecht.

***