Ruimte voor Omgevingskwaliteit // Aflevering 4: Yvonne Turenhout

6 oktober 2022 Leestijd: 6 minuten

Met de Omgevingswet doet het begrip ‘omgevingskwaliteit’ zijn intrede. Het Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit van de provincie Groningen maakte er een brochure over, en interviewde daarvoor samen met GRAS vier mensen over hun persoonlijke en vakmatige kijk op omgevingskwaliteit. Voor aflevering 4 spraken Letitia van der Merwe en Chris Zwart met Yvonne Turenhout, directeur-bestuurder bij CMO STAMM. ‘Bij de discussie over wat kwaliteit is, moet je bewoners direct betrekken. Je kunt mensen gewoon vragen wat ze belangrijk vinden, en dan weten ze het echt wel.’

Belangen afwegen

Yvonne Turenhout was jarenlang hoofd strategie en beleid bij sportorganisatie NOC*NSF. Sinds dertien jaar is ze directeur-bestuurder bij CMO STAMM, kenniscentrum voor sociale opgaven. In die rol maakt ze zich hard voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen.

Voor Turenhout wordt de kwaliteit van een plek gedefinieerd door de mensen die er leven. Eenvoudiger en essentiëler wordt het niet. Toch worden juist die mensen lang niet altijd meegenomen in de processen die bepalend zijn voor hun omgeving. ‘Ik merk dat de burger bij de overheid nog niet echt centraal staat. Bij alles wat je doet, moet je beginnen bij wat inwoners willen. En daar moet je ook weer eindigen. Dat moet het perspectief zijn, en daaraan meet je je succes af.’

Om tot zo’n manier van werken te komen, moet volgens Turenhout allereerst het echte gesprek gevoerd worden. ‘Wat vinden we nu daadwerkelijk belangrijk? Op sommige plekken wil je sociale belangen laten doorklinken en is het economisch belang even wat minder relevant. De nieuwe Omgevingsvisie stuurt aan op dat gesprek, volgens mij. En op een meer integrale manier van kijken.’

Turenhout was onlangs op werkbezoek in het Deense Aarhus en was onder de indruk van de nieuwe bibliotheek die ze daar zag. De integrale blik waar op grote schaal zo’n behoefte aan is, zag ze terug in dat gebouw. ‘Het is een ontmoetingsplek voor de hele stad, waar iedereen gebruik van mag maken. En dat gebeurt ook. Er is ruimte voor startups, nieuwe bedrijvigheid en allerlei vormen van onderwijs en educatie. Maar een belangrijke opdracht in de ontwikkeling was ook de daklozen uit het gebied een nieuw toekomstperspectief te geven. Er werd gekeken naar wat nodig was om iedereen zich hier thuis te laten voelen en een goede plek te geven.’

De mens centraal

Welke rol speelt cultuur als het over omgevingskwaliteit gaat? Bij het beantwoorden van die vraag komt de brede definitie van het begrip ‘cultuur’ naar boven. Want gaat dat niet ook over culturele diversiteit? En over waarom je woont waar je woont en hoe je woont?

‘Het maakt bijvoorbeeld nogal een verschil of je omgeving je uitdaagt tot bewegen of je daarin juist beperkt. En of je in een stenige of in een groene omgeving woont. Maar om die woonsituatie zit natuurlijk een hele sociaalmaatschappelijke context heen. Als je in armoede leeft en constant in de overlevingsstand staat, ben je dan enthousiast als er een mooi park aangelegd wordt in je dorp of wijk? Wat omgevingskwaliteit is, verschilt van mens tot mens en hangt nauw samen met hoe je leven eruitziet. Daarom geloof ik ook heel erg in een integrale aanpak, in kijken wat mensen nodig hebben. Ook dat is een onderdeel van omgevingskwaliteit.’

Turenhout verwijst naar de Monitor Brede Welvaart en naar de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) die de VN vaststelde. ‘Die twee elementen bieden samen een mooi inhoudelijk kader voor een integrale benadering van beleid. Gemeenten als het Hogeland en Emmen experimenteren er al volop mee.’

Foto: Janna Bathoorn

Omgevingskwaliteit in perspectief

CMO STAMM meet aan de hand van objectieve indicatoren hoe gebieden zich ontwikkelen. ‘Maar bij alles wat we doen zetten we ook een panel van ruim 7000 inwoners in. We vragen wat zij belangrijk vinden, wat hun ervaringen zijn en waar het schuurt of anders moet. In Oost-Groningen zijn de cijfers op het vlak van gezondheid bijvoorbeeld niet goed, maar als je aan de mensen daar vraagt hoe het met ze gaat, komen er hele goede scores uit. Dat perspectief doet ertoe.’

‘Bij alles wat je doet, moet je beginnen en eindigen bij wat inwoners willen. Dat moet het perspectief zijn, en daaraan meet je je succes af’

Toch ziet Turenhout dat mensen in de praktijk vaak veel te laat betrokken worden bij processen. In een Drentse gemeente werd dat onlangs nog pijnlijk duidelijk. ‘Er was een nieuwe wijk gebouwd, die was leuk opgezet en mooi gelaagd samengesteld. Maar er waren overal trapjes. De oudere mensen die er woonden konden daardoor geen kant op. Het is een uitdaging om de goede balans te vinden tussen de verschillende definities van omgevingskwaliteit. Hier ging de ruimtelijke kwaliteit kennelijk boven de toegankelijkheid. Maar als je mensen er vroegtijdig bij betrekt, dan komen dit soort dingen meteen op tafel.’

Regelruimte

Turenhout ziet daarin een rol weggelegd voor raadsleden. Zij zouden, als volksvertegenwoordigers, scherp moeten zijn op het betrekken van de juiste mensen op het juiste moment. Maar ook op de inclusiviteit van processen, en de manier waarop afwegingen gemaakt worden. ‘Dan hoeven ze nog niet eens scherpe keuzes op de inhoud te maken. Als het proces om te beginnen maar goed geborgd is. Het probleem is dat het voor raadsleden tijdrovend is om zich goed te laten informeren. Maar je krijgt er, als het goed is, wel kwaliteit en tevreden inwoners voor terug.’

Ook het ambtelijk apparaat moet aan de bak, al beseft Turenhout dat gemeenten op het vlak van personele capaciteit zwaar onder druk staan. ‘Daarnaast zijn veel mensen die er momenteel werken aangenomen op regelvastheid en controle. Volgens mij is er een omslag nodig, met een ander type ambtenaren. Mensen met een houding van: ja, het kan. Want er is genoeg regelruimte. Maar als je alles sec procedureel aanpakt, benut je die niet. Daar zie ik de grootste uitdaging: zijn we in staat het proces naar voren te trekken? Want hoe eerder je er bent, hoe meer ruimte je hebt om te zoeken naar de beste kwaliteit.’

Fundamentele discussie over kwaliteit

Bij het borgen van omgevingskwaliteit heb je alle overheidslagen nodig, maar het uiteindelijke afwegingsproces vindt lokaal plaats. ‘Dat vind ik wel spannend, maar ook heel uitdagend. Ik denk dat je daar hele innovatieve dingen kunt ontwikkelen. Zeker als je daarbij de kwaliteit van ontwerpers gebruikt, die mensen kunnen prikkelen en stimuleren om ruimer te denken.’

Hoe groot de rol van de lokale overheid ook is, de meeste ideeën komen niet vanuit het gemeentehuis maar van buiten, weet Turenhout. Hoe neem je die mee in je ontwikkelperspectief? ‘De overheid moet aansluiting zoeken bij de initiatiefkracht van de inwoners zelf. En deze kracht faciliteren. Nodig mensen aan de voorkant al uit en daag ze uit om bij te dragen aan wat je als gemeente wilt realiseren. We moeten een fundamentele discussie voeren over wat kwaliteit is. En dat je daarbij bewoners direct betrekt, lijkt me evident. Je kunt mensen gewoon vragen wat zij belangrijk vinden. En dan weten ze het echt wel. Het zou me niet verbazen als dat voor een nieuwe, interessante dynamiek en verrassende resultaten zorgt.’

***

De brochure Ruimte voor Omgevingskwaliteit! (juli 2022) van het Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit van de provincie Groningen richt zich op bestuurders en medewerkers van gemeenten en waterschappen. Het begrip omgevingskwaliteit wordt erin geduid, daarnaast geeft de brochure een aantal inspirerende voorbeelden, eenvoudige tips en praktische instrumenten. Het Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit wordt uitgevoerd door Libau, adviesorganisatie voor omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed in Groningen en Drenthe.