6 oktober 2021 Leestijd: 2 minuten

Eind september werd de Groninger Architectuurprijs uitgereikt. De winnaar van de juryprijs was het Geheugenbalkon, een uitkijktoren langs de ring aan de Hereweg, tegenover het Sterrebos. Het oogt als een geintje van bouwvakkers die, met materiaal dat ze over hadden, een stuk van de oude ring op hoogte hebben gebracht.

De Amsterdamse vakjury noemde het bouwwerk een unieke ontmoetingsruimte en een bijzondere plek waar oud en nieuw samenkomen. Veel algemener en nietszeggender kan een observatie haast niet zijn. Zoiets kun je namelijk over ieder nieuw bouwwerk zeggen, omdat het zich altijd tot een oudere context moet verhouden. Oud en nieuw komen voortdurend samen in een stad waar gebouwd wordt.

De jury zei er niets over, maar het Geheugenbalkon behoort tot de traditie van de folly’s, zoals die in de tuinen van Engelse landhuizen werden gebouwd. Denk aan een namaakruïne, een kasteeltje in de vorm van een ananas of een namaak-grotwoning. Architectonische geintjes.

Het was in het begin van de achttiende eeuw zelfs een tijdje mode om zo’n namaakgrot of decoratief hutje te laten bewonen door een heuse kluizenaar, een zogenaamde ornamental hermit. Zo’n decoratieve kluizenaar zag er excentriek uit door zijn lompen en lange baard en moest op gezette tijden de gasten van een tuinfeest trakteren op een klompje wijsheid dat hij had opgedolven uit zijn eigen geest.

Dat is precies wat aan het Geheugenbalkon ontbreekt: een ornamental hermit. Als de jury zegt dat het een bijzondere ontmoetingsplek is, terwijl hier objectief gezien geen wezenlijke ontmoetingen plaatsvinden, moet de uitkijktoren hier misschien alsnog voor gaan zorgen. Daarom wil ik hierbij solliciteren als snelwegkluizenaar.

Wie het platform beklimt zal mij in de weer zien met decoratieve bezigheden zoals het verwarmen van teer boven een vuurtje om scheuren in het wegdek te repareren. Ik zal de mensen vertellen dat de snelweg het grootste monument van de twintigste eeuw is, dat we er net als bij kathedralen generaties lang aan gebouwd hebben. Mobiliteit was ons geloof. Een geloof dat paradoxaal genoeg juist leidde tot meer files en minder mobiliteit.

Zoals de gevangenis criminelen produceert en het het ziekenhuis zieken, zo produceert de snelweg automobilisten en dus files. Ik voorspel u: zoals de kerken zijn leeggelopen, zo zullen ook de snelwegen leeglopen. Een heerlijk vooruitzicht, want dan kunnen we weer massaal gaan rolschaatsen over al dat overbodige asfalt. Net zoals in de jaren 70 op autoloze zondag.

Autoloze zondag is de toekomst waar iedereen stiekem naar verlangt. Alleen het Geheugenbalkon zal ons nog aan het grootse mobiliteitsverleden herinneren.

***

Deze column sprak Bram ook uit in de talkshow Talk of the Town.

Foto: Sebastiaan Rodenhuis