Stadsflarden // Ik geloof in mijn kat

14 mei 2020 Door Leestijd: 2 minuten

Omdat er van echt wandelen weinig komt, wandelt Bram Esser tijdens de coronacrisis door het fotoarchief van Peter de Kan.

Foto: Peter de Kan

Onlangs kocht ik een gps-tracker voor mijn kat (hij heet Johannes, al luistert hij niet naar die naam). Ik dacht: als ik straks niet meer naar buiten mag, kan ik op de computer volgen welke avonturen hij allemaal beleeft in covid-land. ‘Zo haal je meer uit je kat’ zou ik zelf als reclameslogan bedacht hebben.

Het ding zit nog steeds in de verpakking en Johannes verdwijnt nog steeds anoniem in de nacht. Ik weet dan niet eens zeker meer of hij wel bestaat. De dode en levende kat zijn in gemengde vorm aanwezig, tot het moment waarop hij weer door het raam naar binnen komt.

Alleen als je iets ziet, bestaat het, zeggen veel wetenschappers. Dat vind ik een te beperkte opvatting over de aard van het universum. Als we zelfs een deeltje eerst moeten zien voordat we geloven dat het er is, dan zal onze wetenschap altijd gericht zijn op reproductie in plaats van op de verbeelding van wat nog komen gaat.

Johannes is trouwens mijn kat helemaal niet. Hij is aan komen lopen. Zonder chip, nog een bewijs dat hij helemaal niet bestaat. Toch blijft hij terugkeren, steeds weer staat hij op uit de dood.

Ik wil ook ergens in kunnen geloven. Misschien is dat de reden dat ik de gps-tracker in de verpakking heb laten zitten. Ik geloof in mijn kat. Ik geloof dat Johannes enorme afstanden aflegt als ik lig te slapen. Dan heb ik geen apparaatje nodig dat me laat zien dat hij de parkeerplaats waarschijnlijk niet af komt.

***

Onze reeks Stadsflarden bestaat uit korte stukken, steeds geïnspireerd of geïllustreerd door een foto van Peter de Kan. De rubriek legt de dynamiek van de stad bloot aan de hand van ontmoetingen, observaties of gedachtenkronkels. Niet altijd met een overduidelijke ruimtelijke link, maar wel onlosmakelijk verbonden met Groningen.