24 december 2021 Leestijd: 3 minuten

Fotograaf Janna Bathoorn liet dik dertien jaar geleden de stad Groningen, waar ze opgroeide, achter zich. En hoewel ze er nog altijd voor een groot deel haar identiteit aan ontleent, merkt ze dat het niet meer de stad is van weleer. Hele wijken veranderen van karakter, als je even niet oplet. Dat besef zette haar aan tot een missie: het terugwinnen van de stad die ze zo goed kende.

Ik ben opgegroeid in de stad Groningen, in het gebied Binnenstad-Oost. Preciezer: in het buurtje met de jaren-30-huizen met hun oranje daken tussen Turfsingel, Oostersingel, het Bleekveld en het Praedinius Gymnasium. Vanaf het dak van het Forum zie je het oranje blok duidelijk liggen, precies voor de (ook oranje) gebouwen op het ziekenhuisterrein. Hier woonde ik twee derde van mijn leven, zo’n dertig jaar.

Als je verder kijkt gaat je blik over de Oosterparkwijk, Ulgersmaborg, Lewenborg en Beijum. En bij heel goed weer zie je de toren van Stedum. Bij die toren woon ik nu. 

In Stedum ben en blijf ik een Stadjer. In de stad voel ik me soms wat dorps. Als ik uit de trein stap op het Noorderstation moet ik altijd oppassen dat ik mensen niet blijf groeten. Als ik dat per ongeluk wel doe, groeten ze overigens altijd vriendelijk terug. Oudere Groningers lijken er zelfs blij van te worden. (Of ze denken de rest van de dag: wie wás dat nou?)

Onlangs had ik aan het eind van een middag een opdracht in Stad waarvoor ik te voet de Grunobuurt doorkruiste. Mijn blik werd getrokken door een hond die me vanachter een voordeur met een groot raam vragend aankeek. Ik kiekte de hond. Bij de buren zat achter net zo’n voordeur een kat naar me te kijken. Het dier mauwde geluidloos naar me dat het etenstijd was. Ik kiekte de kat ook. 

Na de opdracht kwam ik de hond buiten tegen, aan een riem, met een vrouw. Ik vroeg haar of ze in de nieuwbouw om de hoek woonde. Ze antwoordde dat ze daar al elf jaar woonde, dus dat je niet meer van nieuwbouw kon spreken. 

Au. 

Het was niet voor het eerst dat ik in Groningen was en ontdekte dat er zonder mijn weten een halve wijkvernieuwing had plaatsgevonden. Daarbij bekroop me al een tijdje een sluimerend imposter syndrome-gevoel bij redactievergaderingen van GRAS. De opmerking van de vrouw met de hond legde de vinger op de zere plek en bevestigde mijn gedachte dat ik Groningen niet meer zo goed ken. 

En waar zitten volgers van GRAS eigenlijk op te wachten? Mijn foto’s van Amsterdamse School-huizen in Delfzijl? Vast niet, in de Oranjebuurt staan nog veel fantastischer voorbeelden. De gevaren van de versterking? Niemand luistert, het versterkingsgeweld gaat gewoon door, hoe hard erfgoedliefhebbers ook roepen.

Maar sinds de vrouw uit de Grunobuurt me met de neus op de feiten drukte, heb ik een duidelijke missie. Ik ga de stad terugwinnen! In eerste instantie voor mezelf, maar wie wil meelopen vanachter het bureau of op de bank kan mijn veroveringstocht hier de komende tijd volgen. Ik ben intussen vast begonnen, in Binnenstad-Oost en op het UMCG-terrein. De Oosterparkwijk en de Korrewegwijk staan in de agenda.

De foto van de hond was trouwens niet scherp, ook dat nog. Die van de kat wel.

***