Verborgen gebreken – hoe toegankelijk is de Groninger binnenstad?

12 februari 2020 Door Leestijd: 8 minuten

De openbare ruimte is voor iedereen. Toch zorgen sommige ontwikkelingen in de stad juist voor de uitsluiting van bepaalde groepen. Als iedereen gebruik moet kunnen maken van de openbare ruimte, moet daaraan in de inrichting ervan extra aandacht geschonken worden. 

Video: Studio Stedum

Wanneer je je als bewoner of bezoeker door een stad beweegt, heb je misschien niet altijd in de gaten dat iedereen die op een andere manier gebruikt. De stad is een plek met een enorm uiteenlopende groep gebruikers, waar meerdere functies bij elkaar komen. Ons gedrag is een direct resultaat van de verschillende functies in de openbare ruimte en de manieren waarop die ruimte gebruikt wordt.

Een fietspad, gescheiden van de straat, is duidelijk alleen bedoeld om te fietsen. De stoep is daarentegen bij uitstek een plek waar meerdere functies bij elkaar komen. Hij wordt gebruikt door voetgangers, maar is ook de overgang van binnen- naar buitenruimte. Winkels hebben er hun uitstallingen, horeca-ondernemers plaatsen er een terras, bewoners zetten een bankje naast hun voordeur en mensen parkeren er hun fiets.  

De stoep is openbare ruimte en zou geschikt moeten zijn voor iedereen. In de praktijk werkt het alleen niet zo: het ene gebruik zorgt ervoor dat het andere niet kan plaatsvinden. Als je wilt dat iedereen gebruik kan maken van de openbare ruimte, en zodoende kan meedoen in de stad, moet daaraan in de inrichting ervan extra aandacht geschonken worden. 

Die aandacht is zeker in de binnenstad nodig, waar de druk op de ruimte enorm toeneemt. Steeds meer mensen en functies moeten gebruik maken van dezelfde ruimte.

Eerder schreef ik over het fietsparkeerprobleem in de Brugstraat, dat hier een goed voorbeeld van is. Ondernemers zetten er terrassen buiten om fietsparkeren tegen te gaan. Het zorgt ervoor dat de druk op de ruimte alleen maar toeneemt, terwijl het probleem wordt verplaatst naar een andere plek in de straat.

Mensen met een lichamelijke beperking bewegen zich op een andere manier door de stad. Ze worden als een van de eersten de dupe van de toegenomen druk op de openbare ruimte. Hoe zorg je ervoor dat ook zij zich goed door de stad kunnen verplaatsen?

Foto: Janna Bathoorn

Van belangen naar plannen

Op 14 juli 2016 trad in Nederland het VN-verdrag Handicap in werking. In dit verdrag is bepaald dat mensen met een beperking volwaardig moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Om dat naar de praktijk te kunnen vertalen zijn onder andere het openbaar vervoer, de toegankelijkheid van gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte van belang.

Gemeenten zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor de inrichting van steden – en daarmee voor de naleving van dit verdrag op lokale schaal. De gemeente Groningen heeft het VN-verdrag geratificeerd en haar ambities verwerkt in een actieplan voor een toegankelijke stad. Ook fungeert het als kader voor de Leidraad Binnenstad.

De Werkgroep Toegankelijk Groningen is geïnstalleerd, die beleidsmakers adviseert over de wensen en belangen van de verschillende groepen lichamelijk beperkten. In de werkgroep zijn onder meer blinden/slechtzienden, doven/slechthorenden en ‘anders mobielen’ vertegenwoordigd. De gemeente betrekt de werkgroep actief bij herinrichtingsplannen en neemt de belangen van de groep vanaf het begin mee. 

Ondanks de uitgebreide aandacht vanuit de gemeente lijkt het moeilijk om de wensen van de werkgroep altijd te kunnen vertalen naar herinrichtingsplannen in de binnenstad. Met Bureau Buitendienst werken we samen met de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen aan een navigatie-applicatie voor mensen met een lichamelijke beperking. Met verschillende doelgroepen onderzoeken we welke knelpunten ontstaan bij het bewegen door de binnenstad.

Het doel van dit onderzoek is enerzijds om in kaart te brengen waar die knelpunten voor de verschillende groepen liggen en dit richting beleidsmakers te communiceren. Anderzijds kan de applicatie worden gebruikt door gebruikers van de stad die specifieke wensen hebben wanneer ze van A naar B moeten. Door de gesprekken en wandelingen met de verschillende groepen verandert ons perspectief op de toegankelijkheid van de stad.

Foto: Janna Bathoorn

Esthetiek vs. functionaliteit

Wat zijn precies de ontwikkelingen die onbedoeld voor een vermindering van de toegankelijkheid zorgen?

Een van de uitdagingen bij het inrichten van de stad is de wisselwerking tussen esthetiek en functionaliteit. Zo wordt bij de herinrichting van de binnenstad de bestrating vervangen door gele klinkers. De blindengeleidelijn die in deze straten is aangebracht, heeft vrijwel dezelfde kleur. Vanuit esthetisch oogpunt verdedigbaar, maar op verschillende manieren functioneel onhandig.

Het gebrek aan regels zorgt bij shared spaces voor een situatie waarin je niet weet hoe je je hoort te gedragen

Hoewel blinden er geen problemen van ondervinden, vermindert het minieme kleurverschil toch de toegankelijkheid van de binnenstad. Ook slechtzienden gebruiken namelijk de geleidelijnen om zich te oriënteren en te navigeren – mits zo’n lijn niet vernuftig is weggewerkt in de bestrating.

Ook mensen met goed zicht merken door deze kleurkeuze de lijn niet op. Ze parkeren er met grote regelmaat hun fiets. Een contrasterende kleur en een afwijkend profiel voor deze lijnen maakt de binnenstad voor blinden en slechtzienden beter toegankelijk én leidt het fietsparkeergedrag in goede (of in elk geval betere) banen.

Shared space

Een ander fenomeen dat de afgelopen jaren in de stad oprukte is de shared space. Dit in de jaren 80 bedachte concept is het geesteskind van voormalig provinciaal ambtenaar en verkeersingenieur Hans Modderman. Het houdt in dat door het weghalen van verschillende regels – zoals verkeersborden en verkeerslichten – de verkeersdeelnemer meer eigen verantwoordelijkheid krijgt.

Shared spaces vind je in Groningen onder meer terug in de Folkingestraat, Zwanestraat, Brugstraat en A-straat. Ze worden in de Leidraad Binnenstad omschreven als ‘ideaal voor de middeleeuwse binnenstad’.

In zijn puurste vorm is de shared space een vlakke, open ruimte, waar voetgangers en fietsers door elkaar heen bewegen. Met dit ontwerp wordt frictie gecreëerd, maar dat levert volgens de voorstanders geen problemen op: iedereen let extra goed op elkaar. Door meer oogcontact zou het verkeer juist veiliger worden. 

In de binnenstad van Groningen wordt het concept op de meeste plekken vertaald naar een straat waar geen hoogteverschil bestaat tussen het trottoir en de rijloper, de straat tussen de trottoirs. Deze situatie zonder stoepen ziet er mooi uit en lijkt in de basis ook ideaal voor de groep anders mobielen: zij kunnen nu overal oversteken.

In onder meer de Brugstraat zijn de trottoirs verbreed, zodat de voetganger meer ruimte krijgt. ‘De voetganger op de eerste plek’, is ook niet voor niets een van de speerpunten van de Leidraad Binnenstad. Een binnenstad waar de voetganger de ruimte krijgt, zou bij uitstek veiliger en overzichtelijker moeten zijn. Is een veilige, overzichtelijke stad niet ook het meest geschikt voor mensen met een lichamelijke beperking? 

De huidige realiteit in de binnenstad is helaas anders. Het gebrek aan regels zorgt bij shared spaces voor een situatie waarin je niet weet hoe je je hoort te gedragen. Het ideaalbeeld waarin mensen daardoor extra rekening met elkaar houden, gaat helaas niet in alle gevallen op.

Foto: Janna Bathoorn

Veilig oversteken

Elke plek is anders en een concept kan niet zonder meer op een andere plek worden gekopieerd. Het Groningse verkeersconcept waarbij op een kruising alle fietsers tegelijk een groen stoplicht krijgen werkt in onze stad prima. Toen dit werd getest in Rotterdam vonden er in de eerste minuut al twee verkeersincidenten plaats. De proef werd direct gestaakt, en laat zien dat wat op de ene plek werkt niet altijd de oplossing is voor de andere. Voor shared spaces geldt exact hetzelfde. 

In onze middeleeuwse binnenstad is op de stoepen meer ruimte voor voetgangers, maar daardoor ook voor geparkeerde fietsen en uitstallingen van winkels. Tussen het trottoir en de rijloper wordt door het gebrek aan verhoogde stoep eenvoudig geparkeerd. Winkeliers mogen daarnaast de eerste 80 centimeter vanaf hun gevel naar eigen inzicht invullen.  

Zowel de stoep als de gevel wordt door blinden en slechtzienden gebruikt om zich te oriënteren. Ook voor de groep anders mobielen zorgt een trottoir waar aan beide kanten fietsen, uitstallingen en terrassen staan voor een bijna onmogelijke route door de binnenstad. Daarbij verdwijnen bij shared spaces ook de zebrapaden, waar veilig kan worden overgestoken.

Voor blinden, slechtzienden, slechthorenden, doven en anders mobielen, maar ook voor ouderen, verdwijnt de mogelijkheid op een veilige oversteek. Zij zijn niet altijd in staat goed en snel genoeg te communiceren met andere weggebruikers. Niet iedereen kan op dezelfde manier op dezelfde set signalen reageren.

Shared spaces zijn beschreven als het ideaalbeeld voor een veilige en leefbare stad met langzaam verkeer. Toch hebben ze in dit geval het tegenovergestelde effect tot gevolg. Het aantal shared spaces in de binnenstad zal de komende tijd alleen maar toenemen, waardoor de stad voor een groep mensen steeds minder toegankelijk wordt. 

Toekomstperspectief

Gelukkig hebben deze problemen ook de aandacht van de gemeente Groningen. Die geeft in de Leidraad Binnenstad aan te willen testen hoe de ontwikkelingen van de binnenstad kunnen samengaan met een obstakelvrije en veilige route voor iedereen. 

We moeten zorgdragen voor een stad die is ingericht voor alle leeftijdsgroepen, achtergronden en wensen, al is het soms moeilijk om alle belangen te verenigen. Door te streven naar een openbare ruimte waar oog is voor de wensen van een kleine, kwetsbare of uitzonderlijke groep, wordt de stad leefbaar voor alle inwoners. Als zowel jonge kinderen als oude mensen zich prettig voelen op een plek, is deze geschikt voor iedereen. 

De grootste uitdaging zit in het combineren van alle belangen die in onze stad spelen. Zeker nu de druk op de ruimte alleen maar toeneemt, is het moeilijk om alle functies naast elkaar te laten bestaan – en onmogelijk om iedereen tevreden te stellen. Wanneer functies elkaar echter beginnen te verdrukken, verliest de openbare ruimte zijn publieke functie. 

Als Groningen bij de inrichting van de openbare ruimte ook de wensen van kwetsbare groepen als een van de uitgangspunten blijft hanteren, is de leefbare en toegankelijke stad straks niet langer een papieren belofte. 

***