14 februari 2019 Door Leestijd: 3 minuten

Ze was klein van stuk en droeg altijd hetzelfde vaalgrijze T-shirt waarin haar borsten nauwelijks enige welving wisten aan te brengen. Je zag haar iedere dag, altijd weer op een andere plek.

 

Ze was je schoonmaakster, je minnares. Ze dweilde op je werk en ze werkte in de keuken van een Chinese patatboer. Als je haar had gezien, vergat je haar het liefst meteen weer. Een beetje zoals je verlepte andijvie weggooit en dan vergeet.

In tegenstelling tot andijvie bleef zij maar terugkomen. Omdat ze nooit wat zei, begon je het zelf maar in te vullen. De gebeurtenissen aan elkaar te lijmen.

Foto: Peter de Kan

Ooit betrapte je haar in het herentoilet. Ze was daar met overgave haar tanden aan het flossen. Dat ging met zoveel passie gepaard dat ze je niet eens opmerkte toen je binnenkwam. Ook niet toen je even bleef staan en daarna weer wegging. Ze had een prachtig gebit, dat wel.

In de oorlog was er veel stuk gegaan, alles eigenlijk, maar haar gebit had ze als een trofee mee naar Nederland genomen. Daar hield ze het angstvallig verborgen terwijl ze de vloer van je kantoor dweilde.

Kilo’s zand dweilde ze op. Zand dat door honderden, nee duizenden zandlopers naar binnen was gebracht. Emmers met tijd droeg ze naar buiten – de tijd van anderen, niet die van zichzelf. Haar eigen tijd leek te zijn stilgezet.

***

Onze reeks Stadsflarden bestaat uit korte stukken, steeds geïnspireerd of geïllustreerd door een foto van Peter de Kan. De rubriek legt de dynamiek van de stad bloot aan de hand van ontmoetingen, observaties of gedachtenkronkels. Niet altijd met een overduidelijke ruimtelijke link, maar wel onlosmakelijk verbonden met Groningen.