De Bovenkamer was een tussen 2001 en 2008 regelmatig terugkerend evenement van GRAS. Een besloten studiemiddag, gericht op kennisontwikkeling bij het vakpubliek. Het was een bijeenkomst waar in een klein gezelschap, bestaande uit verte- genwoordigers van diverse disciplines, in alle vrijheid en openheid van gedachten werd gewisseld over een specifiek thema. 

De Bovenkamer was sterk informeel van karakter. Juist omdat de onderwerpen zich voor vrijwel alle deelnemers nog in een oriënterend stadium bevonden, waren er nog geen standpunten ingenomen. Dit maakte een integrale benadering mogelijk. Daarnaast bood het een goede basis voor vrije discussies en gesprekken.

Bovenkamers plaatsten thema’s op de agenda die in de hectiek van alledag dreigden te blijven liggen. Ze hadden een inhoudelijke en stimulerende betekenis voor de deelnemers. Daarnaast droegen ze bij aan de vernieuwing en formulering van een samenhangend ruimtelijke ordeningsbeleid.

Thema’s werden bij De Bovenkamer soms in samenwerking met een specifieke maatschappelijke organisatie of instantie (door)ontwikkeld. 

PARTICULIER OPDRACHTGEVERSCHAP VOOR LAGERE INKOMENS - 2001

In de architectuurnota Ontwerpen aan Nederland gaf toenmalig staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg aan dat toekomstige bewoners een grotere rol moeten krijgen in het ontwerpen van hun woning. Eerder deed staatssecretaris Renken van VROM dat ook in zijn nota Mensen, Wensen, Wonen. Maar was dit voor de lagere en middeninkomens wel haalbaar? Kon het particuliere opdrachtgeverschap ook voor hen een mogelijkheid zijn? 

Over die vraag boog een aantal betrokkenen zich tijdens de eerste Bovenkamer. Onder de aanwezigen waren onder meer architecten, makelaars, vertegenwoordigers van woningcorporaties, makelaars en de gemeente. 

HOOG, HOGER, HOOGST - 2001

Hoogbouw was in Groningen rond de eeuwwisseling een actueel ruimtelijk thema geworden. De onmiddelijke aanleiding hiertoe vormde een groot aantal particuliere hoogbouwinitiatieven voor diverse locaties in de stad. Niet zelden overstegen deze ‘hoogbouwinitiatieven’ de publieksgevoelige hoogtegrens van de Martinitoren. Vaak hadden ze sterk overeenkomstige programma’s, meestal met kantoren en/of appartementen. In ieder geval zouden ze allemaal een ingrijpend effect hebben op de bestaande structuren van de stad. 

Voor Groningen was het daarom van belang dat de verschillende initiatieven niet alleen op zichzelf, maar ook in hun onderlinge samenhang zouden worden beoordeeld. Kortom, het was nodig een structurele en stategische aanpak te ontwikkelen en te komen tot een goed doordacht hoogbouwbeleid voor Groningen. 

Een belangrijke aanzet voor dat beleid vormde de studie ‘Hoger Bouwen in Groningen’, die de Rotterdamse stedenbouwkundige Florian Boer in opdracht van de dienst RO/EZ had gemaakt. Deze studie was dan ook het uitgangspunt voor de Bovenkamer die zich boog over het nut en de noodzaak van hoogbouw in Groningen. 

Een aantal belangrijke thema’s uit de nota werd toegelicht en vervolgens geconfronteerd met de opvattingen en ideeën van diverse professioneel geïnteresseerden. De thema’s die aan de orde kwamen, waren: beoordelingscriteria voor hoogbouw, het hoogbouwprogramma en de locaties. Bij wijze van afsluiting kwam de vraag aan de orde hoe hoogbouw ingezet kan worden als strategisch instrument voor ruimtelijke en economische ordening. 

PARTICIPATIE IN DE WIJKVERNIEUWING - 2002

Op woensdag 10 april vond in de School voor Architectuur een studiemiddag plaats over de vraag hoe de participatie van allochtone wijkbewoners in de wijkvernieuwing kon worden vergroot. De aanleiding hiervoor was het deelproject De wereld aan Lewenborg, onderdeel van het project HuisAANhuis van GRAS.

Hierin werd duidelijk dat participatie in de wijkvernieuwing vooral van autochtone Nederlanders van boven de vijftig komt. Hoewel de participatie goed lijkt te verlopen, doet de samenstelling van de groep die meepraat in de wijkvernieuwing geen recht aan de diversiteit van de wijken. 

Op de studiemiddag discussieerden vertegenwoordigers van woningbouwverenigingen en de gemeente Groningen met verschillende organisaties in Groningen en met vertegenwoordigers van aansprekende projecten in Arnhem, Zutphen en Amsterdam. 

Centrale vragen waren: 

  • Wat kan de invloed van verschillende culturen op de woonomgeving zijn? 
  • Houden de huidige overlegstructuren voldoende rekening met cultuurverschillen? 
  • Is een speciaal beleid nodig of moet de wijze van benaderen aangepast worden? 

CREATIVE CITIES - 2004

Het fenomeen ‘creative cities’, oftewel hoe een vitaal cultureel klimaat en de aanwezigheid van culturele (creatieve) bedrijfstakken een stad als vestigingsplaats aantrekkelijker kunnen maken, werd in 2004 voorzichtig afgetast. Moet aan de 'The rise of the creative class' in Groningen een wetenschappelijke onderbouwing worden gegeven of moeten andere stappen worden ondernomen?

Tijdens deze Bovenkamer discussieerden Maria Blom (Dienst OCSW), Marieke Zwaving (Dienst OCSW), Marjan van der Weij (Dienst RO/EZ), Gerard Tolner (Dienst OCSW), Olof van de Wal (GRAS), Bregit Jansen (GRAS) en Zwaan Ipema (NP3) onder leiding van Martin van Wijk over het nut van een grootschalig onderzoek naar de creatieve klasse. 

Daarnaast werd het format uitgezet voor een congres waarin de 'Creatieve stad Groningen' moest worden gelanceerd. Het congres zou mensen uit heel verschilllende disciplines met elkaar in contact moeten brengen en de stad Groningen nieuw elan moeten geven: in cultureel én in economisch opzicht.

MEERPOLIGE STADSONTWIKKELING - 2005

Als enige grote stad van het noorden had Groningen de neiging sterk vanuit zichzelf te redeneren. Een andere, meer regionale oriëntatie zou tot nieuwe kansen en inzichten kunnen leiden. Onder de titel ‘Meerpolige Stadsontwikkeling’ stelde deze Bovenkamer zich tot doel het blikveld op de stad te verruimen. Tijdens de bijeenkomst kwamen diverse vragen op tafel.

Misschien was in het creatieve netwerk de hoofdas Groningen–Drachten eerder richtinggevend dan Groningen–Assen? Zouden we uit gedragsboeken misschien de rol van mobiliteit in het regionale netwerk kunnen herleiden? Was het denken over meerpolige stedelijke ontwikkelingen binnen de disciplines van de ruimtelijke ordening en stedenbouw wel bekend in het noorden van Nederland? En was er misschien een meer formele ordening noodzakelijk dan het bestaande regionetwerk? 

MEERSTAD - 2005

In opdracht van de Groninger woningcorporaties In en Nijestee organiseerde GRAS een besloten Bovenkamer annex brainstormsessie. Het onderwerp was de ontwikkeling van het toekomstige Meerstad. 

Arnold Reijndorp (zelfstandig onderzoeker), Stijn Roodnat (designer), At Smit Duyzentkunst, Roelof Bouma (Nijestee), Dick Jansen, Ron Jeukens (In) en Peter Michiel Schaap (GRAS) schoven aan.

RAADSCOMMISSIE RUIMTE & VERKEER - 2005

Ruimtelijke ordening vraagt om veel kennis. Niet alleen van concrete projecten in de stad, maar ook van de spelers, de geschiedenis en de actuele ontwikkelingen op het vlak van architectuur, stedenbouw en infrastructuur. Daarom organiseerde GRAS in juni 2002 voor alle leden van de Commissie Ruimte en Verkeer een inleiding op de ruimtelijke ordening van Groningen. Vanwege de goede reacties werd destijds besloten om halverwege de zittingstermijn opnieuw een dergelijk initiatief te nemen, zij het met een ander onderwerp. 

Insteek voor deze Bovenkamer was het Structuurplan. Hiermee sloot GRAS aan bij een actuele ontwikkeling: wethouder Willem Smink had aangegeven dat hij openstond voor de ontwikkeling van een nieuw structuurplan voor de stad: niet een herziening van het huidige plan, maar een werkelijk nieuwe visie op Groningen. 

De Bovenkamer verschafte de raadscommissie ‘munitie’ om deze beleidsintentie goed te kunnen beoordelen. Daarbij werden vragen aan de orde gesteld als: wat is nu eigenlijk een structuurplan; waarvoor is zo’n plan nodig; hoe gaan andere steden in Nederland daarmee om; en wat zouden goede thema’s zijn voor zo’n nieuw structuurplan? 

Voor de brainstorm werd een aantal onafhankelijke deskundigen en gemeenteambtenaren uitgenodigd voor korte, gerichte presentaties. Daarna was er ruimte voor vragen en gesprek.

RAADSCOMMISSIE RUIMTE EN WONEN - 2006

Met het aantreden van een nieuwe gemeenteraad en verschuivingen in de commissies binnen de raad (Ruimte en Verkeer werd Ruimte en Wonen) leek in juli 2006 de tijd rijp voor een bijeenkomst die in opzet aansloot bij de algemene inleiding die GRAS in 2002 organiseerde, ook toen in het kader van het aantreden van een nieuwe raad. 

GRAS bood de nieuwe Raadscommissie Ruimte en Wonen een nieuwe Bovenkamer aan, gericht op achtergrondinformatie over de ontwikkeling van de ruimtelijke geschiedenis van de stad en de regio. De raadsleden konden met deze informatie hun beoordelingsbasis voor ruimtelijke plannen en beleidsvoorstellen verder uitbouwen. 

Tijmen Hordijk (architectuurhistoricus) vertelde over de geschiedenis van 100 jaar uitbreidings- en structuurplannen in Groningen. Jaap Wijma (projectbureau Regiovisie Groningen-Assen 2030) gaf een toelichting op de uitgangspunten en de stand van zaken rond de Regiovisie. Pieter Bregman (woningcorporatie Nijestee) prikkelde de raadscommissie met een aantal uitspraken en aanbevelingen rondom de wijkvernieuwing in Groningen.

DE STAD ALS MUSEUM - 2006

Naar aanleiding van de op handen zijnde nieuwe Nota Binnenstad werd een discussie gevoerd over de toekomst van de Groninger binnenstad. De deelnemers hielden zich specifiek bezig met de vorm en functie van het centrum van Groningen in het jaar 2025.

Zijn de monumentenzorg en cultuurhistorie tegen die tijd leidende principes geworden in het ruimtelijk beheer? Is de historische binnenstad het openluchtmuseum van de toekomst, waarin recreatie en commercie de boventoon voeren en niets ontsnapt aan strakke regelgeving? De avond werd ingeleid door Stefan Bendiks (Artgineering Rotterdam) en Noud de Vreeze (welstandszorg Noord-Holland).

IT WASN'T ME - 2007

Tijdens deze editie van De Bovenkamer spraken we over de rol van architect, opdrachtgever en aannemer in het bouwproces. Waren de verantwoordelijkheden aan het veranderen, en zo ja; was dat positief of niet? Onder meer de wetgeving, de toenemende complexiteit van bouwopgaven en de hoge verzekeringskosten, die het voor (jonge) architectenbureaus soms moeilijk maken grote opdrachten te krijgen, kwamen aan bod.

GRONINGER ARCHITECTEN - 2007

In oktober 2007 kwamen negen architecten uit de stad en regio bijeen. Niet voor een borrel, maar om te praten over elkaars plannen en over de (ontwerp)thema's waar zij al dan niet dagelijks tegenaan liepen. GRAS trad bij deze bijeenkomst op als gastheer. 

Deelnemende architecten waren Tjalling Zondag en Hans Overdiep (ZOFA), Hennie Smit, Petra te Morsche (Klein Architecten), Annet Ritsema (Bureau Ritsema), Jan Piet Nicolai (SKETS Architectuurstudio), Haiko Meijer (Onix), Rob Hendriks (DAAD) en Paul van Bussel (pvanb Architecten).

NIEUW WIJKCENTRUM FLORESHUIS - 2008

Op de plek van het Floreshuis in de Korrewegwijk zou een nieuw multifunctioneel wijkcentrum komen. Het moest een nieuw concept worden waaraan verschillende sociaal-culturele en maatschappelijke organisaties hun bijdrage zouden leveren.

Maar hoe zag het toekomstbeeld van het Floreshuis er precies uit? Om dat te onderzoeken gingen verschillende partijen onder leiding van Peter de Kan met elkaar in gesprek om te kijken welke bijdrage zij zouden kunnen leveren aan de ambitie van woningbouwcorporatie In.