De geparkeerde fiets verovert de binnenstad. Wat doen we daaraan?

3 juli 2019 Door Leestijd: 6 minuten

Fietsparkeren begint langzaam de keerzijde te worden van het grote aantal fietsen in de stad. Hoe erg is het, en hoe lossen we het op? Jorrit Albers onderzocht met Bureau Buitendienst de situatie in de Groningse Brugstraat en deelt de belangrijkste uitkomsten.

Groningen fietsstad

Dat Groningen tot de meest prominente fietssteden ter wereld behoort, is geen nieuws. Het is de stad waar 60 procent van alle vervoersbewegingen op de fiets gebeurt en waar als het regent de stoplichten voor fietsers sneller op groen springen. Mede dankzij het grote aandeel studenten en de compactheid van de stad is de fiets het belangrijkste vervoermiddel.

Een stad waar zoveel wordt gefietst heeft gelukkigere en gezondere inwoners, een beter klimaat en biedt meer ruimte [1]. Op de plek van een geparkeerde auto kunnen namelijk al gauw tien fietsen worden geparkeerd.

Fietsparkeren

Tot zover niets dan goeds over het fietsgebruik. Toch begint een specifiek onderdeel ervan de laatste jaren in veel Nederlandse steden een groeiend probleem te worden: het parkeergedrag. Doordat iedereen zijn fiets overal kan neerzetten en mensen het liefst direct voor de deur van hun bestemming parkeren, nemen op bepaalde plekken de geparkeerde fietsen de openbare ruimte helemaal over.

Foto: Peter de Kan

In oude binnensteden of rondom drukke bestemmingen als scholen, universiteiten en stations lijkt het soms vrijwel onmogelijk om je fiets te parkeren op de daarvoor bedoelde plekken. Er is onvoldoende fietsparkeercapaciteit aanwezig. Hoewel een stad als Groningen door buitenlandse delegaties vaak wordt gezien als fietswalhalla, vormt de fiets voor de bewoners van de stad steeds vaker een probleem. Een wildgroei aan fietsers en geparkeerde fietsen zorgt voor een groeiende druk op de ruimte en de leefbaarheid van de stad.

De Brugstraat als case study

De gemeente Groningen is sinds 2016 bezig met de herinrichting van de binnenstad, om ervoor te zorgen dat de stad aantrekkelijk, toegankelijk en veilig blijft. De binnenstad heeft al 1000 jaar hetzelfde formaat, maar het aantal gebruikers ervan is enorm toegenomen. Daarom ligt het zwaartepunt van de herinrichting op het creëren van meer ruimte voor voetgangers en fietsers.

De Brugstraat is een van de plekken die opnieuw zijn ingericht. Stadsbussen rijden niet meer door de straat, de stoepen zijn verbreed en de straat is ingelegd met de voor de herinrichting kenmerkende ‘gele stenen’.

Bureau Buitendienst werd door de gemeente Groningen gevraagd te onderzoeken op welke manier het fietsparkeerprobleem in de binnenstad kan worden verminderd. De Brugstraat is een van de eerste straten waar het nieuwe ontwerp is uitgevoerd, en daarom een interessante locatie om te kijken naar wat meer ruimte voor fietsers en voetgangers betekent. Wij doen hier daarom grondig onderzoek, en kijken of het mogelijk is om vanuit de hier verkregen inzichten meer te weten te komen over de rest van de stad.

Foto: Peter de Kan

Capaciteit

In de Brugstraat is officieel ruimte voor 75 geparkeerde fietsen. Gemiddeld staan er gedurende de dag rond de 150, en op de piekmomenten zelfs ruim 200. De gemeente heeft inmiddels zogenaamde ‘fietsstewards’ in dienst die op een aantal locaties in de binnenstad, waaronder de Brugstraat, zorgen dat fietsen netjes in rijen en binnen de fietsvakken worden gezet.

In de Brugstraat is ruimte voor 75 geparkeerde fietsen. Gemiddeld staan er zo'n 150

Hoewel de stewards ervoor zorgen dat de fietsen in de Brugstraat over het algemeen netjes in een rij staan, is de parkeerdruk zo hoog dat er op de drukke momenten moet worden gezocht naar een plek tussen de fietsen om over te kunnen steken. De vraag is: van wie zijn al deze fietsen? En waar moeten ze komen te staan?

Parkeerduur

Om inzicht te krijgen in de oplossingen voor het probleem is het allereerst van belang om het probleem volledig te begrijpen. Door de parkeerduur te onderzoeken krijg je inzicht in de verschillende gebruikers van de straat.

Fietsparkeerders kun je grofweg onderscheiden in kortparkeerders, die hun fiets minder dan een uur parkeren, en langparkeerders. Onder die laatste groep vallen de fietsen van bezoekers die langere tijd in de binnenstad blijven, maar ook weesfietsen en fietsen van bewoners en werknemers van de bedrijven in Brugstraat.

Dit onderscheid is allereerst belangrijk omdat mensen hun fiets het liefst zo dicht mogelijk bij hun bestemming parkeren. Langparkeerders zijn echter eerder bereid om hun fiets iets verder weg te stallen. Om de binnenstad gastvrij te houden voor bezoekers wil je ervoor zorgen dat er in elk geval voor de mensen die hun fiets ergens kort willen stallen plek vrij is in buurt van hun bestemming.

In de Brugstraat blijkt het aandeel langparkeerders verreweg het grootst. Mogelijke oplossingen voor het probleem moeten dus vooral worden gericht op de groep mensen die voor langere tijd hun fiets parkeert.

Foto: Peter de Kan

Oplossingen

Om ervoor te zorgen dat de Brugstraat weer beter begaanbaar wordt, zijn in onze ogen drie zaken van belang.

1. Spreiding van bezoekers, bewoners en werknemers

Hoewel de Brugstraat vol met fietsen staat, zijn net buiten de Brugstraat volop mogelijkheden om je fiets te parkeren. Vooral rond de A-kerk zijn veel fietsenrekken geplaatst die voor een groot deel de problemen kunnen verhelpen. De capaciteit rondom de Brugstraat is dan ook niet het probleem. Mensen moeten alleen nog worden verleid om hun fiets in de rekken bij de A-kerk te zetten.

Voor bezoekers vraagt dit wellicht een andere aanpak dan voor bewoners en werknemers van de bedrijven in de Brugstraat, omdat deze laatste twee groepen dagelijks met de straat te maken hebben. Een campagne is hierbij het startpunt, maar belangrijker is te onderzoeken wanneer mensen wél bereid zijn om hun fiets ergens anders neer te zetten. Experimenteren met verschillende oplossingen is daarbij een waardevolle onderzoeksmethode.

2. Handhaving weesfietsen

Tijdens onze monitoringsweek stonden 22 fietsen de gehele periode op exact dezelfde plek, waarbij een deel duidelijk zichtbare gebreken vertoonde. Deze fietsen hebben wij daarom bestempeld als weesfiets. Als er op een stukje binnenstad ter grootte van de Brugstraat al 22 fietsen staan te vergaan, kun je je inbeelden hoeveel fietsen zonder eigenaar door de gehele binnenstad verspreid staan. De gemeente zou hier actiever op kunnen handhaven.

3. Toegankelijkheid van de Brugstraat

Wanneer je het probleem bij de wortel wilt aanpakken, moet er beleid worden gevoerd op het verkleinen van het aantal geparkeerde fietsen in de Brugstraat. Zolang er echter nog steeds te veel fietsen staan, is het oplossen van de problemen die deze fietsen veroorzaken een wenselijke vorm van symptoombestrijding. Omdat de grootste problemen zich voordoen wanneer mensen willen oversteken, pleiten wij voor op de grond gemarkeerde oversteekplaatsen. Zo blijven de huizen, winkels en bedrijven bereikbaar.

Gedeelde verantwoordelijkheid

In de Brugstraat, die hier als voorbeeld dient voor een groot deel van de oude binnenstad van Groningen, is niet voldoende ruimte voor alle fietsen die er staan. De mensen die voor een kort bezoek in de Brugstraat zijn, kunnen hun fiets er nauwelijks kwijt. Het oplossen van dit probleem zit deels in een betere spreiding van geparkeerde fietsen. Spreiden is echter alleen een oplossing als de capaciteit in dat deel van de stad voldoende is.

Handhaving is mogelijk door te experimenteren met het inperken van de parkeerduur. In Tilburg heeft de gemeente speciale fietsvakken aangelegd waar mensen maximaal een uur mogen parkeren, om zo kortparkeerders te faciliteren. De gemeente Groningen probeert weesfietsen op het centraal station vroegtijdig te voorkomen door een maximum parkeerduur van twaalf dagen te hanteren.

Prima oplossingen. Toch pleit ik voor het nemen van gedeelde verantwoordelijkheid: bezoekers van de binnenstad kunnen er samen met de bewoners en werkenden in de Brugstraat voor zorgen dat fietsen niet langer een probleem zijn.

***

[1] Harms, L. & Kansen, M. (2018). Fietsfeiten. Den Haag, Nederland: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.